Gisteravond was ik net voor 12 uur in slaap gevallen, dus vanochtend begon ik de dag met heerlijk ochtendgezang voor Marc, die vandaag jarig is.
Na het ontbijt lopen we naar de metro, vanwege voorspelde regen laten we de fietsen op de camping. We stappen uit op het centraal station en beginnen onze wandeling. Rond lunchtijd begint het te spetteren. Hè gatsie. We lopen naar Skeppsholmen, een leuke plek want er liggen veel boten. Wat is dit toch een leuke stad. Dit is nu de derde keer dat ik hier ben, het is Marc zijn eerste keer. Vanaf Skeppsholmen nemen we de bus boot naar Gamla Stan. Daar lopen we door de oude smalle straatjes.
Als het spetteren over gaat in flinke regenbuien, zien we het water vanaf de regenpijpen de heuvels afstromen. We duiken een burgerbar in en gaan daar wat drinken. De weersverwachtingen zitten ons niet mee voor vandaag. In de stromende regen lopen we terug naar het metrostation en nemen de metro terug naar de camping.
Voor de camping, of eigenlijk op, zit een Thais restaurant. Marc stelt voor om daarbinnen te eten. Ik kijk naar het restaurant. Het zit helemaal vol. Ik ben nat, koud, en heb even geen zin in de drukte. Daarom gaat Marc afhalen en kan ik ondertussen naar de camper, om droge kleding aan te trekken. Hij weet ondertussen wel wat ik lekker vind! Ik trek mijn verzopen-katten-kostuum uit en leg alvast droge kleding klaar voor Marc. Ik hang mijn natte kleding aan de waslijn in de bus. Razend gezellig, maar het is niet anders.
Niet veel later komt Marc met het eten aanlopen. Ik pak het eten aan, dirigeer zijn natte kleding naar de juiste plek en mik de rugzakken in een hoek waar het rustig kan uitdruipen. Het Thaise eten smaakt ons heerlijk, en maakt onze koude lijven in no-time weer warm. We spelen nog een spel maar we zijn moe van de 14 km in de regen door de stad sjouwen. Ondanks dat, of misschien wel daardoor, maak ik Marc grandioos in. Hij verweert zich met: “Ik had het niet goed uitgelegd. Ik ben jarig dus je had me moeten laten winnen”. We moeten er beiden om lachen.
We lopen naar het toiletgebouw om onze tanden te poetsen. Het valt ons op dat er nog maar de helft van de plaatsen bezet is. Het weekend is voorbij, de Zweedse mobielen zijn weer weg. Wij hebben nog een week!





