Het oosten met pijnstillers

Op zaterdag is het zover, ik stap op de fiets om naar Utrecht te gaan. Daar neem ik de trein naar Heerenveen om via een mooie route naar Remko te fietsen. Bij het opstaan blijkt dat ik een spiertje in mijn nek verrekt heb, maar zo erg kan dat toch niet zijn?

Op zondag stond ik na een veel te korte nacht veel te vroeg op. De slaap was slecht te pakken met een pijnlijke nek, maar misschien dat het fietsen het wat verlicht. Via een mooie route gaan we langs het herinneringscentrum Westerbork richting Borger waar we de boodschappen voor het avondeten halen. In Bronnegerveen (dat ik consequent verkeerd uitspreek) vinden we een boerencamping voor de eerste overnachting.

Helaas, van slapen komt weinig terecht, de nek gaat steeds meer pijn doen. Ook de rechterkant begint nu stijf te worden. Onderweg sla ik een familievoorraad Ibuprofen indoor, misschien gaat dat iets helpen.

Intussen zijn we echt aan het rondje Nederland begonnen, en fietsen we via een mooie rustige wegen en paden door Drenthe naar het zuiden. Helaas zijn het niet alleen maar gladde asfaltwegen, maar ook veel bospaden en klinkerwegen. Ik kan je een ding zeggen, met een pijnlijke nek zijn die verschrikkelijk.

Op een erg mooie camping in Annerveen, een stukje na Emmen, slaan we ons kamp weer op. Het begint wat te regenen, maar er is een binnenruimte waar we ‘s avonds kunnen zitten. Helaas hebben de pijnstillers nog steeds niet heel veel effect. Tenminste, waarschijnlijk zou het zonder de pillen nog veel erger zijn, maar als zelfs eten lastig gaat omdat het pijn doet om je mond te openen is de lol er wel een beetje van af.

Ik probeer het toch nog één dag, vooral omdat het toch iets minder lijkt te worden. Het is vooral een dag met mooie caches en, jawel, alweer stevige hoofd- en nekpijn. Intussen begint een van de pedalen van Remko het ook nog eens te begeven. Al vroeg besluiten we te stoppen op een boerencamping, nadat er nieuwe pedalen gekocht zijn in de lokale fietsenwinkel. Op de camping begin ik te kijken waar ik heen moet fietsen om met de trein naar huis te gaan, want ik ben het helemaal zat. Hoe mooi de route ook is en hoeveel zin ik ook in de tocht heb, drie slapeloze nachten is voorlopig echt genoeg.

Al vroeg in de avond kruip ik onder invloed van een kleine vracht pijnstillers mijn tent in, om de volgende ochtend pas door mijn wekker gewekt te worden. Kijk, zo wil ik het nog wel even proberen. Zeker ook omdat we door het gebied langs de Dinkel bij Ootmarsum en Denekamp komen, waarvan ik weet dat het er heel mooi is.

Verrassend genoeg kom ik de dag door met maar drie paracetamolletjes. Remko heeft meer pech, van de nieuwe pedalen begeeft eentje het al na een kilometer of vijftig. Na een tocht van een kilometer of 80 stoppen we tussen Enschede en Hengelo. Het gaat weer lekker, maar we besluiten een dagje te stoppen in Enschede te bezoeken. Dan kan ik ook meteen een nieuw stoeltje kopen, want ook die heeft het begeven.

Vierduizend

Okee, achtendertighonderdnegenenvijftig kilometer. Ik ben weer thuis. Het rondje is compleet. Ik heb heel, heel veel geluk gehad met het weer en op wat lekke banden en twee kapotte spatborden na heeft mijn fiets en de rest van mijn uitrusting het goed volgehouden dit jaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar, eerst maar eens terug naar waar ik gebleven was. Direct nadat ik België ingefietst was werd ik aangesproken door een man die vroeg of ik een fietspomp bij me had. Hij ging altijd op de brommer naar zijn winkel toe, maar vandaag had hij besloten dat dat ook prima op de fiets kon. Alleen had hij er niet aan gedacht dat het handig zou zijn als er lucht in de banden zou zitten. Gelukkig kon ik hem daar wel aan helpen.

Via een niet eens zo heel erg lelijke route – het blijft immers de Belgische kust en die is nog voller gebouwd dan de pretpark / winkelparadijskustplaatsen van Engeland – stop ik in Koksijde. Van de vijf campings die in mijn GPS staan zijn er drie stacaravanparken en is er één inmiddels een ruïne. Gelukkig had ik bij de laatste camping wel raak, voor maar vijf euro (plus een euro voor de douche) had ik een prima plekje met picknicktafel en gezelschap van twee Nederlandse fietsers die onderweg waren naar Calais om daarna in Engeland te gaan fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Vlaanderen volgt de LF1 Noordzeeroute vreemd genoeg niet de kust. Deze volgt meer landinwaards vooral jaagpaden langs kanalen. Zoals alleen Belgen het kunnen bedenken is er nog een LF1-route, deze heet de kustroute. Deze route gaat wel langs de kust en wanneer je die volgt is het meteen duidelijk waarom de Noordzeeroute anders loopt, want langs de kust liggen vooral drukke autowegen. Ik heb een combinatie van de twee routes gefietst en ben vlak na de Nederlandse grens gestopt in Cadzand. Daar aangekomen besluit ik de rest van de route weer aan te passen, want er is in het weekend weer een weekend van de Jonge Actieve Naturisten. Deze keer in Brabant, en het is wel zo leuk de vakantie op dezelfde manier af te sluiten als hoe deze begonnen is.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Langs de mooie kust van Zeeland fiets ik naar Veere, waar ik op het natuurkampeerterrein Het Veerse Gat kampeer. De volgende dag begin ik redelijk laat, want ik ga het Veerse Meer met de veerdienst ‘Rondje Pontje’ oversteken. De eerste boot gaat echter pas om kwart over tien. Met de wind vol in de rug fiets ik dwars door Zeeland over de verschillende eilanden om net in Brabant te stoppen in Stampersgat. Daar blijkt een kennis van de Wereldfietsers een jaarplaats op de camping te hebben. De koude biertjes smaakten prima.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op vrijdag fiets ik het laatste stuk naar de camping van het JAN-weekend, maar onderweg spreek ik nog met Arthur van Bijleveld af om in Baarle-Nassau met een lunch mijn verjaardag te vieren. Na een zeer geslaagd en gezellig weekend fiets ik tenslotte terug naar Vianen. Hier wilde ik eigenlijk twee dagen over doen, maar met de wind in de rug was ik om half vier al in Gorinchem. Die laatste twintig kilometer heb ik toch ook maar direct gefietst. De reis eindigde bij mijn ouders, met een lekkere lasagnemaaltijd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is weer tijd om te bedenken wat de volgende reis gaat worden.

Frankrijk, wat heet

Het begon lekker in Frankrijk. In de buurt van Cherbourg, waar de boot ruim op tijd aankwam, liggen meerdere campings. Helaas was het zondagmiddag en was overal de receptie dicht. Op zich niet erg, dan zet ik normaal gesproken gewoon ergens mijn tent op. Deze keer hadden alle campings in plaats van een slagboom een hek dat dicht zat. Na de vierde camping, en ruim 20 kilometer, ben ik maar weer teruggegaan naar de eerste in de hoop daar iemand te vinden. Gelukkig liep er net iemand bij de poort die de code gaf om de poort te openen. Uiteindelijk is het een gratis camping geworden, want de volgende dag was er nog steeds niemand van de camping te bekennen.

De eerste dagen was de route redelijk vlak en de temperatuur heerlijk om te fietsen. Ik fietste langs allerlei monumenten want de stranden langs deze kust zijn de plekken waar d-day plaatsvond. Alleen, toen de heuvels en de kliffen begonnen verdwenen ook de wolken en was het soms tegen de 40 graden in de zon. Langs de kust zijn weinig bomen, dus in die veertig graden mocht ik de heuvels beklimmen. Gelukkig zijn ze niet zo steil als in Engeland en Ierland, maar per dag heb ik toch regelmatig meer dan 1200 hoogtemeters gemaakt.

Gelukkig dachten mensen met me mee, zoals de man die de auto stond te wassen en mij best ook even nat wilde sproeien tijdens een van die klimmen. Of de ober die ‘s middags in plaats van de rekening van het dagmenu een tweede fruitsalade kwam brengen. En daarna een derde. Toen had ik toch echt wel genoeg fruit op en ben ik binnen maar gaan afrekenen.

Op woensdag was het zover, ik ben de 3000 kilometer gepasseerd. ‘s Avonds in Étretat heb ik dat gevierd met een heerlijke mosselpan, een flesje roséẃijn en een lekker ijscoupe toe. Op de camping municipal van Étretat was het enorm druk, en toen ik naar de kust gelopen had snapte ik waarom. Wat een mooie kliffen zijn daar! Doordat het routeboekje nog thuis ligt heb ik geen informatie vooraf en is alles dus een verrassing.

Via nog veel meer kliffen – en daarmee heuvels – fietste ik naar het saaie landschap tussen St. Valery-sur-Somme en La Calotterie, waar ik twee andere Nederlandse fietsers tegenkwam, Marjo en Andŕé. Samen zijn we nog een dag opgefietst tot vlak voor Calais, waar zijn hun auto hadden staan en een afspraak hadden gemaakt met een Warm Showers-host om in de tuin te kamperen. Daar was ik ook welkom, dus daarmee was het de tweede keer deze reis dat ik van Warm Showers gebruik heb gemaakt.

Het laatste stuk tussen Calais en de Belgische grens ging niet helemaal zoals gepland. Ik had een eigen route gemaakt en ik had de route van Langs het Kanaal ook in de GPS staan. Op een of andere manier ben ik van beide routes afgeraakt en heb ik via kiezelpaden en afgesloten bruggen toch Dunkerque gehaald, waar ik op de boulevard nog een patatje gegeten heb. Vanaf daar was het nog maar een paar kilometer tot de Belgische grens, waarmee ik het achtste land van deze reis in ben gefietst.

Plannen zijn er om te veranderen

Wales is steil. Heel steil. En het waait in Wales. Heel hard en precies vanuit de verkeerde hoek, dus ik heb storm en regen tegen. Toch probeer ik door Wales te fietsen, maar op de tweede dag geef ik het toch op. Het waait zo hard dat ik de volgende heuvel echt niet meer op kom. Ik besluit af te wachten hoe het weer de volgende dag is. Wanneer ik op de enige camping in de buurt aankom blijkt dat ze daar 25 pond voor een overnachting durven te vragen. Dat vind ik iets te veel van het goede, dus dan zal ik optie twee maar gebruiken: Wales overslaan en een stuk met de trein gaan. Wanneer ik bij het station met de onuitspreekbare naam Penrhyndeuraeth aankom blijkt de trein al over twee minuten te gaan. Het kaartje kan ik bij de conducteur kopen. Omdat het zondag is gaan er niet zoveel treinen waardoor ik niet in Newport kan komen, vanwaar ik verder wil fietsen. 

In Shrewsbury, waar ik over moet stappen, vind ik echter een Warm Showers-adres waar ik welkom ben. Dat is de eerste keer dat ik er zelf gebruik van maak, er zijn al wel vaker andere fietsers bij mij langsgekomen. Stuart en zijn vrouw hebben een garage met een gastenverblijf, waar ik gebruik van mag maken. ‘s Avonds is er een Open Mic-avond in een plaatselijke kroeg waar lokale muzikanten een jamsessie houden. Stuart is een van de spelers, en het is een geweldige avond. Mijn twijfels of het wel slim was de trein te nemen zijn volledig weg, dit had ik anders niet meegemaakt.

De volgende ochtend neem ik de volgende trein die me in ruim twee uur, zonder tussendoor ergens te stoppen, in Newport brengt. Bij het centrum van Newport moet ik aan Nieuwegein of Almere denken, en dat is niet echt positief. In plaats van een camping bij de stad te zoeken fiets ik maar vast een stuk naar het oosten, tichting de brug over de Severn die ik moet nemen om in Bristol te komen. Ik stop uiteindelijk een paar kilometer voorbij de brug op een boerencamping die helemaal gratis is. Tenminste, de prijs was 10 pond en de boerin zou binnen wisselgeld halen. Dat is ze waarschijnlijk helemaal vergeten, en ik heb haar daarna ook niet meer gezien. Netjes als ik ben heb ik de volgende ochtend nog aangebeld, maar er was niemand thuis.

Via een mooie route kom ik in Bristol aan waar op een binnenpleintje een aantal foodtruchs staan. Het is rond lunchtijd, dus dat komt mooi uit. De tortilla smaakte prima, en het weer wordt ook steeds beter. Ik kan al de hele dag zonder jas fietsen. Via een oude spoortlijn fiets ik verder richting Bath. Zo’n 10 kilometer voor Bath stop ik op de dichtsbijzijnde camping waar tenten ook toegestaan zijn. Dat blijft een punt in Engeland, veel campings blijken geen vergunning te hebben voor tenten. Op deze camping blijf ik twee dagen, ik een dagje Bath bezichtigen, en daar ga ik met de bus heen, want ik vind het niet handig om een fiets bij me te hebben in de stad.

Bath is een enorm mooie stad. Natuurlijk bezoek ik de oude romeinse baden, samen met honderden andere mensen. Als je de grote groepen maar een beetje probeert te ontwijken kan je de meeste dingen toch redelijk rustig bekijken. Daarna ga ik met een gratis wandeltocht van ruim twee uur mee. Dat was me in Dublin erg goed bevallen, en ook hier was het erg interessant. Na een heerlijke Italiaanse maaltijd in een binnentuin neem ik de bus weer terug naar Bitton. Vreemd genoeg is de busreis terug twee keer zo duur als heen.

Na een nogal uitgebreid ontbijt in de oude stationsrestaurantie van Bitton fiets ik verder langs de vergeten spoorlijn om bij Bath National Cycle Route 24 richting Southampton te volgen. Ik ga dus niet naar Cornwall, en ik ga ook niet naar London. In London zijn pas weer aanslagen gepleegd en ik heb geen zin om nu daarnaartoe te gaan. Het heeft denk ik enige tijd nodig voordat het weer rustiger wordt in de stad. In plaats daarvan neem ik de ferry van Portsmouth naar Cherbourg in Normandië om toch een stuk van de Langs het Kanaal-route te fietsen. Dat was oorspronkelijk een van mijn plannen, maar het boekje heb ik thuisgelaten. Gelukkig heb ik de tracks wel in mijn GPS staan.

In tweeënhalve dag fiets ik naar Portsmouth toe, grotendeels langs oude spoorlijnen via een verrassend mooie route. In plaats van een paar kilometer in Frankrijk ga ik er nu ruim 700 fietsen, en ik heb er zin in. 

De foto’s volgen, de verbinding op de ferry is nogal slecht.

Ierland rond

De dag dat ik Cork uitfiets besluit ik niet naast het hostel te gaan ontbijten, maar wat in de stad te gaan zoeken. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, en uiteindelijk zit ik bijna 30 kilometer verderop dan eindelijk toch aan het ontbijt. Doordat ik nog steeds relatief dichtbij de tweede stad van Ierland zit zijn de wegen nog redelijk druk.

Onderweg kom ik langs Middleton, waar de distillerij van Jamesons Whiskey zit. Volgens het bord dat buiten staat is de volgende rondleiding pas over 2 uur, maar ik ga toch even binnen kijken. Daar blijkt dat ze vanwege het pinksterweekend extra rondleidingen doen en dat ik meteen met een daarvan mee kan. Na Highland Park tijdens de North Sea Cycle Route en Bushmills twee jaar geleden is dit dus de derde distillerij die ik van binnen zie. De rondleiding wordt afgesloten met een proeverij en vergelijking van een Schotse Whisky, een Amerikaanse Bourbon en natuurlijk Jamesons. Eerlijk gezegd ben ik toch meer liefhebber van de Schotse variant. Tenslotte werd er nog een glas Jamesons geschonken. De volgende dertig kilometer naar de camping waren een stuk zwaarder dan de 50 kilometer die ik in de morgen had gefietst, en dat lag niet aan de heuvels.

Intussen begon het weer een beetje om te slaan. Op weg naar de bed and breakfast had ik een aantal buien, maar de volgende dag was het de hele dag nat. Helaas moest ik die dag wel honderd kilometer fietsen, want ik kon geen andere accomodatie vinden. De b&b’s waren veel te duur, het enige hostel op de route was definitief gesloten en andere campings waren er niet. Gelukkig kon het ontbijt vroeg geserveerd worden waardoor ik toch tegen vijf uur op de camping aankwam. De route was weer erg mooi, door de lage passen van de Wicklow Mountains heen. Op de camping bleek helaas mijn achterband voor de derde keer leeg te zijn. De avond kwam toch nog helemaal goed toen mijn Poolse buren me uitnodigden voor een barbecue onder de brug, want dat wat de enige redelijk droge plek.

Via nog een stuk door de bergen en daarna drukke kustwegen fiets ik uiteindelijk naar Dublin. Onderweg kom ik gelukig nog een fietsenwinkel tegen, dus ik sla maar weer een nieuwe voorraad binnenbanden in. De oorzaak van de lekke banden heb ik nog steeds niet gevonden, maar ik word steeds sneller in het vervangen van de band. In het centrum van Dublin zijn ze zo’n beetje op elke weg aan het werk. Ik besluit maar over de stoep te gaan lopen met de fiets in de hand, want de weg is veel te druk en te onoverzichtelijk.

Bij het hostel blijkt dat er geen plek is om de fiets te stallen – ik dacht echt dat ik dat vantevoren gecontroleerd had. Gelukkig blijkt een paar panden verderop een toeristeninformatiewinkel met bagagebewaarpunt te zitten waar ze voor 5 euro per dag mijn fiets wel in de kelder willen zetten. In Dublin hang ik vooral de toerist uit, bezoek ik wat pubs en ga ik naar het vissersdorpje Howth waar prima visrestaurants zitten en een mooie kliffenwandeling te maken valt. Halverwege de wandeling begint het weer te stortregenen, en die regen zal nog ruim een dag aanhouden.

Tenslotte haal ik op vrijdag mijn fiets weer op en fiets ik naar de haven waar ik de boot naar Holyhead, Wales neem. Ik heb de snelle ferry geboekt die er maar tweeeenhalve uur over doet. De tijden daarvan kwamen beter uit, en het scheelde maar vijf euro. Op de boot kan ik het geld in de portemonnees weer wisselen, ik mag weer gaan betalen in Engelse ponden.

Het wilde westen

Inishmore bezoeken was zeker geen verkeerd idee. Met het weer had ik enorm veel geluk, en het eiland is ruig, leeg en mooi. Ik was wel zo’n beetje de enige op het eiland met een eigen fiets, de fietsverhuurders doen goede zaken. Ook heb ik alle geocaches op het eiland gevonden. Allebei.

Vrijdagmiddag heb ik de andere boot genomen naar Doolin. Anders dan de snelle draagvleugelboot op de heenweg was dit een ‘echte’ boot die veel langzamer was en veel meer het idee gaf dat je echt op zee zat. Vlakbij Doolin zijn de Cliffs of Moher, ruige kliffen met heel veel touringcars met nog veel meer toeristen. De route ging er niet langs, maar aangezien ik toch in de buurt was kon ik het niet laten om er toch heen te gaan.

Bij gebrek aan campings in dit deel van Ierland ga ik ‘s avonds weer naar een hostel, deze keer in Kilrush. Daar blijken vaak dolfijnen te zien te zijn, maar ik heb geen geluk tijdens een avondwandeling. Het landschap wordt inmiddels steeds heuvelachtiger waardoor het uitzicht steeds mooier wordt. Zeker omdat het op een enkele bui na fantastisch mooi weer is.

Aangezien ik elke dag minimaal een geocache wil loggen moet ik af en toe wat omrijden omdat niet alleen campings schaars zijn hier. Op maandag is dat helemaal niet erg, want het uitzicht vanaf de heuvel waar de cache van de dag ligt is spectaculair. Hetzelfde spiegelgladde meer waar ik al even langsfietste, maar dan in zijn geheel te zien. 

De overnachting van die dag is nogal apart. Volgens het boekje is er een kampeerplek bij de Climbers Inn bij Glencar. Dat blijkt niet helemaal gelogen te zijn. Achter de kroeg waar een stokoude vrouw achter de tap staat is een veld met gras dat al zeker een jaar of twee niet gemaaid is. Voor vijf euro mag ik daar staan. Er is een toiletgebouwtje bij, maar het douchen kan ik beter binnen in de B&B doen want de douche in het gebouwtje wordt waarschijnlijk niet warm, volgens oma. Later komen er nog een paar Franse wandelaars die ook kamperen. Tegen hen wordt niet verteld dat ze de douche binnen moeten gebruiken waardoor ze voor een paar euro een koude douche hebben. 

 

Tijdens de laatste dag die vooral zuidwaarts gaat fiets ik over twee passen. De eerste is, ondanks de motregen, enorm mooi. De tweede vind ik wat minder, want de weg is een stuk drukker en langs de hele weg staan muurtjes waardoor het uitzicht veel minder goed te zien in. Drukker is overigens relatief, ongeveer om de vijf minuten komt er een auto langs. Tenslotte stop ik in Ballylickey op een camping met de mooiste plek tot nu toe, direct aan de baai.

Na nog een dag fietsen langs steeds drukkere wegen kom ik uit in Cork waar ik twee nachten blijf. Onder het genot van een pint red ale plan en boek ik de laatste ruime week in Ierland. Ook het volgende stuk zijn er weinig campings dus boek ik alvast een B&B, want op de bonnefooi iets vinden gaat vast lastig worden in het pinksterweekend. Ook regel ik vast een hostel in Dublin en de boot naar Wales. De dag sluit ik af in een pub met traditionele Ierse livemuziek.

Reisverhalen en foto's