Andalusië uit

De receptie van de camping was de volgende ochtend gesloten, en aangezien Cortijos Nuevos op maar een krappe twintig kilometer naar beneden lag heb ik het bestelde brood maar gelaten voor wat het was en heb ik ontbeten in een café. Daarna was een bakker snel gevonden met mijn geweldige Spaans: Donde esta la panedaria por fabor? De route was weer erg mooi, en voor het grootste deel redelijk vlak. Aan het eind van de dag, net voor Riópar, zat een nog een colletje, maar dat was niets vergeleken met de volgende dag. Op de camping was ik, behalve de loodgieter die met het sanitair bezig was, voor de verandering weer de enige gast.

Op woensdag was het ‘s ochtends klimmen geblazen. De eerste pas ging van 800 naar 1450 meter, om dan weer af te dalen naar 900 meter. Het hoogteprofiel in het routeboekje gaf al aan dat er direct weer geklommen moest worden, nu naar 1430 meter. Gelukkig had ik het grootste deel de wind in de rug. Wat echter niet in de beschrijving stond is dat het piekje erna ook weer bijna 1200 meter was. Toch was ik rond drie uur weer beneden in Vianos, waar ondanks dat zowel het routeboekje en de gps aangaven dat er niet te vinden was, toch een restaurant open was. Het dagmenu was perfect voor fietsers, namelijk macaroni vooraf en veel aardappels met worstjes als hoofdgerecht. Vreemd genoeg was het voorgerecht groter dan het hoofdgerecht. Vanaf Vianos was het verder zo goed als vlak fietsen. De route ging voornamelijk over een Via Verde, een tot fietspad omgetoverde oude spoorlijn.

Ik wist al dat ik geen campings tegen ging komen, maar na de Via Verde kwamen alleen nog maar enorme akkerlanden waar ik onmogelijk mijn tent op kon zetten. Zo werd het toch een erg lange dag, zeker omdat het enige dorp waar ik doorheen kwam ook geen overnachtingsmogelijkheden had. Gelukkig kwam ik rond half negen, net voordat de zon onderging, langs een kanaal een dennenbosje tegen. Nood breekt wet, dus ik het direct langs het pad in het bosje mijn tent opgezet. De volgende dag bleek dat dat geen probleem was, want ik het de hele dag langs het kanaal gefietst, en ik ben helemaal niemand tegengekomen. Dat kanaal heb ik ruim 80 kilometer gevolgd, wat ongeveer 10 kilometer te veel was. Ik zag wel dat de track op de gps van het kanaal wegging, maar op de kaart ging het pad helemaal door tot Alarcón. Niet dus. Dat werd helaas dus een stuk terugfietsen en de beschreven route nemen. Uiteindelijk stond er toch weer 120 kilometer op de teller, terwijl ik eigenlijk een halve rustdag had gepland. De camping in Alarcón bestaat niet meer, dus ik heb voor de verandering eens een echt bed in een hotel in het middeleeuwse vestingsstadje. Ook ‘s avonds is de rustdag niet gelukt, want het rondje dat ik nog een ben gaan lopen bleek ook nog eens bijna 10 kilometer te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *