29 mei 2022: Naar Frankrijk

Al voor 8 uur worden we wakker van dezelfde gillende kinderen waar we ook mee in slaap vielen. Een van de meisjes gilde zo hard en hoog, van dat Mariah Carey-achtige hoge geluid. Ze zal vast later een genadig operazangeres worden, maar vanochtend vonden we het maar irritant. We waren snel weg van de camping.

Marc wilde voor de laatste keer in de UK een Engels ontbijt. Ik gruwel bij het idee, maar natuurlijk ga ik mee. Hij had een tentje bij het strand uitgekozen. Kennelijk was het super populair, want het duurde een uur voordat we onze bestelling hadden. Terwijl Marc in de rij stond en ik onze plek bezet hield, had ik een leuk gesprek met een stel van Jersey. Zij kwam oorspronkelijk uit Zuid-Afrika, maar voelde zich hier heel erg thuis omdat er dezelfde sfeer hangt als daar. Heel Brits ook. Ze miste wel, ze zei het heel netjes, andere oude culturen in het land. De mengelmoes. Ze vertelden allebei dat ze in Nederland waren geweest. Ze vonden Amsterdam geweldig. Toen ik vroeg waarom dat is, omdat Amsterdam voor mij “normaal” is, kreeg ik een mooie uitleg. Amsterdam heeft een hele diepgewortelde cultuur en opvattingen van ideeen, die je nergens anders vindt, maar die dicht bij die van hen ligt. Ik was onder de indruk van het gesprek en op de manier waarop ze beiden dingen konden verwoorden. Ik voelde me schuldig dat ik hier al lekker zat en genoot van het uitzicht op de droogvallende baai, en dat Marc in de rij stond.

Toen Marc terug kwam met de koffie, vertelde hij dat hij had gekletst met een man uit Edinburgh die hier was voor een huwelijk. Ze hebben verhalen uitgewisseld over Marcs herinneringen aan een eerdere fietstocht. En eindelijk kwam daar het ontbijt. Het was meer lunch… Over hoe ze de logistiek daar hadden geregeld konden we een boekwerk schrijven, de keuken kon duidelijk de vraag niet aan. Maar het ontbijt was lekker en het uitzicht fenomenaal!

Na het “ontbijt wat meer lunch was”, gingen we naar het inmiddels drooggevallen Elizabeth Castle en St. Helier Hermitage. We reden met de fiets over de bodem van de zee. Er was ook een soort betonnen wandelpad, waar we over reden. Zeewater is vast niet goed voor onze fietsjes. We parkeerden de fietsen voor de deur. Best gek, bij een fort in het water.

Daarna gingen we naar het zeezwembad, wat bij hoog water onder loopt en bij laag water vol blijft staan, zodat je veilig in zee kunt zwemmen. Er waren zelfs twee lifeguards aanwezig. We hebben heel even gezwommen, maar het water was 14 graden en de lucht is 17 graden. Best heel fris!

Op de steiger naar het zwembad raakte in aan de praat met een oudere dame op de fiets. Ze is 78 en zou nog eens graag naar Parijs fietsen. Ze had 6 jaar geleden nog zonder elektrische ondersteuning de Mont Ventoux opgefietst. Wauw!

Na het bezoek aan het zeezwembad hebben we nog een beetje in St. Helier rondgefietst. De eilanden waren een fantastisch mooie break van het fietsen, maar we hebben zin om op pad te zijn. En dan is het eigenlijk een beetje wachten totdat de boot gaat. Ik kijk uit naar uitzichten over land. Ik ga de wc’s waarbij de deur naar binnen open draait, die veel te smal zijn met te grote prullenbakken niet missen. Als je zit, zit je tegen het kastje van het papier aan, prikt de prullenbak in je bil en als je het toilet uit wilt, moet je je ergens tussen de deur en de pot wurmen. De kans is groot dat je met je kuit tegen de vieze pot en de bril staat. Zo goor!

In de ferryhaven wachten we op de boot. We staan in een lange rij met fietsers en motoren. Veel Fransen en Engelsen die voor een dagtochtje heen-en-weer gaan. We zien één andere vakantiefietser. En een omafiets van Batavus.

De zee is onrustig, net als de kleuter achter me, ze schopt steeds tegen mijn stoel. Haar ouders doen hun stinkende best om haar een beetje rustig te houden, ze moet zelfs een keer sorry zeggen voor het getrappel. Ach, ze zal wel doodop zijn, het is al 22.30 uur als de volle boot aanmeert.

In het donker fietsen we naar de camping. Ik moet weer wennen aan het rechts rijden en dat ik de borden niet meer zo goed kan lezen (op de Kanaaleilanden is alles tweetalig, Frans en Engels). Bij de receptie van de camping is de bewaker aanwezig met een grote herdershond. Hij wijst ons een plek en zegt dat we ons morgen kunnen melden. Binnen een uur dat we van onze boot af zijn, zijn we naar hier gefietst, aangemeld, tent opgezet, luchtbedden opgeblazen, gedoucht en liggen in bed. Bon nuit!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *