Daar aan de kust

De Zeeuwse kust. En de Zuid-Hollandse kust. En de Noord-Hollandse kust. Dat was globaal de route van afgelopen week.

Na een enorm gezellig verjaardagsweekend met Falco, Ellen, Arthur en Marjoleine op naturistenterrein Zonnelust in Someren zijn we op maandagochtend weer op de fiets geklommen om richting Zeeland te gaan.

De eerste dag ging nog over de gortdroge, maar enorm mooie heide en door de bossen van Brabant. ‘s Avonds stonden we weer als enige op de camping die net een jaar geleden heropend was na een paar jaar leegstand. De nieuwe eigenaren hadden een huis gekocht waar een camping bij bleek te horen. Gelukkig hebben ze deze nieuw leven ingeblazen, want het is een fantastische plek.

Een paar maanden geleden hebben Remko en ik meegedaan aan een fietstocht van de Wereldfietsers, waarbij we ook langs de dijken van Zeeland fietsen. Toen hadden we de wind vol in de rug en was het heerlijk warm. Zo goed konden we het vast deze vakantie niet krijgen, dachten we toen. Fout. Het is zelfs nog warmer en de wind staat nog steeds perfect.

We komen veel verder dan verwacht en stoppen uiteindelijk op een boerencamping in Kruiningen, waarvandaan het niet al te ver is naar Middelburg waar we voor de verandering maar weer eens de Bever opzoeken. Nu heeft de pompzak van het luchtbed van Remko het begeven. Zal dit nu eindelijk het laatste zijn dat kapot gaat deze reis?

Vanaf Vlissingen volgen we helemaal tot in Petten de Noordzeeroute, veel door de duinen maar natuurlijk ook over de dijken van Zeeland. Dit is het eerste stuk sinds lang waarop we de wind niet constant in de rug hebben. De ene na de andere e-biker racet ons voorbij, maar dat deert ons niet. De weg is mooi en we genieten volop.

De Noordzee hebben we nu achter ons gelaten, morgen mogen we de Afsluitdijk over om in Friesland verder te gaan. Dat is ook meteen eerste dag waarop we moeten plannen waar we stoppen. Tussen Zurich, aan het eind van de Afsluitdijk, en Harlingen zijn geen campings. De laatste avond in Noord-Holland plannen we dus zo dat die camping in 80 kilometer te halen is.

Op en neer

Het rondje Nederland doet alsof het zuiden van Limburg niet bestaat. Aangezien ik het een van de mooiste delen van Nederland vind, heb ik een extra rondje gemaakt die tot het uiterste zuiden van het land komt.

Via een erg mooi, maar uitdagend bospad fietsen we vanuit Roermond richting de grens. Deze zullen we de komende dagen erg vaak oversteken. De tocht voert ons afwisselend van Nederland naar Duitsland, terug naar Nederland en dat blijft zich zo herhalen. De camping waar we ‘s avonds stoppen is een natuurkampeerterrein weer net in Nederland.

We komen steeds zuidelijker, wat duidelijk wordt doordat er steeds meer geklommen moet worden. Ondanks dat we dachten dat de Vaalserberg het steilst zou zijn viel dat in het niet met de klim Kerkrade in. Intussen is het ook hoogzomer geworden, het is overdag ruim 30 graden.

Uiteindelijk stoppen we moe maar voldaan op een camping in Wallonië, op zeker 30 meter van de Nederlandse grens. En zoals van Franstaligen verwacht kan worden spraken ze geen woord Nederlands of Engels op de camping. Wel was er een heerlijk zwembad en waren er eindelijk eens wat andere tentkampeerders op de camping, die zowaar ook met een fietstocht bezig waren.

Eigenlijk wilden we de volgende dag met de bus een dagje naar Maastricht, maar helaas was et net een landelijke staking bij het streekvervoer begonnen. Aangezien er bij Maastricht zelf geen campings zijn hebben we maar een bed en breakfast midden in het centrum van de stad geboekt. De fietsen konden veilig in de binnentuin gezet worden. De stad hebben we via een mooie multicache gezien, en in de avond hebben we een terrasje gevonden met een aanzienlijke hoeveelheid speciaalbieren op de kaart. We hoefden eindelijk eens niets bij de Bever te kopen, er is al een paar dagen niets kapot gegaan.

Vanaf Maastricht moesten we het even rustig aan doen aangezien we op 30 juni, op mijn verjaardag, in Someren wilden zijn om samen met vrienden en weekendje te kamperen en te barbecueën. Daardoor zijn de dagafstanden steeds kleiner geworden. Geheel ongepland zijn we op donderdag geëindigd op het naturistenterrein Diepven in Neeritter. Dat was zeker niet erg, al was het maar om het zwembad waar eindelijk de kleffe zwembroek niet nodig was.

Na nog een mooie tocht naar Someren wordt de reis voor tweeënhalve dag onderbroken voor een gezellig weekend met een heerlijke barbecue.

Gelukkig kwam een van de vrienden langs een Bever, want het noodlot had weet toegeslagen. Nu was de stoel van Remko het slachtoffer.

Over en weer

Een dagje Enschede, of beter gezegd een dagje niet fietsen, bleek het wondermiddel voor mijn nek te zijn. Ik kan nu weer gewoon rondkijken en ik heb geen pillen meer nodig.

Nadat we van de best wel troosteloze camping in Hengelo wegfietsten begonnen we aan een lang stuk LF4, de Midden-Nederlandroute. Deze gaat op sommige plekken best ver van de grens af, zelfs tot op de Veluwe.

Het is niet zulk lekker weer meer, er staat veel wind en het is voor de tijd van het jaar best fris. Gelukkig weten we de meeste buien te omzeilen door op het juiste moment koffie te gaan drinken. Na alweer een mooie tocht eindigen we op een boerencamping waar we asperges koken. Ze lagen al geschild in de Albert Heijn, dus dat scheelt veel werk.

De volgende etappe brengt ons naar Millingen aan de Rijn, en aangezien we nu de wind eens mee hebben gaat dat best rap.

Intussen is het volgende ding alweer kapot gegaan, deze keer is het mijn kussentje. Aangezien we in Arnhem toch langs de Bever fietsen bestel ik er eentje zodat ik hem meteen kan ophalen in de winkel.

In Arnhem begint de Maasroute, die met recht zo heet. De routemakers zijn gek op pontjes, want elke mogelijkheid om de rivier over te steken wordt gebruikt. ‘s Avonds in Arcen besluiten we nog even een kroeg op te zoeken om de, weliswaar ruime, eerste week van deze vakantie te beklinken.

Het oosten met pijnstillers

Op zaterdag is het zover, ik stap op de fiets om naar Utrecht te gaan. Daar neem ik de trein naar Heerenveen om via een mooie route naar Remko te fietsen. Bij het opstaan blijkt dat ik een spiertje in mijn nek verrekt heb, maar zo erg kan dat toch niet zijn?

Op zondag stond ik na een veel te korte nacht veel te vroeg op. De slaap was slecht te pakken met een pijnlijke nek, maar misschien dat het fietsen het wat verlicht. Via een mooie route gaan we langs het herinneringscentrum Westerbork richting Borger waar we de boodschappen voor het avondeten halen. In Bronnegerveen (dat ik consequent verkeerd uitspreek) vinden we een boerencamping voor de eerste overnachting.

Helaas, van slapen komt weinig terecht, de nek gaat steeds meer pijn doen. Ook de rechterkant begint nu stijf te worden. Onderweg sla ik een familievoorraad Ibuprofen indoor, misschien gaat dat iets helpen.

Intussen zijn we echt aan het rondje Nederland begonnen, en fietsen we via een mooie rustige wegen en paden door Drenthe naar het zuiden. Helaas zijn het niet alleen maar gladde asfaltwegen, maar ook veel bospaden en klinkerwegen. Ik kan je een ding zeggen, met een pijnlijke nek zijn die verschrikkelijk.

Op een erg mooie camping in Annerveen, een stukje na Emmen, slaan we ons kamp weer op. Het begint wat te regenen, maar er is een binnenruimte waar we ‘s avonds kunnen zitten. Helaas hebben de pijnstillers nog steeds niet heel veel effect. Tenminste, waarschijnlijk zou het zonder de pillen nog veel erger zijn, maar als zelfs eten lastig gaat omdat het pijn doet om je mond te openen is de lol er wel een beetje van af.

Ik probeer het toch nog één dag, vooral omdat het toch iets minder lijkt te worden. Het is vooral een dag met mooie caches en, jawel, alweer stevige hoofd- en nekpijn. Intussen begint een van de pedalen van Remko het ook nog eens te begeven. Al vroeg besluiten we te stoppen op een boerencamping, nadat er nieuwe pedalen gekocht zijn in de lokale fietsenwinkel. Op de camping begin ik te kijken waar ik heen moet fietsen om met de trein naar huis te gaan, want ik ben het helemaal zat. Hoe mooi de route ook is en hoeveel zin ik ook in de tocht heb, drie slapeloze nachten is voorlopig echt genoeg.

Al vroeg in de avond kruip ik onder invloed van een kleine vracht pijnstillers mijn tent in, om de volgende ochtend pas door mijn wekker gewekt te worden. Kijk, zo wil ik het nog wel even proberen. Zeker ook omdat we door het gebied langs de Dinkel bij Ootmarsum en Denekamp komen, waarvan ik weet dat het er heel mooi is.

Verrassend genoeg kom ik de dag door met maar drie paracetamolletjes. Remko heeft meer pech, van de nieuwe pedalen begeeft eentje het al na een kilometer of vijftig. Na een tocht van een kilometer of 80 stoppen we tussen Enschede en Hengelo. Het gaat weer lekker, maar we besluiten een dagje te stoppen in Enschede te bezoeken. Dan kan ik ook meteen een nieuw stoeltje kopen, want ook die heeft het begeven.

Vierduizend

Okee, achtendertighonderdnegenenvijftig kilometer. Ik ben weer thuis. Het rondje is compleet. Ik heb heel, heel veel geluk gehad met het weer en op wat lekke banden en twee kapotte spatborden na heeft mijn fiets en de rest van mijn uitrusting het goed volgehouden dit jaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar, eerst maar eens terug naar waar ik gebleven was. Direct nadat ik België ingefietst was werd ik aangesproken door een man die vroeg of ik een fietspomp bij me had. Hij ging altijd op de brommer naar zijn winkel toe, maar vandaag had hij besloten dat dat ook prima op de fiets kon. Alleen had hij er niet aan gedacht dat het handig zou zijn als er lucht in de banden zou zitten. Gelukkig kon ik hem daar wel aan helpen.

Via een niet eens zo heel erg lelijke route – het blijft immers de Belgische kust en die is nog voller gebouwd dan de pretpark / winkelparadijskustplaatsen van Engeland – stop ik in Koksijde. Van de vijf campings die in mijn GPS staan zijn er drie stacaravanparken en is er één inmiddels een ruïne. Gelukkig had ik bij de laatste camping wel raak, voor maar vijf euro (plus een euro voor de douche) had ik een prima plekje met picknicktafel en gezelschap van twee Nederlandse fietsers die onderweg waren naar Calais om daarna in Engeland te gaan fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Vlaanderen volgt de LF1 Noordzeeroute vreemd genoeg niet de kust. Deze volgt meer landinwaards vooral jaagpaden langs kanalen. Zoals alleen Belgen het kunnen bedenken is er nog een LF1-route, deze heet de kustroute. Deze route gaat wel langs de kust en wanneer je die volgt is het meteen duidelijk waarom de Noordzeeroute anders loopt, want langs de kust liggen vooral drukke autowegen. Ik heb een combinatie van de twee routes gefietst en ben vlak na de Nederlandse grens gestopt in Cadzand. Daar aangekomen besluit ik de rest van de route weer aan te passen, want er is in het weekend weer een weekend van de Jonge Actieve Naturisten. Deze keer in Brabant, en het is wel zo leuk de vakantie op dezelfde manier af te sluiten als hoe deze begonnen is.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Langs de mooie kust van Zeeland fiets ik naar Veere, waar ik op het natuurkampeerterrein Het Veerse Gat kampeer. De volgende dag begin ik redelijk laat, want ik ga het Veerse Meer met de veerdienst ‘Rondje Pontje’ oversteken. De eerste boot gaat echter pas om kwart over tien. Met de wind vol in de rug fiets ik dwars door Zeeland over de verschillende eilanden om net in Brabant te stoppen in Stampersgat. Daar blijkt een kennis van de Wereldfietsers een jaarplaats op de camping te hebben. De koude biertjes smaakten prima.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op vrijdag fiets ik het laatste stuk naar de camping van het JAN-weekend, maar onderweg spreek ik nog met Arthur van Bijleveld af om in Baarle-Nassau met een lunch mijn verjaardag te vieren. Na een zeer geslaagd en gezellig weekend fiets ik tenslotte terug naar Vianen. Hier wilde ik eigenlijk twee dagen over doen, maar met de wind in de rug was ik om half vier al in Gorinchem. Die laatste twintig kilometer heb ik toch ook maar direct gefietst. De reis eindigde bij mijn ouders, met een lekkere lasagnemaaltijd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is weer tijd om te bedenken wat de volgende reis gaat worden.

