Noord Frankrijk

Dinsdag 18 t/m zaterdag 22 mei

Vlak voor de Franse grens stond er heel veel politie op de weg het verkeer te regelen. Ik weet niet waarom, want ik mocht direct doorfietsen. Het is meteen duidelijk dat ik België uit ben. De dorpjes zijn kleurrijker en er is veel minder lintbebouwing. Ook staan de wegen weer veel beter aangegeven dan in afgelopen twee dagen in Wallonië. Na een paar kilometer ben ik ook de Ardennen uit en daal ik van vijfhonderd naar zo’n tweehonderd meter af. Onderweg heb ik nog de routevariant over Butte de Montfoucon genomen, langs een Amerikaans monument voor de gevallenen van de eerste wereldoorlog. Het is inderdaad typisch Amerikaans want het is enorm groot en aanwezig. Helaas was de toren gesloten, dus die heb ik niet kunnen beklimmen. Na een lekker lange afdaling ben ik geëindigd op een municipal in Varennes-en-Argonne.

Het weer is ook woensdag weer fantastisch. Het is zo’n twintig graden, zonnig en droog. Wat alleen wel te merken is, is dat ik in het lege noorden van Frankrijk ben. De eerste horeca was al na tien kilometer bergaf, maar dat vond ik nog wat te vroeg voor een koffiestop. Helaas ben ik de zeventig kilometer daarna niets meer tegengekomen dat open was. De tachtig kilometer zijn wel heel snel gegaan. Om twee uur ‘s middags was ik al in Châlons-le-Champagne. Aangezien in dit gebied de campings schaars zijn en ik alweer ruim een week onderweg ben besluit ik daar maar te stoppen en van de rest van de dag een rust- en stadsbezichtigingsdag te maken.

Het is vanaf de camping iets meer dan een half uur lopen naar het centrum en dat ik na acht dagen fietsen ook wel eens lekker om te doen. Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om lekker op een terrasje met een koud biertje mijn reisverslag bij te werken.

En zo zit je in Châlons-le-Champagne bij een Italiaans restaurant te eten, zo zit je honderd kilometer verderop net voorbij Troyes op een kampeerveldje bij een jeugdherberg. Het waren honderd erg makkelijke kilometers over open vlaktes met maar hier en daar een klein heuveltje. In de routebeschrijving stond dat in Dommartin-Lettrés een dorpscafé annex woonhuis is dat onregelmatig open is. Ik leek geluk te hebben, want het was open. De koffie was echter de meeste vreemde variant die ik ooit in een café tegen ben gekomen. Er stond een pot oude koude koffie klaar, waarmee een half kopje werd gevuld. Dat werd opgewarmd in de magnetron waarna het bijgevuld werd met koude koffie uit de pot. Ondertussen zal de bejaarde café-eigenaar aan de wijn al pijprokend naar negenletterwoordenlingo te kijken. Maar ja, het is gelukt om een kop ‘koffie’ te krijgen.

Troyes zelf ben ik snel doorgefietst, want ik had geen zin om na een dag in Châlons weer een stad te bezoeken. Rond vieren ben ik in Rosières gestopt bij de jeugdherberg. Na duidelijk gemaakt te hebben dat ik niet geboekt had en echt niet voor een kamer kwam, maar gewoon mijn tent wilde opzetten kon ik nog lekker relaxen in de stralende zon. En er werd zowaar alweer voor mij gekookt, dus de pastasaus die ik had gekocht heeft mijn fietstas nog niet verlaten. Ik weet trouwens niet waarom er gevraagd werd of ik gereserveerd had, want er was die avond niemand anders. Het reserveringsboek zal dan ook wel leeg geweest zijn.

Na een ontbijtje in het hostel ben ik vrijdagochtend weer op weg gegaan. Het was weer een heel makkelijke dag, want het grootste deel van de route ging over perfect geasfalteerde jaagpaden langs de Yonne en het Nivernais-kanaal. Er waren sinds het verschijnen van het boekje meer fietspaden langs het kanaal gemaakt. Dat zorgde er wel voor dat ik een kilometer of twintig omgereden heb, want ik bleef gewoon het pad volgen zonder door te hebben dat de route de andere kant op ging. Maar het weer zat mee, de weg zat mee en het ging heel lekker, dus dat maakte eigenlijk niets uit. Ik eindigde de dag op een municipalletje langs het zelfde kanaal, waar ik eindelijk mijn pastamaaltijd maakte.

Zaterdag begon ik de dag door lekker vers brood bij de lokale bakker te kopen en die op het terrasje ernaast met een kop koffie erbij op te eten. Ik trok al snel de belangstelling van de stambejaarden die ik met handen en voeten heb uitgelegd welke route ik fietste. Het bleek dat enkelen de toren die nog geen kilometer uit het dorp stond niet eens kenden. Na het ontbijt ging ik berg-op naar Vézelay, een oud en authentiek vestingstadje. Ik vond het leuker dan Carcassonne, want ondanks dat ook Vézelay toeristisch is, zijn er veel minder souvenirwinkels en cafés. Daarnaast wordt Vézelay ook nog echt bewoond.

Na Vézelay ging de route heuvel op, heuvel af, heuvel op, heuvel af naar Nevers waar ik onder de Loirebrug op de camping mijn tent heb opgezet. In de stad neem ik een gigantisch glas Hoegaarden en een heerlijke echte hamburger op een terrasje om te vieren dat ik het eerste boekje uit heb en dat ik over de duizend-kilometergrens ben gegaan. ‘s Avonds op de camping ontmoet ik Frans en Rosalie die ook de Oude Wegen aan het volgen zijn. Op hun Koga’s.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *