Categoriearchief: North Sea Cycle Route 2011

Caravanparks en vliegen

Van dinsdag wilde ik eens een korte dag maken. De route ging veel over onverharde paden langs de kust. Wel lagen er twee steden op de route. Eén daarvan was Newcastle waar ik het tweede pontje van de reis tot nu toe heb genomen. Daar ontmoette ik Tommy, een freelance fotograaf uit Ierland. We hebben samen een pintje gedronken in een pub terwijl er een bui viel. Dat was ook meteen de enige bui van de dag, ik heb tot nu toe enorm geluk met het weer.

Na Newcastle kwam ik veel caravanparks tegen, maar overal kreeg ik hetzelfde antwoord: ‘we don’t take tents’. Ik was er al voor gewaarschuwd dat er problemen met kamperen langs de noordkust zouden zijn, maar dit had ik niet verwacht. Uiteindelijk ben ik om 7 uur maar naar een pub met accommodatie gegaan. Op zich was een keer een echt bed ook wel een keertje lekker.

Het ontbijt de volgende ochtend was het meest uitgebreide dat ik tot nu toe op had. Daarna heb ik mijn flessen weer gevuld en ben ik weer op weg gegaan. Ik ben blij dat ik gisteren niet verder door ben gefietst, want het eerste stuk van de NCN1 van vandaag ging over een smal pad dwars door de duinen met veel hekjes en doorwaadplaatsen. Verschrikkelijk mooi, maar ook best zwaar. Als ik dat gisteren nog had gefietst had ik er vast niet zo van genoten.

Daarna vervolgde de weg langs meerdere ruïnes van kastelen over wegen met heel veel, beter gezegd enorm veel, vliegen. Ze zaten overal, de enige manier om niet constant vlieg te eten was om je mond dicht te houden. Bij het kasteel van Bamburgh ben ik gestopt om het te bezoeken. Daarna was het net ver meer naar de camping in Goswick, direct aan zee en op minder dan 30 km van Schotland. Dit wordt dus zo goed als zeker mijn laatste nacht in Engeland. Schotland, here I come.

Weer een nieuw land

‘s Morgens kwam ik er achter dat mijn brood helemaal op was, dus ik moest eerst een stuk fietsen voordat ik kon ontbijten. Gelukkig was er in het eerste dorp waar ik langs kwam een bakker. Volgens de Schotten die ik tot nu toe heb gesproken loopt de grens tussen Engeland en Schotland precies door Berwick upon Tweetal heen. Volgens mijn kaart loopt hij een paar kilometer verderop. Hoe dan ook ben ik ergens de grens overgegaan.

De wind is ondertussen gedraaid en komt nu vol uit het westen. Helaas ging de route ook naar het westen. Vooral donderdag stormde het aardig met af en toe een korte bui. Ik ben het eerste deel door Schotland tot aan Edinburgh van de GPS-track en route 1 afgeweken om route 76 langs de kust te volgen. Helaas moest ik ook een stukje over de drukke A1 fietsen omdat iemand een betonfabriek midden op de fietsroutes had neergezet.

De avond en de nacht waren erg koud, dus ik ben de publiek tegenover de camping maar ingegaan. Tot nu toe kan ik het totaal nog niet eens zijn over de waarschuwing van de meeste Engelsen die ik heb gesproken dat de Schotten onvriendelijke zijn. En tot nu toe heb ik ook nog niet al te veel problemen om ze te verstaan, maar dat kan best nog wel gebeuren als ik noordelijker kom.

Gelukkig is de volgende dag de wind wat gaan liggen en heb ik zonder veel regen Edinburgh bereikt. Op de camping net buiten de stad ontmoette ik Tommy en zijn vrouw, die me voor een whiskey in hun caravan uitnodigden. Het was een gezellige avond. Ik blijf nog een dag in de stad, dus ik hoef een keertje de tent niet af te breken.

Edinburgh

Zaterdagochtend heb ik na geprobeerd te hebben om uit te slapen, wat mislukte door laag overvliegende vliegtuigen en een zon die op de tent stond te branden, de bus naar het centrum van Edinburgh genomen. Daar heb ik de hele dag rondgelopen, gratis dingen bezocht en uiteindelijk ook een betaalde. Dat was de whiskey experience, wat ik na het bezoek aan de brouwer in Brugge natuurlijk niet kon laten. Het is tenslotte de nationale drank hier in Schotland.

Het kasteel van Edinburgh ben ik niet ingeweest, want de rij voor de kaartverkoop was enorm lang. Het uitzicht over de stad heb ik op een andere manier gekregen, namelijk door het beklimmen van de heuvel naast het Schotse parlement. Na nog een mixed grill met de nodige biertjes samen met wat andere Nederlanders werd het tijd om de bus terug naar de camping te nemen.

Dat was echter makkelijker gezegd dan gedaan. Ik had keuze uit twee lijnen, maar waar die bussen stoppen wist ik niet. En dan zijn er natuurlijk ook nog haltes aan beide kanten van de weg. En om het compleet te maken bussen die maar de halve route rijden. Uiteindelijk heb ik de halte waar ik uitgestapt ben teruggevonden en heb ik de bus aan de andere kant van de weg genomen. De chauffeur bevestigde dat het de juiste bus was en dat hij de halte waar ik uit moest stappen zou omroepen. Alleen was hij dat laatste even vergeten. Gelukkig lag de volgende halte maar een paar meter verderop.

De volgende dag ben ik de stad uitgefietst naar de Forth Road Bridge. Helaas was het fietspad aan de kant waar de route liep afgesloten, maar er was een omleiding. Die liep alleen wel via 4 trappen, dus alle bagage mocht weer eens van de fiets af. Aan de andere kant lag gelukkig een viaduct.

Na wat bebouwd gebied ging de route weer de natuur in. Hier beginnen de Highlands, was goed te voelen was door de vele klimmetjes. Het ging erom hangen of ik vandaag de 2000km ging halen, maar door niet goed op de kaart te kijken is dat ruimschoots gelukt. De dichtstbijzijnde camping lag namelijk op nog geen 20 km toen ik nog 25 moest fietsen voor de 2000 km. Alleen lag die camping wel aan de andere kant van de Tay, en moest ik nog even een aantal kilometer terug naar de brug fietsen, en aan de andere kant natuurlijk nog een keertje.

Voor de verandering ging de toegang naar de Tay Road Bridge eens niet via een trap, maar heel luxe via een lift die zelfs werkte. Uiteindelijk heb ik vandaag ruim 130 kilometer gefietst en is het ondanks het weerbericht weer de hele dag droog gebleven.

Langs Aberdeen

Aangezien er bij Aberdeen geen camping ligt, en de eerste kilometer of 80 daarna ook niet, is maandag een relatief korte dag naar Stonehaven geworden. Het is weer een mooie dag geworden met goed weer en een erg mooie route.

Volgens het informatieboekje was het offroadpad langs de kust het best te omzeilen omdat het erg slecht zou zijn. Natuurlijk, het was geen mooi geasfalteerde weg, maar zo slecht was het nou ook weer niet. In Engeland heb ik veel slechtere paden gehad. Het was wel een erg mooi pad, direct langs de kust tussen de schapen en koeien door. Alleen vonden die koeien het nodig om midden op het pad te blijven staan om me daar aan te gapen. Dat kostte me een aantal keer mijn fiets door het hoge gras duwen.

Direct naast de camping, die alleen door een weg gescheiden werd van de zee, lag een verwarmd buitenzwembad. Alleen ging dat net dicht toen ik mijn tent opgezet had. Na het culinair hoogtepunt van de reis tot nu toe, namelijk biefstuk met salade in crème fraiche-briesaus, heb ik nog even met mijn buurman gekletst. Dat was een Fransman die een deel van de noordzeeroute fietst. Voor een Fransman sprak hij trouwens erg goed Engels.

‘s Morgens heb ik eerst een full Scottish ontbijt op in het dorp. Dat onderscheidt zich van een Engels ontbijt door de haggis die extra is, worstjes waar wel smaak aan zit en gegrilde tomaten die anders dan in Engeland niet eerst gekookt worden. Daarna ben ik weer teruggefietst naar de camping, want ik was mijn achteruitkijkspiegeltje verloren. Die was afgebroken toen mijn fiets omviel. Twee tiewrapjes en alles zat weer vast.

Ik ben vandaag een aantal keer van de route afgeweken. De eerste keer was bij Aberdeen. Ik had niet zo’n zin in een stad, dus ik ben er via de dorpjes aan de westkant langsgefietst. Daar had ik ook mijn voordeligste koffie tot nu toe: 50 pence in het buurthuis. Boven Aberdeen pikte ik de route weer op over een oude spoorweg. Dat ging zo voorspoedig dat ik niet in de gaten had dat de route ondertussen afgebogen was. Gelukkig was de weg snel teruggevonden. Later heb ik nog een grote lus uit de route afgesneden, en kreeg daar een aantal 15%-hellingen voor terug.

Uiteindelijk ben ik in Banff (nee, niet in Canada) beland op een camping direct aan zee waar ik mijn culinaire dieptepunt tot nu toe op heb, namelijk chili con carne uit blik met magnetronnasi. Ach, het smaakte aardig en het voedt goed.

Storm tegen

Hoewel iedereen het tegendeel beweert, lijkt het weer in Schotland best wel voorspelbaar. Overdag op een enkel buitje na droog, ‘s avonds wat meer regen. En een westerwind, de ene dag matig en de volgende dag weer bijna storm. Helaas was het gisteren zo’n volgende dag en ging de route over erg open terrein pal naar het westen.

Dat betekende dus een dag lang tegen de storm in bikkelen waarbij ik zelfs heuvelaf bij moest trappen om niet stil te komen te staan. Hoe ik het voor elkaar heb gekregen weet ik niet, maar uiteindelijk heb ik toch nog ruim 85 kilometer af weten te leggen.

Het eerste stuk van de route was erg mooi langs de kust met geweldige rotspartijen. Daarna ging ik de groene heuvels in vol gras, schapen en koeien, maar bijna zonder bomen die me een beetje uit de wind konden houden. Uiteindelijk ben ik op een camping in Findhorn beland, waar de receptie net sloot. De receptioniste gaf me nog een formulier mee waar ik mijn adresgegevens op moest invullen en dat ik de volgende ochtend moest inleveren, samen met de 10 pond kampeergeld. Dat kon vanaf 10 uur. Mooi, weer een gratis overnachting dus.

Zoals verwacht was het vandaag weer een ene dag, en alhoewel de route nog steeds naar het westen ging, was het lang zo zwaar niet. Het landschap is ook weer wat veranderd, vandaag ben ik veel door bossen gereden die de wind wat tegenhielden. Rond drie uur ben ik in Inverness aangekomen waar ik op de camping net buiten het centrum sta. Dat ga ik morgen bekijken, want ik neem weer eens een dagje rust. Als afwisseling ben ik maar eens wat baantjes in het zwembad naast de camping gaan zwemmen.

Seks op de camping

Zoals gezegd ben ik op vrijdag in Inverness gebleven en heb ik wat in de stad rondgewandeld. Ik ben elke outdoorwinkel van de stad ingeweest voor een reserveonderdeel voor mijn tent, want een paar dagen geleden is een stuk van de stok gebroken tijdens een nachtelijke storm. Uiteindelijk heb ik in de 4e winkel een bruikbaar alternatief gevonden, dat nog gratis was ook. Nu maar hopen dat ik het niet hoef te gebruiken.

‘s Avonds ben ik dan eindelijk eens naar een Indiaas restaurant gegaan, dat was er nog steeds niet van gekomen. Het smaakte erg goed. Tenslotte heb ik op de kermis naast de camping nog een kop koffie op. Ook op deze kermis stond alle muziek zo zacht dat je er eigenlijk niets van hoorde.

De route van de volgende dag had twee opties. De hoofdroute ging via een pontje dat alleen in de zomer vaart, de winterroute omzeilde dat pontje. Volgens het informatiecentrum in Inverness had ik geluk, want het zou de tweede dag zijn dat de boot weer voer. Bij de pont aangekomen was er echter geen boot te bekennen. Gelukkig bleek deze alleen even naar de haven gegaan te zijn om bij te tanken. Ik hoefde dus niet terug te fietsen.

De route ging verder over erg mooie wegen, langs watervallen en rivieren. En over een spoorbrug waar een metalen wandelpad met een metalen steile trap naast lag. Dat was dus weer een keer alle bagage van de fiets halen, de fiets naar de overkant brengen, teruglopen en de bagage ophalen. Je zou eraan gaan wennen.

De camping in Lairg waar ik nu sta is maar vijf pond, dus goed te betalen. Er wordt alleen wel openlijk en veelvuldig in het openbaar de seks bedreven. Er zijn overduidelijk kleine eendjes op komst.

Het laatste stuk op het Schotse vasteland ging dwars door de onbewoonde noordelijke Highlands. Hier valt niet veel over te vertellen, anders dan dat het tot 12 uur heerlijk weer was, dat het daarna begon te stormen en gieten en het belangrijkste: naast Yorkshire is dit tot nu toe zeker weten het mooiste stuk van de tocht. Onderweg kwam ik onverwachts Jimmy weer tegen, een Schot die rond Schotland aan het fietsen is en daarbij zo dicht mogelijk bij de kust probeert te blijven. We waren eerder op de camping in Inverness buren.

Gisteren heeft Sandra, mijn zus, mijn vlucht naar Bergen in Noorwegen geboekt aangezien ik geen wifi had. Vandaag heb ik dit nog telefonisch geupdate zodat ik zeker ben dat mijn fiets mee mag en heb ik de ferry van de Orkneys naar Shetland geboekt. Helaas heb ik maar 1 dag op Shetland, maar ik hoor overal dat de Orkneys mooier zijn. De telefoontjes hiervoor gingen wel wat moeizaam, want het gsm-signaal was erg zwak. De uren daarvoor was er echter helemaal geen bereik in the middle of nowhere.

‘s Avonds heb ik moeten vechten tegen de wind om mijn tent op te zetten. Door het gebrek aan beschutting en door de enorme windvlagen werd de tent een grote vlieger. Probeer dan de haringen en de scheerlijnen maar eens vast te zetten. Koken was niet echt een optie met dit weer, dus ik ben maar naar een pub gegaan voor een biefstuk en een pint. Daar bleef het nog lang gezellig met een paar Thursoërs. Morgen pak ik de boot naar de Orkneys.

Buffelen op de Orkneys

Na een stormachtige nacht heb ik de ferry van Scrabster naar Stromness op de Orkneys genomen. Deze bleek ruim een uur later te gaan dan ik dacht, dus in de tussentijd heb ik lekker even niets gedaan. Tenminste, als je een boek lezen en koffie drinken niet meetelt.

In Stromness ben ik direct naar de camping gegaan, waardoor ik op een geweldige dagafstand van wel 7 kilometer ben gekomen. Gelukkig heb ik op deze camping wel beschutting tegen de wind. Beter nog is dat er een loungekamer op de camping is, compleet met banken en verwarming. Voorwaarde voor dat laatste is wel dat er stroom is, en het hele eiland had ‘s avonds een stroomstoring van een uurtje of 3. Wel grappig om te zien dat opeens iedereen uit zijn caravan komt om samen te klagen dat ze geen tv kunnen kijken.

De volgende dag heb ik mijn tent laten staan en ben ik zonder bagage de westelijke kant van het eiland gaan verkennen. Het is een erg mooi gebied, maar met die storm in het wel enorm bikkelen om vooruit te komen, soms niet sneller dan 5 km/u. Ik heb hierdoor niet alles kunnen zien dat ik gepland had, en niet alles waar ik wel langs kwam was geopend vanwege de storm en hoge golven. Ondanks dat heb ik wel onder andere de standing stones of … gezien, een wat minder bekende maar oudere variant van Stonehenge.

De volgende twee dagen heb ik in Kirkwall besteed. Daar heb ik onder andere de Highland Park whisky distillery bezocht.

Gelukkig heb ik er net op tijd aan gedacht dat ik vrijdag op zaterdag voor de vlucht naar Bergen ook nog ergens moet overnachten. Er is geen camping in de buurt van het vliegveld, en de twee bed and breakfasts in de buurt zijn al volgeboekt. Even leek het erop dat er alleen een verschrikkelijk duur hotel was, met kamers vanaf 80 pond. Gelukkig vond ik op internet nog een andere optie, namelijk een ‘camping böd’ vlakbij het vliegveld. Dat zou een huis met weinig voorzieningen maar met bedden moeten zijn voor maximaal 8 personen. Hier bleek, na een telefoontje, nog plek te zijn voor slechts 10 pond. Ik ben benieuwd wat het is

Nou alleen de regenachtige dag nog vol zien te krijgen, want de ferry naar de Shetlands vertrekt om kwart voor twaalf vannacht. Afgelopen nacht was dus de laatste nacht in mijn tent in Schotland.

Het noordelijkste punt

De ferry was een half uur te laat, maar kwam op tijd in Lerwick aan. Veel heb ik niet gezien van de boot, want ik ben direct naar mijn hut gegaan. Het was een redelijk rustige nacht, dus er waren weinig golven. Toch heb ik erg weinig geslapen.

Om half acht ‘s ochtends was ik de eerste die van boord mocht vanwege mijn fiets. Er was gelukkig al een cafeetje open, waar ik een ontbijtje met een grote mok koffie heb genomen. Daarna heb ik mijn boek nog even uitgelezen om in de tweedehandswinkel deze te ruilen voor een ander boek. Tenslotte ben ik weer op mijn fiets geklommen om slingerend over het eiland naar Sumburgh te fietsen.

Het was eindelijk weer eens een droge zonnige dag met weinig wind, dus het fietsen ging soepel en het uitzicht was geweldig. Onderweg heb ik bij Loch Spiggie nog uitgebreid geluncht in een restaurant, want ik had wat te vieren. Lerwick was namelijk het meest noordelijke punt van mijn reis, vanaf nu fiets ik weer naar huis.