Frankrijk, wat heet

Het begon lekker in Frankrijk. In de buurt van Cherbourg, waar de boot ruim op tijd aankwam, liggen meerdere campings. Helaas was het zondagmiddag en was overal de receptie dicht. Op zich niet erg, dan zet ik normaal gesproken gewoon ergens mijn tent op. Deze keer hadden alle campings in plaats van een slagboom een hek dat dicht zat. Na de vierde camping, en ruim 20 kilometer, ben ik maar weer teruggegaan naar de eerste in de hoop daar iemand te vinden. Gelukkig liep er net iemand bij de poort die de code gaf om de poort te openen. Uiteindelijk is het een gratis camping geworden, want de volgende dag was er nog steeds niemand van de camping te bekennen.

De eerste dagen was de route redelijk vlak en de temperatuur heerlijk om te fietsen. Ik fietste langs allerlei monumenten want de stranden langs deze kust zijn de plekken waar d-day plaatsvond. Alleen, toen de heuvels en de kliffen begonnen verdwenen ook de wolken en was het soms tegen de 40 graden in de zon. Langs de kust zijn weinig bomen, dus in die veertig graden mocht ik de heuvels beklimmen. Gelukkig zijn ze niet zo steil als in Engeland en Ierland, maar per dag heb ik toch regelmatig meer dan 1200 hoogtemeters gemaakt.

Gelukkig dachten mensen met me mee, zoals de man die de auto stond te wassen en mij best ook even nat wilde sproeien tijdens een van die klimmen. Of de ober die ‘s middags in plaats van de rekening van het dagmenu een tweede fruitsalade kwam brengen. En daarna een derde. Toen had ik toch echt wel genoeg fruit op en ben ik binnen maar gaan afrekenen.

Op woensdag was het zover, ik ben de 3000 kilometer gepasseerd. ‘s Avonds in Étretat heb ik dat gevierd met een heerlijke mosselpan, een flesje roséẃijn en een lekker ijscoupe toe. Op de camping municipal van Étretat was het enorm druk, en toen ik naar de kust gelopen had snapte ik waarom. Wat een mooie kliffen zijn daar! Doordat het routeboekje nog thuis ligt heb ik geen informatie vooraf en is alles dus een verrassing.

Via nog veel meer kliffen – en daarmee heuvels – fietste ik naar het saaie landschap tussen St. Valery-sur-Somme en La Calotterie, waar ik twee andere Nederlandse fietsers tegenkwam, Marjo en Andŕé. Samen zijn we nog een dag opgefietst tot vlak voor Calais, waar zijn hun auto hadden staan en een afspraak hadden gemaakt met een Warm Showers-host om in de tuin te kamperen. Daar was ik ook welkom, dus daarmee was het de tweede keer deze reis dat ik van Warm Showers gebruik heb gemaakt.

Het laatste stuk tussen Calais en de Belgische grens ging niet helemaal zoals gepland. Ik had een eigen route gemaakt en ik had de route van Langs het Kanaal ook in de GPS staan. Op een of andere manier ben ik van beide routes afgeraakt en heb ik via kiezelpaden en afgesloten bruggen toch Dunkerque gehaald, waar ik op de boulevard nog een patatje gegeten heb. Vanaf daar was het nog maar een paar kilometer tot de Belgische grens, waarmee ik het achtste land van deze reis in ben gefietst.

Reisverhalen en foto's