Het binnenland in

Direct na het duiken rijden we terug naar Coral Bay. Deze keer blijven we er langer dan voor een uurtje. Sterker nog, dit is de eerste plek waar we twee nachten blijven, want op maandag gaan we met een boot de oceaan op om mangaroggen (heten die beesten eigenlijk wel zo in het Nederlands?) te snorkelen. Dit zijn de grootste roggen ter wereld, en ze zijn enorm indrukwekkend. De kans was groot dat we een, misschien wel twee roggen zouden zien.

Aangezien de beesten zelfstandig leven is de kans dat er meer bij elkaar zijn erg klein, tenzij er gepaard wordt. Natuurlijk vallen we weer met de neus in de boter, want we zien er zelfs drie bijelkaar. Daarvoor moest wel een sterke stroming en golven overwonnen worden, maar dat was het zeker waard. Daarnaast heb ik nog twee keer bij het rif gesnorkeld waar onder andere schildpadden en haaien te zien waren. Wouter heeft op deze plekken gedoken.

We leven inmiddels met het ritme van de zon, dus elke dag sta ik rond half zeven al buiten mijn tent. Ik weet nu al zeker dat ik dat dagritme thuis niet blijf volgen. Op dinsdagochtend kwam dat goed uit, want we hebben de langste reisdag tot nu toe gemaakt. Na bijna 700 kilometer met alleen stops om te tanken en wat te eten komen we aan in Karjina Natural Park, meer landinwaards. Het klappen we de daktent op de camping bij de Dales Canyon open. Net nadat we de stoelen hebben neergezet om bij te komen van de lange rit komt er een auto met het logo van ‘No Birds’ aanrijden. Het zal toch niet?

Jawel, omze drie vrienden uit Belgie, Duitsland en Zwitserland komen uit de auto stappen. Toch grappig hoe je steeds dezelfde mensen ontmoet. Op de boot in Coral Bay waren we ook al bekenden tegengekomen, deze keer mensen die we in Denham hadden ont moet. We hebben weer even bijgekletst over de plekken waar we geweest zijn en over het overlijden van het groene monser. Daarna gaat Wouter voor een keertje koken. Meestal doe ik dat, want zoals hij zelf zegt: ‘Als ik kook eer niemand het op, zelfs ikzelf niet.’ Vanavond staan echter pannenkoeken op het menu en daar kan weinig aan mislukken. De overmaatse poffertjes smaakten prima.

De reden om naar het park te rijden was om de Dales Canyon in te gaan voor een wandeling. Dat doen we de volgende morgen dan ook. Bij het visitors centre werd aangeraden uiterlijk rond 9 uur te beginnen vanwege de warmte. Dat leek ons al erg laat, dus rond 7 uur liepen we de kloof in. Ik ben erg blij dat we niet later begonnen waren, want het werd al snel warm. De kloof zelf was in een woord adembenemend. Lopend, glibberend en klauterend baanden we ons een weg langs de rivier die twee keer overgestoken moest worden. Meteen bij de eerste oversteek gleed ik uit. Het voordeel daarvan was wel dat ik niet meer op hoefde te passen voor natte voeten, die had ik al. Terug bij de auto ben ik nog een keer een stukje naar beneden geklauterd om een cache te loggen.

We bleven maar een nacht in het park om niet te hoeven haasten om op tijd Broome te halen voor de vlucht naar Darwin en Alice Springs. Als we het past uitrijden lijkt dat inderdaad een goed idee want de auto heeft het duidelijk wat moeilijk met de ruim 40 graden die het buiten is. Tot twee keer toe verliezen we trekkracht. Door de auto een poosje stil te zetten kunnen we wel weer verder. Zolang dezr auto ons tot Broome weet te brengen zijn we tevreden. We stoppen in Port Hedland waar de camping vol blijkt te staan met bouwvallige caravans. Voor ons is er op deze treurige plek geen ruimte meer. We willen de auto wel wat rust geven en dus niet nog 100 kilometer doorrijden tot de volgende camping. Gelukkig is er ruimte zat in een mooi motel met heerlijk zwembad en een bar met ijskoude pints.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *