Op naar Zweden

Na het ontbijt lopen we naar de bushalte om de bus naar de luchthaven te nemen. Daar staat voor ons een Suzuki Swift voor ons klaar, die ons de rest van de reis zal vergezellen. We moeten wennen aan haar rijstijl, schakelen zijn we niet meer gewend. Maar de Carplay van onze telefoons doet het er op, dat maakt het navigeren en muziek afspelen wel zo fijn!

We rijden een stuk langs het fjord waar we gisteren doorheen zijn gevaren. Er ligt nu een laag ijs op. Gisteren zagen we van ver ijsvissers. Nu we er langs rijden, zien we diverse groepjes vissers.

Het is redelijk mistig, dus we realiseren ons dat we gisteren verwend zijn met het weer. De wereld is WIT. Met wat grijsgroene accenten naast de weg en een grijzige streep waar we overheen rijden. We moeten rechts van de gele streep blijven maar verder is de wereld, eh… wit dus. Mooi is het wel.

We rijden langs dorpjes en andere fjorden. Er is weinig te beleven hier op een zondag. We zijn vergeten boodschappen te halen en op zondag zijn de supermarkten hier dicht. Oei.

We vinden een cache bij een station. De spoorlijn is er nog niet. Die is 100 jaar geleden beloofd, maar is er tot nu toe nog niet. We spreken de eigenaresse die het station alvast in haar tuin heeft gezet. Ze gaat er van uit dat het nog wel een hele tijd gaat duren. Maar er wordt druk gelobbyd en de inzet is hoog: een tweebaans hogesnelheidsspoorlijn vanaf Bodø naar Kirkenes, terwijl in half Noorwegen maar een eenbaans reguliere spoorlijn ligt. Je kan wel vanaf Narvik naar Oslo met de trein, maar dan via Stockholm. Een mijl op zeven.

En zo kletsen we wat en doen we wat lokale cultuur op.

Vlak voor Narvik slaan we af richting Abisko. Het valt me meteen op dat het landschap anders wordt. Ruiger. Vlak voor de grens zien we wat vakantiehuisjes. Net over de grens zijn het er mega veel. Hallo toerisme! Bij de supermarkt met de geweldige naam “ICA nabij de rijksgrens” doen we boodschappen. En met ons een hoop Noren. Er loopt een jongen ons voorbij met ijsklimspullen, we zijn langlaufers en skiërs en op de parkeerplaats zien we een flinke kudde sneeuwscooters op aanhangers staan.

Het is nog maar een half uurtje naar het hotel, maar het is een vermoeiend stukje. Er ligt ijs op de weg en het is gaan sneeuwen. Vermoeiend rijden dus. Eenmaal in het hotel zitten ze voor het eten volgeboekt, maar er is nog een plekje over een kwartier. Dan maar vroeg eten. We hebben na zo’n lange reis eigenlijk geen zin om nog op stap te gaan, en vanavond worden we om 20.30 uur ergens verwacht voor noorderlicht excursie. In de mist. Right! Al heb ik zin in een nachtelijk uitstapje in de sneeuw, we hebben de hele dag al in de auto gezeten. Dat licht is dan maar jammer.

We hebben weer een knusse kamer, maar met veel meer stijl aangekleed dan de kamer in Tromsø. In de lobby brandt de houtkachel. Ook het restaurant ziet er erg gezellig uit.

Ik mag mijn bestelling in het Engels doen, Marc wordt tot groot plezier van de medewerker in net Zweeds toegesproken. Op het eind moet hij dan toch in het Engels om de rekening vragen. “Ik kan wel zeggen dat er een Noorse architect in mijn bed ligt en dat de advocaat met de verdachte praat, maar om de rekening vragen kan ik nog niet.”, zegt Marc. Ik vraag me toch af wat Duolingo je allemaal leert… Wil ik dat wel weten?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *