18-04-2024: Durness

“Oh, het is zó mooi buiten!”, zegt Marc als hij zich klaar maakt om te gaan slapen. “Dat zal best”, mopper ik, “maar ik vind het toch behoorlijk koud in bed”. Het is helder buiten dus wat aan de frisse kant. We hebben extra dekens mee dus die leggen we over ons heen.

Rond 3 uur ben ik klaarwakker. Het is behoorlijk gaan waaien. We zijn vergeten de bus met de kont in de wind te zetten, dus het doek van het dak klappert als een gek. Wat een lawaai! Het wordt een gebroken nacht want het blijft de hele nacht waaien.

We drinken cappuccino met een saucijs van gehakt, venkel en appel in een tentje in Ullapool. Als de twee Nederlandse dames naast ons vertrekken komen daar twee Canadezen voor in de plaats. Ze zijn er al bijna 3 weken en hebben heel veel regen gehad in de meest zonnige maand van het jaar. Althans, statistisch gezien. Waar wij ontzettend veel lol hebben in de single track (eenbaans) wegen, vinden zij die een beetje eng. Net iets te smal, vinden ze. Ze volgen dezelfde route als wij.

We rijden door een plaatsje met de naam Stoer. Het is heel uitgestrekt, overal staan huizen met flinke stukken grond er omheen. Waarschijnlijk voor de schapen, waarvan er sommigen door het dorp lopen. Marc maakt allerlei woordgrapjes over de plaatsnaam.

Het blijft bijna de hele dag regenen. De wereld was gisteren nog zo groot, maar vandaag is deze behoorlijk klein geworden. We rijden weer over single track wegen waar je officieel 97 mag, maar ik vind 50 ook heel leuk. Om de 100m is een inham waar je elkaar kan passeren. Zowat iedereen zwaait naar elkaar bij het passeren. Het valt me op dat we veel campers en huurauto’s passeren.

Tegen half 4, als ik me lekker aan het vermaken ben op de smalle weggetjes, zie ik vanuit mijn ooghoeken iets in de berm bewegen. Snel trap ik op de rem, want twee grote herten steken de weg over. Een prachtig gezicht!
Ik denk aan het hert wat we gisteren bij een parkeerplaats tegenkwamen. Gezien de stand van de poten, was het aangereden en lag het voor de parkeerplaats in de berm naar bezoekers te kijken. Hopelijk is er snel een jager gekomen om het beest uit zijn lijden te verlossen. We hebben maar even een andere picknickplaats gezocht… Zou het hert er nog zijn?

Als we over een stukje hoogland rijden, halen we oude tractoren in. Het is de Highland hospice vintage tractor run. Geinig gezicht maar niet heel comfortabel, sommige tractoren zijn niet overdekt en ze maken flink wat herrie.
Aan het einde van het hoogland ligt Durness. Vanaf hier kun je met een pontje naar Cape Wrath, één van de meest noordelijke punten van het vasteland. Vanaf daar gaat er een bus naar de vuurtoren, want je rijdt over een Shooting Range van het leger. Helaas gaan de pontjes (en de bus) pas vanaf 1 mei.

Durness is weer zo’n plaats waar ze hier veel van hebben. Iets wat door gaat voor een supermarkt, veel schapenweides, wat witte huizen en een mega camping. We zien één VW camper met zijn kont in de wind staan, bij alle andere plekken lukt dat niet. Dus ik trek mijn stoute schoenen aan en vraag of we er naast mogen staan. Zolang we geen Nederlandse housemuziek draaien om 3 uur ‘s ochtends, vinden onze buren het geen probleem.

Na het eten wandelen we een stukje door het dorp en via het strand weer terug. We tellen 49 campers en 2 caravans, waarvan 1 Belg en wij. Veel van de campers zijn gehuurd. Het is ook het meest ideale vervoermiddel hier. Van Marc begrijp ik dat ook in de zomer je tent opzetten in dit gedeelte van Schotland best een uitdaging kan zijn.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *