We staan weer op tijd op. Onze Zweedse maten zijn ook al wakker. We kletsen nog wat en daarna lopen we weer terug naar het andere meer. We gaan definitief niet over Rogen terug, want te winderig, lagerwal en wat saai, één recht stuk.
Via een kronkelende route leid ik ons weer terug naar onze overnachtingsplek. Bij de lunchplek van dag 1 houden we een korte snackpauze. Fredje de snoek is weer druk bezig kleine visjes te verorberen aan het begin van de beek. Dit keer weinig kleine visjes. Op onze laatste oversteek komen we de drie Duitse vissers weer tegen, die we op dag 1 ook tegen waren gekomen. Ze blijven 10 dagen in dit gebied. Ze hebben een enorme hoeveelheid spullen bij zich.
De ondiepe stukken die eerst heel moeilijk waren, gaan we nu uiterst gecontroleerd doorheen. We hebben de afgelopen dagen behoorlijk wat ervaring opgedaan. Om niet al te vroeg bij de schuilhut aan te komen, plak ik er nog een rondje aan waar we nog niet geweest zijn. De omgeving is prachtig, nog steeds, maar we genieten meer met onze ogen en minder met een camera.
Rond een uur of vier komen we bij de schuilhut aan. We parkeren de boot weer op een beschutte plek en slepen de boel naar boven. We zetten de tent op en leggen droge kleding klaar. We gaan nog even een duik nemen om de modder, anti-mug en zonnebrand van ons af te spoelen. Super slecht voor het milieu allemaal, maarja… We trekken onze kleding uit bij de boot en stappen het water in. Het water is ijskoud, maar uiteindelijk wel lekker. In de zon warmen we snel weer op. We duiken de tent nog even in om een boek te lezen, maar vooral om even mug- en rode mier-vrij te zijn.
Tegen etenstijd zagen we wat hout met de zaag die hier hangt om wat te kunnen stoken en om wat achter te laten. De volgende bezoeker vind het vast fijn als er ook wat ligt. Met de bijl en mijn mes maak ik aanmaakhout. Marc vraagt zich af waarom die bossen berkenhout tegen de boom staan. Het hout wordt hier in de winter weer aangevuld, dan kom je hier gemakkelijker met een sneeuwscooter op ver het ijs. Ze staan verticaal om te drogen en niet weg te rotten of weg te rollen als de sneeuw smelt.
Na de thee met chocolade hou ik het voor gezien en ga weer naar de tent om te schrijven. Marc gaat in de zon liggen lezen, maar die is me nu (20 uur) nog te fel. Donker wordt het hier niet.
Ik kan de slaap niet vatten. Om 23 uur slaap ik nog niet. De zon gaat zo onder. Ik vraag Marc of hij zin heeft in een nachtelijk vaartochtje. Dat wil hij wel! We kleden ons aan en pompen de boot op. Vanwege de warmte vanmiddag hebben we die half leeg laten lopen. We varen een inham in van Uthussjön. De bomen, de stenen en het water hebben nu een andere kleur, een andere beleving. Het is windstil op het water. Als we stil houden, horen we echt niks, zelfs geen vogels. Heel gaaf! Na 1,5 uur houden we het voor gezien en keren we terug naar ons bivak.
Eenmaal in de tent hoor ik Marc snel rustig ademhalen. Ik kan nog steeds de slaap niet vatten. Wat een bijzondere ervaring!
Morgen nog een klein stukje terugvaren naar Käringsjön en dan zit dit tripje er weer op!






