17-06-2024: Tännäs

De zon brandt op het dak als ik wakker word. We ontbijten uitgebreid in de zon en doen nog koffie en thee na. Pas tegen lunchtijd verlaten we de camping, om niet in de auto te zitten als het mooi weer is en voor vanmiddag is er regen voorspeld. We gaan nog even het stadje in. Ik koop een souvenir voor mezelf in de concept store van Morakniv, outdoor messen die hier gemaakt worden. Als we het stadje uit rijden, grapt Marc dat hij de bitterballen van Cora (van Mora) heeft gemist.

Al vrij snel rijden we de heuvels in. Het licht glooiende landschap met meren, weilanden en bossen maakt plaats voor bossen, bossen en een paar meren. We bezoeken de brandtoren van Bunkris, wat om een oude boom is gemaakt. De steile trappen leiden ons naar boven, waar we een prachtig uitzicht hebben en zelfs tot Sälen kunnen kijken.

Halverwege richting Funäsdalen, onze eindbestemming, wisselen we van stuur in een klein dorpje. Ik ben het dorp pas amper uit of ik moet vol in de remmen voor een stel elanden in de berm. Terwijl Marc foto’s maakt zie ik nog een jonge eland tussen de lage bomen lopen. De dames vinden aan deze kant kennelijk de struikjes het lekkerst. In de 6x dat ik in Zweden/Noorwegen/Finland ben geweest, is dit de eerste keer dat ik ze zie. Als ik achter me een auto zie aankomen, rijden we verder.

De wegen gaan steeds meer slingeren en het landschap wordt steeds ruiger. We passeren het hoogste dorp van Zweden, het niets zeggende Hövålen. Uiteindelijk rijden we Funäsdalen binnen. We eten pizza bij de lokale Turkse pizzeria. We zitten aan een plakkerige tafel maar de pizza’s zijn heerlijk. Na de pizza rijden we naar een camping. De eigenaar wil ons maar al te graag binnen hebben, maar eenmaal op de camping, worden wij er verdrietig van. Bijna allemaal vaste plekken, alleen maar grind en een mistroostige, claustrofobische locatie. We willen weg. Marc vraagt ons geld terug (de held!) dat we in Euro’s krijgen. De campingeigenaar snapt er niks van, zegt hij, maar dat boeit ons niet. We rijden zo’n 20 minuten naar een andere camping. We rijden langs verlaten skioorden en het regent. De temperatuur is hier ook een tikkie anders: de 21 graden vanmorgen is nu 11.

In Fällnäs rijden we een camping op, waar van de 15 plaatsen, maar op 3 plaatsen geen Nederlands kenteken staat. Marc belt de eigenaren op, die even aan de wandel zijn. Ze spreken verdacht goed Nederlands. We krijgen strikte instructies hoe we de camper moeten plaatsen, maar we staan aan een meertje met uitzicht over de bergen met sneeuw en kale toppen. En prachtig uitzicht op de net ondergaande zon. Om 23.30 uur kan ik nog steeds de blauwe lucht zien. En over 3,5 uur komt de zon alweer op!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *