De vraag van vandaag luidt: naar welk museum wil je graag? Het antwoord van mij is d’Orsay, en van Marc Centre Pompidou. Technisch gezien was d’Orsay handiger voor vandaag geweest, omdat Centre Pompidou verder gaat waar d’Orsay stopt (ongeveer), maar detail…
Centre Pompidou wordt het dus. In het Louvre en d’Orsay was ik al eens geweest, maar in deze nog niet. We zijn er net voor openingstijd, er staat al een flinke rij waar we aan kunnen sluiten. Eenmaal 11 uur kunnen we zo binnen. Ik vind het een bijzonder gebouw. Alle verkeersruimtes (gangen en liften) liggen aan de buitenkant en die zijn voor iedereen dus zichtbaar. Ook de ventilatiekanalen in het gebouw mogen zichtbaar zijn, want die zijn fel blauw. In de gangen buiten het gebouw hebben we een fantastisch (en koel) uitzicht over Parijs. Binnen is het een drukte van jewelste. We concentreren ons op de vaste collectie. Als we een beetje de kinderklasjes omzeilen die volgens de bewakers ook te veel lawaai maken, is het nog redelijk te doen.
We zijn allebei onder de indruk van Jardin d’Hiver van Jean Debuffet. Ik ben dol op het kunstwerk van Debuffet in het Kroller Müller, meer een echte tuin, dit was meer een grot. Maar het is kunst waar het gaat om de beleving, dus ook deze is fantastisch. Een andere die mij aanspreekt is het werk Für Velimir Chlebnikow: Schiksale der Völker van Anselm Kiefer. Ook hier wordt je als toeschouwer onderdeel van het werk.
We bekijken ook een tentoonstelling over het werk van Paul Andreu, die o.a. architect was van een aantal vliegvelden. Dat bouwkundige hart blijft toch nog een beetje kloppen
.
Eenmaal uit het museum maken we een wandeling en eten we nabij Arc de Triomphe. We kregen de tip om ‘s avonds naar de Eiffeltoren te gaan kijken omdat deze na 22 uur op het hele uur verlicht wordt met knipperlichtjes. In mijn herinnering heb je vanaf Jardin de Trocadero een mooi uitzicht op de Eiffeltoren. Aldaar blijk ik niet de enige met dat idee en is het gigantisch druk met mensen. En dus ook met illegale straatverkopers die tassen, zonnebrillen of mini-torentjes met knipperlichtjes verkopen op een laken met lussen er aan. Als de politie er aan komt, kunnen ze snel weghollen met hun waar. 22 uur werd 23 uur, maar dan is het ook echt donker. We zitten heerlijk op een bankje naar mensen en straatverkopers te kijken. De lichtshow is mooi maar heel kort. De standaard verlichting vinden we mooier. We lopen naar onderaan de Jardin de Trocadero en lopen langs een groepje mensen wat tango danst. We blijven even staan om te kijken, het is prachtig om te zien!
Uiteindelijk zijn we vreselijk moe van al het lopen (15 km) en alle drukte om ons heen als we weer terug zijn in het hotel. Ik voel me als het schilderij in de hal van het hotel: een hond op een schommel met angstige / overprikkelde en schele blik. Aaaaaaah!
De volgende ochtend staan we iets later op en gaan we na het ontbijt met de metro naar Rue de Rivoli, om gympen te kopen. Onze fietsschoenen zien er uit als sneakers maar hebben een stugge zool en zijn niet heel lekker om op te lopen. We hollen ook nog even de C&A in om onderbroeken en sokken te halen.
Musée d’Orsay is mijn lievelingsmuseum in Parijs. Eenmaal binnen is het nog drukker dan in Centre Pompidou. Het museum is gehuisvest in een 19e eeuws treinstation en in de hal is dat nog goed te zien: een hoog plafond met veel glas en staal. In het restaurant zit je achter de klok van het station en door het uurwerk heen kijk je naar buiten.
Ook hier kijken we onze ogen uit en genieten we in het bijzonder van werken van Cross, (Marc), Degas (Josephine) en Monet, Cezanne (beiden maar andere werken). Bij het hoekje van Van Gogh is het enorm druk. Wat is die man populair! Hij had eens moeten weten… We lopen er een beetje aan voorbij, want de mensenmassa schiet niet op.
We duiken daarna nog naar de tijdelijke expositie van Gaudí. Als we binnen zijn, kunnen we door de hoeveelheid mensen de expositie niet meer zien. Overal staan mensen voor. We lopen er een beetje verdwaaasd doorheen en besluiten binnen nu en 60 jaar nog wel een keer naar Barcelona te reizen.
Ons hotel zit vlakbij Montmartre dus we gaan eerst terug naar het hotel om even te chillen en onze tassen met schoenen achter te laten. Daarna nemen we weer de metro naar Montmartre. Ook daar is het een drukte van jewelste en zitten de trappen naar Sacre Coer vol met mensen. Een muziekant zorgt ook hier voor een leuke sfeer. We genieten van het uitzicht en de enorme hoeveelheid daken die we kunnen zien en ondertussen kletsen we over wat we meegemaakt hebben vandaag en wat we bijzonder vinden.
Onderaan de furniculair koopt Marc een ijsje en lopen we terug naar ons hotel.











