We pakken de fietsen uit de garage. Althans, Dat mogen we natuurlijk niet zelf doen, dat wordt voor ons gedaan. We fietsen naar het busstation en laten de fietsen weer in de bus leggen. Er ontstaat een gedoetje over de kosten van de fietsen (wel betalen, niet betalen), maar dat lijkt te zijn opgelost.
We zitten heel comfortabel in de zeer luxe bus. We lezen en kijken naar buiten. Bij het dorp voor de grensovergang vallen de Chinese teksten en casino’s me meteen op.
Bij de douane duurt het lang voordat we Cambodja uit zijn. Daarna moeten alle tassen uit de bus en door de scanner. De stewardess neemt al onze paspoorten in om aan de Vietnamese douanebeambten te laten zien, wij kunnen ondertussen lunchen.
We zitten met Maxime en Maarten aan tafel. Ze zijn 4 maanden op reis door Zuidoost-Azië. Ze hebben nog een druk programma voor de laatste twee maanden. “Voor als het straks niet meer kan als we kinderen hebben”.
In de spits in HCMC. We doen over de laatste 40 kilometer 2 uur. Met 1,5 uur vertraging komen we aan. We hebben bij het uitstappen meteen weer bekijks door de Vietnamezen. Er zijn ontzettend veel brommers op de weg. Dat er hier smog hangt boven deze stad, verbaast me niet.
We rijden naar een ATM om 4 miljoen Dong (€128) te pinnen. Daarna navigeer ik ons weer door het drukke verkeer. Niet wachten tot je voorrang hebt, maar (langzaam) gaan. Ze wachten niet, maar kijken wel welke kant je op gaat.
We hebben een prima kamer in een aardig hotel. De kamer ruikt naar dennenhout, maar dat is kunstmatig want ergens staat er een geurapparaat.
‘s Avonds eten we pizza. “Tja, waarom niet?”, zegt Marc. “In Nederland eten we ook vaak Aziatisch.”







