Categoriearchief: Eifel, Ardennen en Oude Wegen 2010

Opwarmertje

Woensdag 12 mei

De eerste etappe zit erop en ik heb ook de eerste klimmetjes voor mijn kiezen gehad. Ondanks de extreem lage temperatuur voor de tijd van het jaar was het toch een mooi opwarmertje voor de Eifel. De dag begon koud met wat miezerregen en tegenwind richting Utrecht. Toch was ik, zoals gewoonlijk, weer in drie kwartier op het station. Het lijkt niet uit te maken of het vriest of bloedheet is, of het droog is of hagelt en of ik een orkaan tegen heb of vooruit geduwd word door de wind, het kost me gewoon altijd drie kwartier.

Ik heb de trein naar Weert genomen, maar ben ondanks het plan om van Weert naar Heerlen te fietsen, ben ik toch blijven zitten tot Heerlen om niet de hele dag tegen de wind in te hoeven fietsen. Dan is de OV-chipkaart toch erg handig, want anders had ik in Weert de trein uit gemoeten om een nieuw kaartje te kopen.

In Heerlen ben ik een beetje rond gaan fietsen tot ik na een kwartiertje bedacht dat ik me nog niet uitgecheckt had op het station. Terug naar het station heb ik al wel de camping gevonden waar ik ’s avonds wilde gaan kamperen. Na nog een spoedbezoekje aan het station heb ik een knooppuntenroute van zo’n zestig kilometer door het Zuid-Limburgse heuvellandschap gemaakt. Voor de middagstop heb ik een idyllisch plekje gevonden tussen de oude gebouwen zoals je ze alleen in Limburg vindt. Ik had eigenlijk een foto moeten maken.

’s Avonds bleek op de camping dat er de volgende dag een motortoertocht in ongeveer de zelfde omgeving als mijn fietstocht zou beginnen en dat de camping de verzamelplek voor de deelnemers was. Het was in het café op de camping nog lang gezellig en onrustig.

De Eifel en de Ardennen

Donderdag 13 t/m zondag 16 mei

Donderdag was ik een uur te vroeg op het station. Om nou in de miezerregen op de camping te wachten vond ik niet het beste idee, en om een kop koffie op de camping te nemen zou ik voor 10 euro aan nieuwe consumptiemuntjes moeten kopen die ik niet terug kon inwisselen. Dat zou wel een erg dure kop koffie worden. In heb mijn heil dus maar gezocht in een grote beker Kiosk-koffie terwijl ik wachtte op de anderen die de Eifeltocht gingen fietsen. Uiteindelijk vertrokken we om 11 uur met zijn zessen: Raymon, Edwin, Martijn, Wouter, Annie en natuurlijk ikzelf.

Het eerste stuk van de Eifel-Ardennentocht was door verstedelijkt gebied, maar toen we dat achter ons hadden gelaten werd de route echt mooi. Ondanks de temperatuur van maar een graad of zes fietsten we ons tegen de hellingen op goed warm. We eindigden Hemelvaartsdag op een mooie camping in Nideggen. Op de mega-hutje-mutjecamping ernaast hebben we heerlijk gegeten.

Vrijdag overtrof donderdag op meerdere manieren. De tocht was nog mooier, de hellingen nog steiler en de temperatuur nog hoger. Het werd namelijk een overweldigende negen graden. Een van de stukken was een klim van continu tegen de 10% over een drassig en door houthakkers kapotgereden bospaadje. Natuurlijk lukte dit prima met mijn tractorbanden en met een heerlijke lunch als brandstof. ’s Avonds zijn we nog een keer uit eten gegaan in een restaurant waar de bediening het best beschreven kan worden als extreem efficiënt. Na nog een kop Irish coffee (met extra zorg en whiskey door de Nederlandse campingeigenaar gemaakt) was het weer bedtijd.

De volgende dag was de tocht bijna de complete 100 kilometer licht naar beneden langs de rivier. Nier geheel verrassend ging dat erg soepel. Het eindpunt was Wasserbillig, net over de grens in Luxemburg. Maar, om de etappe toch nog wat uitdagend te maken hebben we voordat we op de camping aankwamen wel even geklommen naar Fort Rammstein. Dat is een ruïne, maar ze serveren vooral erg lekkere küche op het terras. En weer om op het terras te zitten was het, want de temperatuur was al snel 15 graden. Een hittegolf! Geheel volgens wat ondertussen traditie was geworden hebben we ’s avonds weer een restaurant bezocht, een Italiaans restaurant deze keer.

Zondag was voor mij de laatste dag van de Eifel-Ardennentocht voordat ik naar het zuiden van Frankrijk ga fietsen via de Oude Wegenroute. Het beloofde een pittige dag te worden, en dat werd het ook. Via diverse klimmen van 10 tot 15 procent, omwegen over smalle doodlopende bospaadjes en nog meer hellingen kwamen we op een punt waar de route via een drukke wel met een steile helling naar de camping in Weiswampach ging. Om de drukke weg te omzeilen hebben we een alternatieve route via Duitsland genomen. Alleen zat daar niet maar één pittige helling in, maar moeten we dat wel drie keer doen. Doodop was ik, bovenaan de derde helling bij een kerkje op de Luxemburgse grens. Gelukkig kwam ik onder het genot van een koud biertje, wat chips en een heerlijke maar extreem ingewikkelde douche weer op adem en heb ik eindelijk mijn pasta-pesto gemaakt die ik al vijf dagen meesleepte.

Enkele opmerkelijke dingen tijdens deze tocht:
– Een fietsalarm is leuk, niet weten hoe deze uitgezet moet worden is nog veel leuker
– Duitsland kent geen groene thee, of tenminste: één kroeg in Duitsland heeft geen groene thee
– Fietsroutes in Duitsland zijn voortreffelijk
– Nederlanders zeggen ‘hè hè’ als ze gaan zitten
– Mmmmmm!
– Oudere fietsers fietsen op Koga’s

België

Maandag 17 en dinsdag 18 mei

’s Ochtends, net nadat ik mijn tent heb ingepakt, begint het te regenen. Na het afrekenen van de camping, waar blijkt dat het gecompliceerde doucheautomatiseringssysteem niet geheel werkt, gaan Edwin en ik alvast naar de bakker voor ontbijt. Niet veel later heeft de rest de bakker ook gevonden. Ondertussen is het weer droog als we vertrekken. Na zo’n tien kilometer haak ik af om aan de Oude Wegenroute te beginnen. Het begint al goed, want er is direct een wegopbreking. Gelukkig mag ik er lopend door de berm wel langs. Dat scheelt wel veel verkeer, want volgens de kaart is het een doorgaande route.

Helaas gaat het toch weer regenen. Uiteindelijk blijft het tot 5 uur vele buien vallen. Bij Boeur zie ik een bordje ‘Route Ravel’ richting Bastogne staan. Dat blijkt een mooi vlak fietspad over een oude spoorlijn te zijn. Volgens mij GPS fiets ik zelfs nog over het spoor. Na een lekkere warme kop koffie en een stuk aardbeientaart was het plan om te stoppen bij een camping a la ferme die zowel in het routeboekje als op één wegwijzer vermeld stond. Helaas bleef het bij dat ene bord, want daarna komt de camping op geen enkel bord meer voor. De camping heb ik nooit gevonden, leve de Belgische bewegwijzering. Uiteindelijk ben ik maar gestopt in Jamoigne, twintig kilometer verderop. Hier werd mijn vooroordeel van Waalse campings nogmaals bevestigd. Het was namelijk weer een dure camping met niet-onderhouden en niet-schoongemaakt sanitair. Ach, de douche was tenminste niet ijskoud.

De volgende ochtend heb ik eerst broodjes bij de Spar tegenover de camping gehaald, die ik langs de rivier heb opgegeten. Daarna voerde de tocht naar de Abdij van Orval, waar ik twee mede-wereldfietsers op Koga’s tegenkwam. Om de abdij te bezoeken moet je 5 euro betalen, ik heb alleen de buitenkant bewonderd. Later hoorde ik dat je ook na betaling bijna niets mag zien. In plaats van een rondleiding door de abdij heb ik het geld uitgegeven aan een kop koffie met taart op het terras ernaast. Ja, inderdaad: Een terras. Het is rond de 20 graden!

Noord Frankrijk

Dinsdag 18 t/m zaterdag 22 mei

Vlak voor de Franse grens stond er heel veel politie op de weg het verkeer te regelen. Ik weet niet waarom, want ik mocht direct doorfietsen. Het is meteen duidelijk dat ik België uit ben. De dorpjes zijn kleurrijker en er is veel minder lintbebouwing. Ook staan de wegen weer veel beter aangegeven dan in afgelopen twee dagen in Wallonië. Na een paar kilometer ben ik ook de Ardennen uit en daal ik van vijfhonderd naar zo’n tweehonderd meter af. Onderweg heb ik nog de routevariant over Butte de Montfoucon genomen, langs een Amerikaans monument voor de gevallenen van de eerste wereldoorlog. Het is inderdaad typisch Amerikaans want het is enorm groot en aanwezig. Helaas was de toren gesloten, dus die heb ik niet kunnen beklimmen. Na een lekker lange afdaling ben ik geëindigd op een municipal in Varennes-en-Argonne.

Het weer is ook woensdag weer fantastisch. Het is zo’n twintig graden, zonnig en droog. Wat alleen wel te merken is, is dat ik in het lege noorden van Frankrijk ben. De eerste horeca was al na tien kilometer bergaf, maar dat vond ik nog wat te vroeg voor een koffiestop. Helaas ben ik de zeventig kilometer daarna niets meer tegengekomen dat open was. De tachtig kilometer zijn wel heel snel gegaan. Om twee uur ’s middags was ik al in Châlons-le-Champagne. Aangezien in dit gebied de campings schaars zijn en ik alweer ruim een week onderweg ben besluit ik daar maar te stoppen en van de rest van de dag een rust- en stadsbezichtigingsdag te maken.

Het is vanaf de camping iets meer dan een half uur lopen naar het centrum en dat ik na acht dagen fietsen ook wel eens lekker om te doen. Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om lekker op een terrasje met een koud biertje mijn reisverslag bij te werken.

En zo zit je in Châlons-le-Champagne bij een Italiaans restaurant te eten, zo zit je honderd kilometer verderop net voorbij Troyes op een kampeerveldje bij een jeugdherberg. Het waren honderd erg makkelijke kilometers over open vlaktes met maar hier en daar een klein heuveltje. In de routebeschrijving stond dat in Dommartin-Lettrés een dorpscafé annex woonhuis is dat onregelmatig open is. Ik leek geluk te hebben, want het was open. De koffie was echter de meeste vreemde variant die ik ooit in een café tegen ben gekomen. Er stond een pot oude koude koffie klaar, waarmee een half kopje werd gevuld. Dat werd opgewarmd in de magnetron waarna het bijgevuld werd met koude koffie uit de pot. Ondertussen zal de bejaarde café-eigenaar aan de wijn al pijprokend naar negenletterwoordenlingo te kijken. Maar ja, het is gelukt om een kop ‘koffie’ te krijgen.

Troyes zelf ben ik snel doorgefietst, want ik had geen zin om na een dag in Châlons weer een stad te bezoeken. Rond vieren ben ik in Rosières gestopt bij de jeugdherberg. Na duidelijk gemaakt te hebben dat ik niet geboekt had en echt niet voor een kamer kwam, maar gewoon mijn tent wilde opzetten kon ik nog lekker relaxen in de stralende zon. En er werd zowaar alweer voor mij gekookt, dus de pastasaus die ik had gekocht heeft mijn fietstas nog niet verlaten. Ik weet trouwens niet waarom er gevraagd werd of ik gereserveerd had, want er was die avond niemand anders. Het reserveringsboek zal dan ook wel leeg geweest zijn.

Na een ontbijtje in het hostel ben ik vrijdagochtend weer op weg gegaan. Het was weer een heel makkelijke dag, want het grootste deel van de route ging over perfect geasfalteerde jaagpaden langs de Yonne en het Nivernais-kanaal. Er waren sinds het verschijnen van het boekje meer fietspaden langs het kanaal gemaakt. Dat zorgde er wel voor dat ik een kilometer of twintig omgereden heb, want ik bleef gewoon het pad volgen zonder door te hebben dat de route de andere kant op ging. Maar het weer zat mee, de weg zat mee en het ging heel lekker, dus dat maakte eigenlijk niets uit. Ik eindigde de dag op een municipalletje langs het zelfde kanaal, waar ik eindelijk mijn pastamaaltijd maakte.

Zaterdag begon ik de dag door lekker vers brood bij de lokale bakker te kopen en die op het terrasje ernaast met een kop koffie erbij op te eten. Ik trok al snel de belangstelling van de stambejaarden die ik met handen en voeten heb uitgelegd welke route ik fietste. Het bleek dat enkelen de toren die nog geen kilometer uit het dorp stond niet eens kenden. Na het ontbijt ging ik berg-op naar Vézelay, een oud en authentiek vestingstadje. Ik vond het leuker dan Carcassonne, want ondanks dat ook Vézelay toeristisch is, zijn er veel minder souvenirwinkels en cafés. Daarnaast wordt Vézelay ook nog echt bewoond.

Na Vézelay ging de route heuvel op, heuvel af, heuvel op, heuvel af naar Nevers waar ik onder de Loirebrug op de camping mijn tent heb opgezet. In de stad neem ik een gigantisch glas Hoegaarden en een heerlijke echte hamburger op een terrasje om te vieren dat ik het eerste boekje uit heb en dat ik over de duizend-kilometergrens ben gegaan. ’s Avonds op de camping ontmoet ik Frans en Rosalie die ook de Oude Wegen aan het volgen zijn. Op hun Koga’s.

Zuid Frankrijk

Zondag 23 t/m vrijdag 28 mei

Het was op eerste pinksterdag een vlakke etappe, maar er zijn maar weinig campings. Daarom besloot ik er maar een korte dag van te maken met veel stops. Frans en Rosalie deden hetzelfde, waardoor we elkaar onderweg regelmatig tegenkwamen. Ook kwam ik onderweg een groep Fransen tegen die met Volkswagen Kevers naar Afrika trokken. Die volbepakte auto’s naast de volbepakte fietsen waren een mooi gezicht. ’s Avonds ontmoette ik Frans en Rosalie weer bij de camping in St. Armand. We besloten met zijn drieën uit eten te gaan. De volgende dag waren ze 30 jaar getrouwd. Dat wordt gevierd met een fles goede wijn.

Op tweede pinksterdag is er in Frankrijk ook niet veel open, maar gelukkig zijn de bakkers ’s ochtends wel gewoon geopend. Ook nu kwam ik Frans en Rosalie nog een paar keer tegen, maar mijn etappe was langer dan die van hun. Net voor twaalven lukte het me nog wat rauwe ham in te slaan bij de slager die ook meteen kruidenier en apotheek is. Daarna pauzeerde ik even waarbij ik in gesprek raakte met een Franse fietser die samen met een vriend drie dagen dwars door Frankrijk aan het fietsen was. Om drie uur was ik al bij de camping waar ik oorspronkelijk wilde stoppen, maar omdat het nog zo vroeg was besloot ik nog twintig kilometer door te fietsen tot Lac du Fougères. Dat was een goed idee, want in het meer kon je heerlijk zwemmen.

Net nadat ik mijn tent had opgezet komt Peter aangelopen, die met zijn volle rugzak van Alkmaar naar Santiago onderweg is. Het lijkt het thema van de reis te worden, want ook nu weer heb ik niet zelf gekookt, maar zijn we samen naar de pizzeria net buiten de camping gegaan.

Dinsdag begint sloom. Na nog gezellig wat gekletst te hebben zit ik pas rond tien uur op mijn fiets. Aangezien ik alweer twee weken onderweg ben, was het wel weer eens tijd voor een halve rustdag. Dat lukte helaas niet.

Het was gelukkig niet zo heet als de dag ervoor, er viel zelfs af en toe een fris buitje. De route ging echter vooral omhoog, waardoor ik maar langzaam vooruit kwam. Rond half vier zat ik op zeventig kilometer en wilde ik stoppen bij een camping. Die bleek echte nog gesloten te zijn, en ook het water was afgesloten. Op weg naar de volgende camping was het vooral veel klimmen. De camping heb ik echter nooit gevonden. Ondertussen was het al vijf uur geweest toen ik eindelijk een bord zag waar camping nummer 3 op vermeld stond. Die bleek echter volledig vervallen en het leek erop alsof er al langere tijd niemand was geweest. Ook dat werd hem dus niet. Ondertussen kwam St. Leonard steeds dichterbij, maar daarmee ook de 100 kilometer. Van een rustdag is dus niet meer terecht gekomen. Pas na zeven uur rij ik de stad in en zie ik een bord van de stadscamping waarop staat dat die 5 kilometer verderop is. Dat in combinatie met de melding in het boekje dat de camping nog dicht is heeft me doen besluiten dat ik maar eens een keertje niet ga kamperen.

In plaats daarvan heb ik het een keertje luxe gedaan en ben ik naar een Chambre de Hôte, een bed-and-breakfast, gegaan. Daar nam ik een heerlijk bad, maar moet daarna, hoe vervelend, toch weer uit eten gaan. Het grote voordeel is dat ik een heerlijk echt bed had en dat er voor ’s nachts noodweer met storm en onweer voorspeld werd. Ik lig dan lekker binnen.

Dat noodweer is echter niet gekomen, tenminste: niet ’s nachts. De volgende dag werd ik achtervolgd door gitzwarte wolken die steeds dichterbij kwamen. Net over de zestig kilometer kwam ik in Uzerche aan, en dat was echt net op tijd. Direct nadat ik mijn tent opgezet had barstte de bui los en begon het gigantisch te gieten en te onweren, en dat blijft bijna twee uur doorgaan. Tijdens de fietstocht heb ik het wel drooggehouden. Deze was mooi en niet te lastig. Na een lange klim van tweehonderd terug naar de vijfhonderd meter bleef deze redelijk op hoogte, waardoor er mooie panorama’s waren zonder veel klimwerk.

Gelukkig werd het later op de dag dan toch weer droog, waarna ik een stadswandeling door la Cité heb gemaakt. Het blijkt dan trouwens dat de camping met veel minder klimmen te bereiken was. Daar doe ik de volgende ochtend mijn voordeel mee. ’s Avonds heb ik voor de verandering weer eens zelf gekookt.

’s Nachts heeft het nog geregend, maar de volgende ochtend was het droog. Na een ontbijtje in een café en een bezoekje aan de lokale buurtsuper ben ik over het traject van een oude spoorlijn Uzerche uitgefietst. Volgens het boekje is de staat van het pad er slecht, maar vergeleken met enkele stukken in de Eifel viel dat heel erg mee. Na dat vlakke stuk begonnen de hellingen weer, en die bleven de hele dag komen. Ik denk dat ik deze dag de meeste hoogtemeters tot nu toe heb gemaakt. Het grote voordeel daarvan was natuurlijk wel weer dat er fantastische panorama’s waren. Onderweg hoorde ik veel mensen over het noodweer van ’s ochtends, maar daar bleek ik achteraan te fietsen. Het is namelijk de hele dag droog gebleven. Wel was het vergeleken met de voorgaande dagen wat fris. Het was slechts een graad of twintig. Wel ben ik blij dat ik de luxe-uitvoering van mijn windjack heb gekocht, want ik heb lekker de mouwen er van afgeritst en hem als bodywarmer gebruikt.

’s Middags heb ik uitgebreid gegeten in Brive-le-Guillarde, voor ’s avonds op de camping stond een uitsmijter op het menu. Die uitsmijter is een roerei geworden, maar hij smaakte er niet minder om. Vrijdag stond er een korte tocht van slechts twintig kilometer op het programma om vervolgens een rustdag te houden in Rocamadour. Het waren wel twintig hele mooie kilometers langs diepe kloven en afgronden.

Na mijn tent opgezet te hebben ben ik naar Rocamadour gelopen. Het is precies zoals de beschrijvingen, namelijk een op elkaar gestapeld dorp tegen een steile helling met hoog daarboven een kerk en het kasteel. Het is ook erg toeristisch met veel souvenirwinkeltjes die allemaal dezelfde prullaria verkopen. Voordat ik naar boven ben gelopen heb ik eerst een driegangenmenu met eendenleverpaté, varkenshaasmedaillons in champignon-mosterdsaus en een noten-appeltaartje op, met daarbij een karafje lokale wijn. Het is tenslotte een rustdag en ik hoefde niet meer te fietsen.

Midden Frankrijk

Zaterdag 29 mei t/m woensdag 2 juni

Zaterdag begon ik aan de vierde etappe. Na de Eifel, deel 1 van de Oude Wegen en deel 2 daarvan ben ik begonnen aan de Midden Frankrijkroute. De dag begon direct met klimmen en op enkele afdalingen na bleef het de eerste twintig kilometer omhoog gaan. Ik val in herhaling als ik zeg dat het uitzicht weer geweldig was, dus dat doe ik maar niet. Boven aangekomen kwamen dertig hele snelle kilometers naar beneden tot Vers. Dat was het moment waarop ik het boekje van de Oude Wegen weg kon stoppen en de Midden Frankrijkroute op kaartje 16 open kon slaan. Ik heb maar meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om weer eens een restaurant op te zoeken waar ik voor nog geen twintig euro een driegangenmenu, een fruitsmoothy en een kop koffie op heb.

De route ging verder langs de Lot naar St. Cirq-Lapopie, wat volgens de borden alweer het mooiste dorpje van Frankrijk is. En eerlijk is eerlijk, het is een mooi middeleeuws dorpje wat zo een openluchtmuseum had kunnen zijn. Volgens het boekje vereiste de hoofdroute, die ik gevolgd ben, trouwens stevig klimwerk. Dat viel heel erg mee vergeleken met eerdere hellingen, want op enkele meters na is de helling niet boven de vijf procent uitgekomen.

Vanaf St. Cirq-Lopopie moet wel meer per dag gepland gaan worden, want de campings zijn schaars en de komende driehonderd kilometer zijn de meeste campings nog niet geopend. Op de camping in St. Cirq-Lopopie zijn alle bordjes en teksten trouwens tweetalig: Frans en Frengels. Ik heb er geen correcte Engelse tekst gezien, maar wel zinnen als \”Please toilet leaf clean\”, \”Oh my god if not hose wil problem\” en \”Swaypee us other pleas floor\”. Met die laatste zin werd bedoeld dat je de vloerwisser na het douchen moest gebruiken.

De volgende dag was het een erg natte dag. Het begon ’s nachts al met enkele druppels die ’s ochtends overgingen in motregen. Rond een uur of tien werd dat echte regen en eigenlijk is dat daarna niet meer gestopt. De route liep bijna de hele dag langs de Lot, dus op een kilometer of twintig na was deze zo goed als vlak. Dat in combinatie met de regen zorgde voor een veel grotere dagafstand dan ik gepland had. Ik had niet echt zin om ergens te stoppen of rond te kijken.

Onderweg heb ik wel eindelijk de regionale Michelinkaart van de Ardèche kunnen vinden. De voorgaande dagen was die in geen enkele winkel te koop. Op die kaart heb ik een nieuwe route voor de volgende dagen ingetekend, want het blijft nog zeker twee dagen slecht weer en ik heb geen zin om bergen van 1200 meter te beklimmen als er toch geen uitzicht is en als ik daarna waarschijnlijk ook nog eens geen overnachtingsplek kan vinden. Het avondeten is een (veel te dure) pizza geworden, want ook ’s avonds regende het nog en ik had geen zin om in de regen te koken.

Maandag bleek echter dat het plan om de bergen van het Massif Central te omzeilen niet echt gelukt was. Sterker nog, het hoogste punt van de Midden Frankrijkroute ligt op 1190 meter en ik ben tot 1340 meter gekomen op de Col du Aubrac. Het was wel een erg mooie route, die eerste dertig kilometer langs de Lot en door de canyon van de Lot liep tot Espalion. Daar nam ik de weg naar Aurac, die nog net niet op mijn kaart stond. Helaas stonden dus de bijbehorende hoogtecijfers ook niet op de kaart. Het bleek een klim van ruim vijfentwintig kilometer te zijn tot de eerdergenoemde 1340 meter. Het uitzicht was, zoals verwacht, niet aanwezig, maar ik had de wind voornamelijk in de rug. En zowaar, boven aangekomen begon het een beetje op te klaren zodat ik de laatste veertig kilometer van de dag echt van de omgeving kon genieten. Van die laatste kilometers ging de helft naar beneden, dus dat ging lekker makkelijk en snel.

’s Avonds zit ik nog naar op 650 meter hoogte en zie ik op de kaart dat bijna de hele route van dinsdag tussen de 1000 en 1300 meter is. Dat blijft dus veel klimmen. Zelf een route uitstippelen en de weg zoeken is me toch wel weer goed bevallen en ik heb voornamelijk over rustige wegen gefietst. Voor de volgende dag staat er wel tien kilometer N-weg ingetekend, maar er lijkt geen andere weg langs Mende te zijn. Ik moet alleen nog even bij een Syndicat d’Initiatif informeren op en een camping in Villefort is en of die open is.

Het weer is dinsdag gelukkig weer een stuk beter geworden. Het is droog met veel wind, maar die heb ik in de rug. Ik ben aan de derde week van de reis begonnen en het einddoel komt aardig in zicht. De eerste klimmetjes van de dag zijn altijd het zwaarst, maar nu gold dat extra. Meteen vanaf de camping begon een klim van constant tussen de 10 en vijftien procent van 650 naar 1050 meter over zeven kilometer. Dat werd gevolgd door een extreem steile afdaling en nog zo’n klim, nu naar 900 meter. Over de eerste twintig kilometer tot Mende heb ik uiteindelijk ruim twee uur gedaan.

Na Mende ging de weg veertig kilometer geleidelijk omhoog tot Col du Tribes, volgens het bord op 1140 meter maar volgens mijn GPS op 1154 meter. Tenslotte ging de route alleen nog maar omlaag. Tenminste, volgens de kaart. In Villefort bleek na een lekker witbiertje op het terras dat de camping vijf kilometer buiten het dorp lag, en vooral een heel stuk hoger dan het dorp. Uiteindelijk heb ik meer, en zeker steilere, kilometer gemaakt dan wanneer ik de Midden Frankrijkroute gevolgd zou hebben. Maar dit was ook zeker een hele mooie route en het grote voordeel is dat ik, doordat de route naar het zuidoosten in plaats van het noordoosten ging, de wind vol in de rug had.

Woensdag was dan echt de laatste fietsdag van de vakantie van zo’n vijfenzestig kilometer. Echte heuvels zaten er niet meer in tot ik in de beurt van de camping kwam. Daar kreeg ik de wind vol tegen terwijl er hellingen van tussen de 15 en 20 procent waren. Een mooie krachtinspanning om de tocht te beëindigen dus.

Ten slotte

Ik zal dit verslag beëindigen door te proberen de tocht samen te vatten. Het was een hele mooie tocht met hoofdzakelijk goed weer, ook al was het de eerste week veel te koud voor de tijd van het jaar en de laatste week erg nat en winderig. De route was vooral de eerste en laatste week zwaar door de vele hoogtemeters, maar in die weken was het uitzicht dan wel weer het mooist. Aan de ene kant is het jammer dat het voorbij is, maar aan de andere kant is drie weken elke dag op de fiets zitten ook wel weer genoeg.

Onderweg gaat altijd wel eens iets kapot. Gelukkig was dat deze keer niet veel en niet onrepareerbaars zoals mijn tentstokken tijdens de Jacobsroute. Een opsomming van de kapotte dingen en de reparatie daarvan:

– Een gat in de tent door een verdwaalde haring: Gerepareerd met ducttape, aangezien de lijm die bij mijn tentreparatieset geleverd was zonder ooit gebruikt te hebben was uitgedroogd.
– Een uitelkaarvallende sandaal: Gerepareerd met naald en draad. Natuurlijk in de verkeerde kleur en zeer amateuristisch gemaakt, maar het heeft gehouden.
– Loslatend klittenband van de kaarthouder van de stuurtas: Gerepareerd met secondelijm en het zit weer muurvast.
– Gebroken zelfvertrouwen als de klim toch zwaarder was dan gedacht: Gerepareerd met mueslirepen, water en veel pauzes.