Het waait behoorlijk! Daardoor voelt het vandaag heerlijk koel aan. Na het ontbijt doet Marc de afwas en ruim ik de camper op. Daarna eerst nog eens een uur bijkomen in de hangmat, waar ik lekker lig te schrijven.
We vertrekken naar Torre, het hoogste punt van Portugal op het vaste land. We slingeren omhoog langs enorme stuwmeren. Of eigenlijk betonnen bakken. We hebben aan de ene kant de bergen en aan de andere kant uitzicht over veel lager gelegen land. Alsof er een soort puist uit de aarde is gekomen.
Boven, op het hoogste punt, is een verlaten en vervallen observatiorium. Daarnaast een “winkelcentrum” en een restaurant. Achter deze gebouwen is een kapelletje, maar die is dicht.
We drinken eerst iets bij het restaurantje, met uitzicht op een skilift. Dit skigebied bestaat uit één stoeltjeslift en een schotelliftje voor op de oefenweide. Er ligt op een stukje helling in de schaduw zelfs nog een beetje sneeuw. Het is zo’n 21 graden boven, lekker verkoelend. We lopen een rondje en vinden een paar caches. Af en toe komt er een fietser boven. Uiteindelijk duik nog even het winkelcentrum in, maar dat blijkt een toerist trap. Een Vietnamese markt doet er niet voor onder: “Do you want to taste cheese? Would you like to see pottery? We have different sizes, which size would you like?”. Rustig snuffelen is er niet bij dus ik vlucht snel weer naar buiten.
Onderweg naar beneden maken we nog een klein wandeluitstapje naar een geocache. Ik loop op mijn slippers, niet heel handig over de rotsen en dopheide. Marc heeft beter schoeisel aan en dus daalt hij verder af. Ik zie dat hij naar een verlaten huis loopt en daar de cache vindt.
Euforisch komt Marc weer boven omdat het lopen zo goed ging. Beter dan ooit. Ik ben blij voor hem en samen rijden we weer naar beneden.
Terug op de camping lopen we naar een uitzichtpunt en daarna chillen we bij de bus en duikt Marc nog even het zwembad in.




