Categoriearchief: Onbegrensd fietsen van Spanje naar Nederland 2012

Introductie

Vorig jaar dacht ik na het fietsen van de North Sea Cycle tour dat ik de volgende keer weer een kort tochtje zou gaan maken. Toch wordt de route van dit jaar ook weer zo’n 4000 kilometer, van Màlaga naar Vianen. Deze tocht ga ik grotendeels de routes van Benjaminse volgen, namelijk Onbegrensd Fietsen naar Andalusië en Onbegrends Fietsen naar Barcelona.

Het stuk door België wil ik echter vervangen door de Duitse Vulkaneifel. In het noorden van Frankrijk sla ik daarom rechtsaf om via de Groene Valleienroute door Luxemburg naar Duitsland te fietsen.

Een overzicht van de route staat op het kaartje aan de rechterkant. Ik probeer net als vorig jaar onderweg het verslag bij te werken. Daarvoor moet ik wel een wifi-hotspot hebben, maar ik neem aan dat ik die onderweg wel tegenkom.

 

Afstanden en locaties

Hieronder houd ik een lijstje bij van de gefietste afstanden en de overnachtingslocaties.

datum dagafstand totaal aantal km overnachtingsplaats opmerkingen
zondag 15 april 15 15 Malaga hostel
maandag 16 april 0 15 Malaga hostel
dinsdag 17 april 60 75 Puerto de los Alazores wildkamperen
woensdag 18 april 105 180 Granada hostel
donderdag 19 april 0 180 Granada hostel
vrijdag 20 april 0 180 Granada hostel
zaterdag 21 april 92 272 Dehases-de-Gaudio wildkamperen
zondag 22 april 75 347 Cazorla camping
maandag 23 april 70 437 Tranco camping
dinsdag 24 april 81 518 Riópar camping
woensdag 25 april 129 647 La Herra wildkamperen
donderdag 26 april 123 770 Alarcón hotel
vrijdag 27 april 90 860 Cuenca camping
zaterdag 28 april 31 891 Uña hostal
zondag 29 april 82 973 Abarracín camping
maandag 30 april 77 1050 Cedrillas hostal
dinsdag 1 mei 76 1126 Mirambel hostal
woensdag 2 mei 100 1226 Arnés camping
donderdag 3 mei 80 1306 Margalef hostal
vrijdag 4 mei 58 1364 Montblanc hostal
zaterdag 5 mei 85 1449 Manresa hostal
zondag 6 mei 100 1549 Osór camping
maandag 7 mei 85 1634 Figueres camping
dinsdag 8 mei 45 1679 Maureillas-las-Illas (Frankrijk) camping
woensdag 9 mei 84 1763 Tuchon camping
donderdag 10 mei 46 1806 Bizanet camping
vrijdag 11 mei 96 1905 Pézenas camping
zaterdag 12 mei 87 1992 Montmoulieu camping
zondag 13 mei 25 2017 Barjac camping
maandag 14 mei 0 2017 Barjac camping
dinsdag 15 mei 0 2017 Barjac camping
woensdag 16 mei 0 2017 Barjac camping
donderdag 17 mei 0 2017 Barjac camping
vrijdag 18 mei 0 2017 Barjac camping
zaterdag 19 mei 0 2017 Barjac camping
zondag 20 mei 0 2017 Barjac camping
maandag 21 mei 0 2017 Barjac camping
dinsdag 22 mei 78 2095 La Bastille Paylaurant camping
woensdag 23 mei 95 2190 Le Puy camping
donderdag 24 mei 82 2272 Ambert camping
vrijdag 25 mei 72 2344 St Just camping
zaterdag 26 mei 95 2439 La Clayette camping
zondag 27 mei 115 2554 Clagny camping
maandag 28 mei 95 2649 Pontailler-sur-Saone camping
dinsdag 29 mei 104 2753 Port-sur-Saone camping
woensdag 30 mei 95 2848 Sanchey camping
donderdag 31 mei 100 2948 Nancy camping
vrijdag 1 juni 0 2948 Nancy camping
zaterdag 2 juni 85 3033 Lac du Medine camping
zondag 3 juni 92 3125 Sivry-sur-Meuse camping
maandag 4 juni 72 3197 Lahage (België) camping
dinsdag 5 juni 78 3285 Alzingen (Luxemburg) camping
woensdag 6 juni 0 3285 Alzingen camping
donderdag 7 juni 59 3344 Trier (Duitsland) camping
vrijdag 8 juni 92 3436 Gerolstein camping
zaterdag 9 juni 65 3501 Nettersheim jugendzeltplatz
zondag 10 juni 72 3573 Niedegger camping
maandag 11 juni 84 3657 Vaals (Nederland) camping
dinsdag 12 juni 115 3772 Ohé en Laak camping
woensdag 13 juni 92 3864 Retie (België) camping
donderdag 14 juni 80 3944 Ossendrecht (Nederland) camping
vrijdag 15 juni 0 3944 Ossendrecht camping
zaterdag 16 juni 0 3944 Ossendrecht camping
zondag 17 juni 0 3944 Ossendrecht camping
maandag 18 juni 115 4059 Vianen thuis

Op naar Spanje

Op zondagmorgen is het dan zover. De reis gaat echt beginnen. Mijn huis is al ingenomen door Karin die daar de komende tijd gaat wonen, de fiets zit in een grote kartonnen dood en de flightbag is op het allerlaatste moment vervangen omdat je er zwaar doorheen kon kijken.

Zoals altijd bij vliegen is het een dag met heel veel wachten. Wachten tot Laurens om half zeven exact voor komt rijden, wachten bij de incheckbalie in Maastricht, wachten tot we kunnen boarden, wachten tot we opstijgen, wachten tot we weer landen en wachten op de bagage. Gelukkig zag ik al dat de doos met mijn fiets ingeladen werd, en hij werd ook netjes weer afgeleverd in Malaga. Ik had niet verwacht dat de doos op de bagageband zou liggen, maar blijkbaar kon dat geen kwaad. De doos en de fiets zagen er nog perfect uit.

Na een klein uurtje knutselen aan de fiets en de bagage weer in de juiste tassen stoppen kon ik vertrekken naar het hostel in Malaga. Gelukkig was het niet heel druk op de bijna-snelweg en had ik de wind in de rug, dus ik was snel in het centrum waar de gps me soepel naar Oasis Malaga Hostel verwees.

De volgende anderhalve dag heb ik besteed aan het verkennen van de stad. Malaga is een mooie stad, alleen jammer dat echt álles gerestaureerd is. Er is niets ouds te vinden dat er nog oud uitziet. Hoe dan ook, het is een mooi rustig begin van de fietstocht. Ik heb er zin in!

De andere kant op

De eerste fietsdag begint meteen met een routewijziging. Ik besluit Malaga niet aan de oostkant, maar naar het noorden uit te fietsen. Ik heb in het hostel van zoveel mensen gehoord dat Granada veel meer de moeite waard is dan Sevilla, en op deze manier kan ik onderweg nog beslissen waar ik naar toe ga. Het is uiteindelijk Granada geworden, dus het hostel in Sevilla heb ik maar afgebeld.

Het is wel meteen een enorm pittige dag, zeker omdat ik nog geen klimmeters in mijn benen heb. De route begint met klimmen, en dat houdt de hele dag aan. Gelukkig is er veel horeca langs de weg, dus koffie en paella houden me gaande. Onder een volledig blauwe hemel in de stralende zon kom ik uiteindelijk 1100 meter hoger en 60 kilometer verder uit bij een mooi veldje uit het zicht, waar ik mijn tent opzet.

’s Nachts begin het hard te waaien, maar tot nu toe houdt de nieuwe carbon stok van mijn tent zich goed. De volgende dag waait het iets minder hard en is het tot in de middag bewolkt. De route golft de eerste 65 kilometer tussen de 800 en 1100 meter, maar de laatste 40 kilometer gaan heerlijk naar beneden. Dat gaat lekker snel zo. Rond een uur of 5 kom ik al aan in Granada, waar ik naar het Oasis hostal ga. Gelukkig is er nog plek, dus de drie nachten die ik in Sevilla zou besteden zijn nu officieel omgeboekt naar Granada. Morgen moet ik wel vroeg opstaan om naar het Alhambra te gaan, want dan zouden de rijen het kortst zijn.

Klimmen, maar nu lopend

Ik heb er zeker geen spijt van dat ik voor Granada heb gekozen. Wat een geweldig mooie stad is dat. Het hostel zit midden in de Arabische buurt midden in het centrum volop kleine winkeltjes, en de mooiste straten van de stad. Ook met de meeste trappen trouwens, met een rolstoel zou je hier echt heel erg gehandicapt zijn. In het hostel nam ik in de bar een welkomsdrankje, waar ik door twee bejaarde Australiërs die ergens in een hotel geboekt hadden gezelschap kreeg. Later kwam Marlous uit Amersfoort erbij zitten. Hoe meer bier in de Australiërs ging, hoe luidruchtiger ze werden en hoe meer ze Marlous en mij probeerden te koppelen.

De eerste van de twee dagen in Granada was helaas bewolkt en regenachtig, maar ondanks dat en ik om zeven uur opgestaan om naar het Alhambra te gaan. Dat moet je weken van tevoren reserveren. Of je moet, zoals ik heb gedaan, om half acht in de rij voor de kassa gaan staan in de hoop dat je naar binnen kan. Er bleken ongeveer 350 kaarten verkocht te worden, en zo veel mensen stonden niet voor me. Voor 15 euro mocht ik naar binnen. De volgende vier à vijf uur heb ik in het gigantische complex rondgezworven. ’s Avond werd vanuit het hostel een tapas-tour georganiseerd. Dat werd een gezellige kroegentocht met een groep van 10 mensen met allerlei nationaliteiten.

Gelukkig was het vrijdag wel zonnig, droog en warm. De hele dag heb ik rondgelopen in de stad. In de ochtend alleen, zoekend naar geocaches, in de middag met een groepje uit het hostel met een gids. Zo zie je toch heel andere dingen. Morgen ga ik weer fietsen, maar dit is een plek die ik echt ga missen.

And all that I can see is another olive tree

Ik heb mij niet gehaast om het hostel te verlaten. Gisteravond is het na een lekker etentje bij een Marrokaans restaurant – waar zoals gewoonlijk de helft van de dingen op de kaart op was – en een aansluitend barbezoek toch wat later geworden. Rond half elf rijd ik bij het hostel weg op zoek naar een bakker. Die vind ik snel in de vorm van een supermarktje. Dan klim ik Granada uit, de Sierra Nevada in. Het is een dag met voornamelijk klimmen, en met dus de bijbehorende uitzichten.

In de middag kom ik door een dorpje waar ik bij het plaatselijke café vraag of er wat te eten is. Een behulpzame bargast is zo aardig om de woordenvloed van de barkeeper te vertalen. Ik heb keus uit drie gerechten, lomo met salade en friet, ternera met salade en friet, of bacon met hetzelfde. Ik kies voor de lomo. Na een bezoek aan de keuken zegt de barkeeper dat dat op is. Ok, doe dan maar ternera. Maar nee, ook dat is niet voorradig. Toch handig dat je mag kiezen. De bacon smaakte trouwens prima, en de friet was echt op zijn Spaans. Het had het frituurvet ongeveer een half minuutje gezien. De kosten van dit alles, inclusief een glas icetea (wat zo zowaar hadden) en een kop koffie was €3,50.

De dag vervolgde langs olijfbomen, meer olijfbomen en nog veel meer olijfbomen door het rood-bruine landschap van de Sierra Nevada tot ik het om zeven uur wel welletjes vond. Bij gebrek aan campings op dit deel van de route heb ik mijn tent maar opgezet in, jawel, een olijfboomgaard.

