Ik word wakker van vogelgezang, ritmisch aangegeven door een koekoek. Om 10 uur staan we bij een staafkerk, een uit hout opgetrokken kerk, waar we onder een grafsteen een geocache vinden. Een prachtig kerkje op een prachtig plekje.
We gaan op weg richting Mora. Onderweg heeft Marc een geocache uitgezocht waar hij langs wil. We rijden een grindbospad op. Aan het einde is er een parkeerterrein die duidelijk ook door wildkampeerders gebruikt wordt, gezien een restje van een klein kampvuur. We lopen een pad in wat een beetje overgroeid is, totdat we tegen spoorrails aanlopen. Het spoor wordt al jaren niet gebruikt. We slaan rechtsaf en lopen langs een schuilhut, voorzien van mooi stookhout. Ik vraag me wel eens af wie dat hier regelt. Daarna lopen we een oude spoorbrug over, boven een kolkende rivier. Niet veel later vinden we de cache, die al bijna 2 jaar niet meer gevonden is. Dat komt in Nederland eigenlijk nooit voor. We lopen terug en genieten van de prachtige desolate plek, die we zonder het geocachen nooit gevonden hadden.
In Mora zoeken we een parkeerplaats. We lunchen en laden de fietsen af, om op de fiets het stadje te verkennen. Hier eindigt ieder jaar de Vasaloppet, een langlaufwedstrijd vergelijkbaar met de 11-stedentocht-gekte, maar dan ieder jaar. Althans, dat vernam ik een paar jaar geleden op een eerdere winterreis naar dit gebied.
Gustav Wasa (of Vasa) initieerde (en rekruteerde) in Mora een opstand tegen de Denen. Na de geslaagde opstand werd Zweden onafhankelijk van de Noren en de Denen en werd Gustav de eerste koning van Zweden. Een belangrijke man dus, vandaar dat hij de naamgever is van deze wedstrijd, een oorlogsschip uit 1600 en knäckebröd. Tot die conclusie kom ik nu pas.
We zien aan de andere kant van de rivier een camping, en besluiten hier een nachtje te blijven. Als we de camping oprijden zien we hoe enorm groot de camping is. We kiezen een rustig veld uit en parkeren de bus.
‘s Avonds maakt Marc nog een kleine wandeling over het terrein en vermaak ik me met een boek.






