Dag 6
Marc krijgt koffie geserveerd maar ik kan amper op mijn stoel blijven zitten. “Ga maar vast, lieverd”, zegt hij. Ik groet de serveerster en ik loop terug naar het hotel. Ik duik meteen mijn bed in.
In de ontbijtzaal is het de volgende morgen al behoorlijk bedrijvig. Allemaal wandelaars die voor de hitte willen vertrekken. Na het ontbijt halen we onze fietsen uit de garage. Die van Jim staat er nog. We laden onze tassen op en om 7.10 uur zijn we vertrokken.
Meteen in het dorp mogen we bij het spoor op de trein wachten. Rechts van mij staat een hardloper zijn rek- en strekoefeningen te doen op de maat van de bel van de overgang. Links van Marc staat een man stiekem naar Marc zijn fiets te kijken. 5 minuten en 6 treinen later zijn we dan echt vertrokken. We fietsen aan het begin een groot stuk langs het spoor. We moeten een paar keer er overheen of onderdoor. Dus fiets in de lift proppen of, als die het niet doet, de fiets van de trap tillen. Marc regelt de fietsen, ik de bagage. We zijn helemaal in onze nopjes met een rolstoelhellingbaan van 3 verdiepingen hoog!
Na de verstedelijking rijden we door landbouwgebied. Er wordt druk tomaten geoogst van kleine, lage struiken. De tomaten hebben een langwerpige worm. Ze worden met vrachtwagens opgehaald van het land. In de bocht verliezen ze wat van hun lading, dus daar ruikt het naar verse tomaten. Lekker! Nadat de oogst is gedaan worden de planten en de bewatering weggehaald. Wat een berg afval geeft dat!
Na 9.30 uur wordt het echt warm en worden de schaduw plekken spaarzaam. De weg waar we overheen rijden is stoffig. Gelukkig rijden de boeren met hun tractoren en vrachtwagens rustig, zodat we niet te veel stof happen. Op een enkele automobilist na dan. Na een uur door het stof vraag ik me af of ik een blauwe of een witte fiets heb… Af en toe passeren we een dorpje, waar we dan even in de schaduw rusten en naar koffiedrinkende dames op een terras zitten te kijken. Het wordt helemaal leuk als ze gepassioneerd gaan praten. Het lijkt dan net of ze ruzie hebben, maar dat is het zeker niet.
Na een paar uur tomaten, maïs, druiven, stof en hobbelen bereiken we Santarém. Dit stadje ligt op een heuvel, dus we het venijn zit ‘m in de staart vandaag. Een helling van 5-15%, welja. Tuurlijk. Kapot komen we boven.
Het eerste hotel wat we bekijken is nog dicht en gaat pas over 2 uur open. Dan maar naar de volgende. In een verouderd hotel vinden we een prima kamer met 3 bedden. We gooien onze spullen af en duiken meteen onder de douche. Terwijl ik de kleding van vandaag sta uit te spoelen, wringt Marc deze uit en hangt ze op. Hopelijk zijn ze morgen op tijd droog. Daarna is het tijd om bij te komen van de warme tocht en siësta te houden.