Zondag bleef ik tussen de olijfbomen fietsen via de beschreven alternatieve route over een onverhard pad. Vergeleken met enkele oude spoorwegen vorig jaar in Engeland viel de staat van de weg enorm mee. ’s Avonds kwam ik bij de camping in Cazorla uit, waar een uurtje later nog twee Nederlandse fietsers aankwamen die het stuk door Spanje de andere kan op fietsen. We zijn gezellig samen in het dorp wat gaan eten.

Het ontbijt de volgende ochtend kon niet op de camping, want je bleek brood de dag van tevoren te moeten bestellen. Na een lekkere kop koffie ben ik dus maar in het dorp een bocadillo gaan halen. De route ging meteen een pas van 1280 meter over, al klinkt dat hoger dan het is. De camping lag namelijk al op 800 meter. Daarna veranderde het landschap volledig. In plaats van olijfbomen en rood-bruine rotsen lag aan de andere kant van de berg een bos en een gigantische stuwmeer. Dat meer heb ik de hele dag gevolgd, meer dalend dan klimmend. Uiteindelijk ben ik op dezelfde camping geëindigd als waar de andere fietsers vandaan kwamen.

Andalusië uit

De receptie van de camping was de volgende ochtend gesloten, en aangezien Cortijos Nuevos op maar een krappe twintig kilometer naar beneden lag heb ik het bestelde brood maar gelaten voor wat het was en heb ik ontbeten in een café. Daarna was een bakker snel gevonden met mijn geweldige Spaans: Donde esta la panedaria por fabor? De route was weer erg mooi, en voor het grootste deel redelijk vlak. Aan het eind van de dag, net voor Riópar, zat een nog een colletje, maar dat was niets vergeleken met de volgende dag. Op de camping was ik, behalve de loodgieter die met het sanitair bezig was, voor de verandering weer de enige gast.

Op woensdag was het ’s ochtends klimmen geblazen. De eerste pas ging van 800 naar 1450 meter, om dan weer af te dalen naar 900 meter. Het hoogteprofiel in het routeboekje gaf al aan dat er direct weer geklommen moest worden, nu naar 1430 meter. Gelukkig had ik het grootste deel de wind in de rug. Wat echter niet in de beschrijving stond is dat het piekje erna ook weer bijna 1200 meter was. Toch was ik rond drie uur weer beneden in Vianos, waar ondanks dat zowel het routeboekje en de gps aangaven dat er niet te vinden was, toch een restaurant open was. Het dagmenu was perfect voor fietsers, namelijk macaroni vooraf en veel aardappels met worstjes als hoofdgerecht. Vreemd genoeg was het voorgerecht groter dan het hoofdgerecht. Vanaf Vianos was het verder zo goed als vlak fietsen. De route ging voornamelijk over een Via Verde, een tot fietspad omgetoverde oude spoorlijn.

Ik wist al dat ik geen campings tegen ging komen, maar na de Via Verde kwamen alleen nog maar enorme akkerlanden waar ik onmogelijk mijn tent op kon zetten. Zo werd het toch een erg lange dag, zeker omdat het enige dorp waar ik doorheen kwam ook geen overnachtingsmogelijkheden had. Gelukkig kwam ik rond half negen, net voordat de zon onderging, langs een kanaal een dennenbosje tegen. Nood breekt wet, dus ik het direct langs het pad in het bosje mijn tent opgezet. De volgende dag bleek dat dat geen probleem was, want ik het de hele dag langs het kanaal gefietst, en ik ben helemaal niemand tegengekomen. Dat kanaal heb ik ruim 80 kilometer gevolgd, wat ongeveer 10 kilometer te veel was. Ik zag wel dat de track op de gps van het kanaal wegging, maar op de kaart ging het pad helemaal door tot Alarcón. Niet dus. Dat werd helaas dus een stuk terugfietsen en de beschreven route nemen. Uiteindelijk stond er toch weer 120 kilometer op de teller, terwijl ik eigenlijk een halve rustdag had gepland. De camping in Alarcón bestaat niet meer, dus ik heb voor de verandering eens een echt bed in een hotel in het middeleeuwse vestingsstadje. Ook ’s avonds is de rustdag niet gelukt, want het rondje dat ik nog een ben gaan lopen bleek ook nog eens bijna 10 kilometer te zijn.

