Na het ontbijt is het droog, maar er wordt een uur regen verwacht. Dus terwijl Marc de afwas doet, maak ik de binnentent schoon en laat ik de buizen leeglopen. Daarna blijkt opvouwen en oprollen toch een hele klus. Zo makkelijk als het in de handleiding staat, die ik online nog even opzoek, zo moeilijk blijkt het in de praktijk. Pas bij de derde keer opvouwen blijkt het toch een beetje in de zak te passen. Zucht. Wat een gevecht! Maar hij zit! En goed droog, ondanks dat het gisteravond heeft geregend, dat scheelt thuis opzetten op het terras.
We lunchen met wat restjes in het zonnetje. We pakken nog wat zooi in en rijden 10 minuten naar het eerstvolgende dorpje, Svärdsvik, wat ons 10 km kanovaren scheelt om in de archipel wat te varen. We stappen op bij een bijna twee meter hoge steiger. Best heel spannend om dan in te stappen in zo’n wiebelkajak! Gelukkig is onze bodem van materiaal die ook voor SUPs worden gebruikt, dus redelijk stabiel (maar beweegt wel).
De pomp en de rugzak laten we op de kant liggen.
Het waait wel flink, maar in de luwte van de eilandjes is het heerlijk varen. We merken op dat op een moment de wind gaat liggen. Niet veel later barst de regen los. Al kijkend naar de lucht, vermoeden we dat het niet gaat ophouden. Heel handig, die weer apps, maar tijdens deze vakantie is al gebleken dat die van mij andere voorspellingen doet dan die van Marc, en soms allebei geen gelijk hebben.
We meren aan op de hoge steiger. Met enige souplesse (ahum) klim ik op de steiger. Marc gaat via het water. Daarna hijsen we de boot op de kant. We zijn door-en-door doorweekt en koud. Bibberend pakken we de spullen in. In de bus flikker ik Marc zijn kleding in mijn kledingbak en stop alle natte spullen in zijn bak. We leggen op de bestuurdersstoel een grote handdoek en op de bijrijdersstoel de jassen, zodat de stoelen niet nat worden. En zo rijden we naar de camping.
Op ons kampeerplekje rollen we de boot weer uit over de tafel en de krukjes, om soort van te drogen. De andere spullen hangen we over de fietsendrager te drogen. We pakken een droge onderbroek, handdoek, douchespullen en droge kleding in een tasje, en gaan douchen. Het water van de heerlijke douches kan me niet heet genoeg zijn.
Terug bij de tent heb ik het nog steeds koud. Ik duik met een boek in bed, Marc gaat beneden een boek lezen. Hij leest op mijn aanraden deel 1, ik ben al bezig met deel 2. Ik krijg limonade en chipjes geserveerd op de voorwaarde dat ik niet kruimel in bed of de limonade naar beneden laat vallen. De lieverd.
Na een uur of wat doe ik mijn ogen weer open. Ik klim uit bed en samen met Marc drogen we de kajak zo goed als het gaat af en hijsen we ‘m in de rugzak. Alle natte spullen gaan weer in het krat en we maken ons klaar voor de enorme wandeling naar het dorpsrestaurant, waar Marc een tafel heeft gereserveerd. 100 meter lopen. Of rollen 😉
Het dorpsrestaurant is doorgaans enkele dagen per week open, behalve in de zomer, dan zijn ze dagelijks geopend. Marc kennende gaat hij af op de ambiance, de reviews en de menukaart. We stappen een voormalig kruidenierswinkel binnen met Zweedse inrichting. Er is goed gedacht aan de akoestiek (geluidspanelen aan het plafond), en er zijn niet heel veel tafels bezet. Ik vind het geweldig! We genieten van schnitzel (Marc) en Regenboogforel uit het meer. Tijdens het eten onderwerpen we elkaar aan het einde-vakantie-diepte-interview (daarover morgen meer).
Na het eten lopen we nog een rondje door het dorp, waarbij Marc nog een eindje doorloopt en ik alvast terug ga naar de tent. Ik raak aan de praat met onze Dresdener buren, die net 10 dagen hebben gekajakt op het meer achter de camping met hun twee 17- en 18-jarige kinderen. In tegenstelling tot de tieners die we eerder tegenkwamen, hebben deze het geweldig gevonden en zijn ze nu op de fiets naar huis. De ouders stonden met ons 3 dagen op de camping. Ze wilden alles weten van onze trip in Rogen.
Ik lig al even een boek te lezen als Marc klaar is met zijn wandeling.