Bij de vuurtoren op het zuidelijkste puntje van het eiland heb ik eindelijk ook puffins gezien, vogels die voornamelijk in noord Schotland voorkomen. Daarna ben in naar de Böd gegaan, die direct naast het vliegveld lag. Hier was de avond lang en erg gezellig met de Amerikanen, Fransen en Shetlanders en een hoop bier.

Op zaterdag ben ik na weer een veel te korte nacht vroeg opgestaan om naar het vliegveld te fietsen, mijn fiets uit elkaar te halen, in de hoes die ik al 5 weken meesleep te stoppen en mijn laatste full breakfast te nemen. Op dat laatste na lukte alles, maar het ontbijt is een snel broodje met bacon geworden, want het vliegtuig is ruim een half uur eerder dan gepland vertrokken. Bij het inchecken zijn ze vergeten de 10 pond voor mijn fiets te rekenen, dus dat is weer mooi meegenomen. Het vliegtuig was erg rustig, er waren maar 10 passagiers.

Op naar Noorwegen!

Typisch Brits

Tussen de verslagen door eens een keer wat anders, namelijk dingen die me opgevallen zijn in Engeland en Schotland.

* Gedag knikken doe je door een halve glimlach te geven en ondertussen je hoofd naar rechts te buigen
* Fietspaden bevatten zoveel smalle hekjes en poortjes dat het lijkt dat fietsers geweerd worden
* Wastafels hebben losse kranen voor ijskoud en bloedheet water, mengkranen bestaan niet
* Caravanparks zijn voor caravans, niet voor tenten
* Bussen hebben maar 1 deur, dus er kan pas ingestapt worden als iedereen uitgestapt is
* Toiletgebouwen zijn schoon en hebben een cijferslot om binnen te komen
* Engelsen vinden Schotten onvriendelijk
* Schotten vinden Engelsen onvriendelijk
* Engelsen en Schotten zijn vriendelijk
* De Engelse keuken is niet zo slecht als gezegd wordt
* In kleinere plaatsen bestaat er maar 1 supermarktketen, de Cooperative
* De National Cycle Route is enorm goed bewegwijzerd
* Er zijn maar 2 verschillende hellingspercentages, 0 en 10 procent

Bergen

Ik heb ergens gehoord dat het in Bergen altijd regent, en als het toevallig een keer niet regent dan gaat het binnen 5 minuten regenen. Voor de eerste dag klopte dag precies, het is op enkele momenten na niet droog geweest. Op het vliegveld heb ik eerst mijn fiets weer in elkaar gezet. Gelukkig had ik latex handschoenen bij me, want die waren na afloop helemaal zwart. Na een broodje en sinaasappelsap ben ik richting Bergen gefietst. Onderweg kwam ik een supermarkt tegen die zo groot was dat een Franse hypermarché er zeker twee keer inpaste. Het voordeel hiervan was dat ze ook een campingafdeling hadden waar ze gasblikjes verkochten. Het nadeel is dat de verpakkingen in Noorwegen erg groot zijn, en het gasblik ook twee keer zo hoog is.

Daarna ben ik naar de camping in Midtun gereden. Dat is de dichtstbijzijnde camping voor Bergen, op zo’n 8 km van het centrum. Op deze veel te dure camping heb ik op het minuscule tentstrookje mijn tent opgezet. Er was een sauna, maar die stond uit en ondertussen was de receptie al gesloten. Ik had alles voor een pastamaaltijd ingekocht, maar ik had meer zin in brood met salami die voor de saus bedoeld was. Kort daarna ben ik gaan slapen voor een lange goede nacht, want dat had ik echt nodig.

Twaalf uur later werd ik pas wakker. Ik ben naar het dorp naast Midtun gelopen, waar de lightrail (een sneltram) naar Bergen vertrok. Zowaar is het bijna de hele dag droog gebleven. Ik heb de hele dag door de mooie stad gelopen en een stuk van één van de zeven bergen van de stad beklommen voor een mooi uitzicht over de stad.

Zowel lunch als avondeten heb ik op de vismarkt gekocht. Dat was erg lekker, maar voornamelijk de enige plek waar voor een redelijke prijs iets te krijgen was. Voor een hamburger betaal je al snel 20 euro, een biefstukje kost ruim 40 euro. Het lijkt dat het enige betaalbare in Noorwegen koffie en broodjes worst zijn. Gelukkig kan ik mijn dagelijkse kopje koffie dus nog wel betalen, maar komende weken is uit eten gaan niet aan de orde.