K-k-k-k-koud

Het ontbijt was bij de prijs inbegrepen, maar dat mocht ook wel voor 40 euro. Ja, ik weet dat die prijs op de meeste plekken in Europa enorm mee zou vallen, maar voor Spanje is het aardig aan de prijs. Na een kilometer of 20 kwam ik langs een café voor een kop Americano, een grote zwarte koffie. Daar raakte ik in een met-handen-en-voeten-gesprek met enkele bargasten die me aangaven dat ze regelmatig een rondje fietsen in de omgeving en dat er een veel mooiere weg was voor het volgende stuk. Daar heb ik op vertrouwd, dus die weg heb ik gevolgd.

Het grootste deel van de dag heb ik tussen de rotsen en in grote kloven gefietst, waardoor het klimwerk meeviel. Quenca, waar ik ben geëindigd, is weer zo’n mooie middeleeuwse stad. Tenminste, de bovenstad die via kinderkopjes met 20% te bereiken was. Dat werd dus lopen. De camping lag net buiten de stad.

’s Avonds begon het met regenen, en dat heeft ruim 24 uur aangehouden. Op zaterdag was het echt ijs- en ijskoud. Ik heb maar 31 kilometer gefietst, toen vond ik het wel genoeg. Ik kwam blijkbaar zo verkleumd een kroeg/hostal in Uña binnen dat me gelijk handdoeken en dekens werden aangereikt. Ik heb er direct een kamer en een hete douche genomen. Na de lunch ben ik nog wel aan een geocachetocht begonnen, maar ik heb het rondje moet afgemaakt omdat de paden in de bergen door de regen spiegelglad waren.

Zondag regende het niet meer. Helaas was in plaats daarvan hagel gekomen. Er zat een klim naar 1650 meter in de route, met een stijging van 10%. Naar boven ging dat zo langzaam dat ik de hagel bijna niet merkte. Naar beneden voelde het echter als zandstralen aan. Ergens in de vorige twee weken ben ik een fietshandschoen kwijtgeraakt. Gelukkig had ik mijn volledige handschoenen nog wel. Die waren alleen bijna niet aan te krijgen omdat de vingers van de binnenhandschoen altijd verkeerd zitten. Uiteindelijk heb ik maar vakkundig de binnen- en buitenhandschoen met mijn zakmes van elkaar gescheiden.

Later op de dag werd het zowaar droog en kwam de zon zelfs even door. Uiteindelijk heb ik mijn tent op de camping van Albarracín opgezet, zodat deze ook nog even kon drogen.

Warm slapen

Campings zijn schaars in dit deel van Spanje. In Cedrillas, waar ik maandagavond stopte, zou volgens het routeboekje en volgens één bordje aan het begin van het dorp wel een camping zijn, maar die was niet te vinden. In het hostal waar je je volgens de beschrijving moest melden werd me volgens mij verteld dat de camping niet meer bestaat, of toch in ieder geval gesloten is. Dat werd dus maar weer in het hostal slapen, of zoals fietsers die ik tegenkwam het noemden: warm slapen.

Dat slapen ging wel lukken, want het was een erg zware dag. Na een enorm mooi stuk naar Teruel ging de route ruim 600 meter omhoog met een helling van rond de 10 procent. Door de rotsen waar ik tussen reed was er tijdens de klim ook weinig uitzicht, en kimmen waar je alleen op het klimmen richt zijn altijd het zwaarst.

Dat bleek dinsdag wel weer, want ondanks dat de route op papier een stuk zwaarder was, ging het fietsen verbazingwekkend makkelijk. De omgeving was weer enorm mooi, het was zowaar droog en de zon scheen. In de middag ben ik weer bij een restaurant gestopt voor het menu del dia, wat hier wat duurder was dan gebruikelijk. Voor 18 euro kreeg ik een voorgerecht, hoofdgerecht, desert, wijn, water, brood en koffie. Het eten wat ik kreeg was die extra 8 euro echter dik waard.

Ik had gedacht tot Morella te fietsen, maar ik had al gehoord dat de camping daar niets meer dan een grasveldje zonder sanitair was, aangezien het zwembad waar het bij hoort nog dicht is. Rond vijf uur ben ik gestopt in Mirambel, waar ik weer warm kon slapen. Daar heb ik geen spijt van gekregen. Wat een geweldig mooi dorp bleek dat te zijn. Mirambel is een oude middeleeuwse vestingstad, wel gerestaureerd maar niet te overdreven. Het leek wel of ik in een openluchtmuseum verbleef. Zeker na zonsondergang was een wandeling door de plaats erg mooi.

Catalonië

Het gaat hard. Ik ben Spanje bijna door. Ik weet wel dat wanneer ik nog een keer in Spanje ga fietsen, ik geen tent meer meeneem. Het zijn weer drie nachten in hostals geworden, twee keer omdat er geen campings waren en één keer, in Montblanc, omdat het hostal midden in het centrum maar 5 euro scheelde met de camping die 3 kilometer buiten Montblanc lag.

Hoe dan ook, ik ben in Catalonië aangekomen, en dat is dankzij de taal goed te merken. Aan het Spaans dat ik de afgelopen drie weken heb opgedaan heb ik om dingen te lezen niets meer. Gelukkig lijkt Catalaans redelijk op Frans, dus helemaal onthand ben ik niet. Het weer is intussen steeds beter geworden, ik kan weer in korte broek en tshirt afdalen.

Dat gold niet voor donderdag, voornamelijk omdat er weinig af te dalen was na de ochtend. De route begon met een korte afdaling tussen de rotstekeningen naar de Ebro. Dat was na Malaga het laagste punt tot nu toe, de gps gaf 50 meter aan. Daarna begon het klimmen, regelmatig tegen of zelfs over de 10 procent heen. De weg kan heel mooi geweest zijn, maar daar heb ik weinig van gemerkt omdat ik vooral erg moe was. In het hostal in Margalef zat het avondeten, dat al vanaf 8 uur te krijgen was, bij de prijs in. Ik viel tijdens het eten bijna in slaap, hoe lekker de zalm ook was.

Na het klokje rond geslapen te hebben was ik de volgende dag weer helemaal fit, al werd het een korte dag. Na geklommen te hebben naar het klooster van Poblet via een geweldige weg direct langs diepe afgronden kwam ik rond de middag in Montblanc aan. Ik had al van een andere fietser gehoord dat de camping ruim 20 euro zou kosten, dus zoals gezegd heb ik een hostal, Els Angels, midden in de middeleeuwse stad genomen. Montblanc was een halve rustdag zeker waard.

’s Avonds heb ik lekker gegeten in een leuke pizzeria. Het duurde even voordat ik doorhad waarom dit restaurant zo anders was dan alle restaurants en bars die ik bezocht had. Het was de televisie, of beter het gebrek daaraan. Spanjaarden zijn gek op de tv, en die staat dan ook overal aan met het geluid op maximum. Het liefst hebben ze nog meerdere televisies in één bar met allemaal een andere zender op.

Ook de zaterdag bleek niet al te lang te worden. Wel 85 kilometer, maar rond 16 uur was ik al in Manresa. Daar was de optie om een hostal te nemen, of nog ruim 30 kilometer omhoog tot de volgende overnachtingsmogelijkheid. Ik ben toch maar gestopt. Dit was trouwens de eerste keer dat de route, die toch al 10 jaar oud is, niet meer klopte. De laatste 30 kilometer naar Manresa bleek de weg vervangen te zijn door een gloednieuwe autoweg waar fietsen verboden waren. Gelukkig was en een parallelweg, die langs de autoweg slingerde gemaakt, die ik wel kon volgen.

Vanavond ga ik maar weer eens een restaurantje opzoeken, en morgen probeer ik tot een kilometer of 30 voor Girona te komen. Daar is namelijk zowaar een camping.