Categoriearchief: Engeland en Ierland 2015

Afstanden en lokaties

Dag Dagafstand Totale afstand Overnachtingsplaats Opmerkingen
vr 24 apr 2015 90 90 Beers
za 25 apr 2015 10 100 Beers Met fietslorry
zo 26 apr 2015 0 100 Beers
ma 27 apr 2015 0 100 Beers
di 28 apr 2015 0 100 Noordzee Ferry
wo 29 apr 2015 38 138 Ovingham
do 30 apr 2015 79 217 Brampton
vr 1 mei 2015 70 287 Powfoot
za 2 mei 2015 83 370 Kirkcudbright
zo 3 mei 2015 0 370 Glasgow Easyhotel
ma 4 mei 2015 0 370 Cairnryan B&B
di 5 mei 2015 0 370 Larne
wo 6 mei 2015 74 444 Ballycastle
do 7 mei 2015 44 488 Bushmill
vr 8 mei 2015 0 488 Enniskillen
za 9 mei 2015 105 593 Sligo
zo 10 mei 2015 30 623 Westport
ma 11 mei 2015 0 623 Clifden
di 12 mei 2015 0 623 Roundwood
wo 13 mei 2015 0 623 Dublin Hostel
do 14 mei 2015 0 623 Bristol Hotel
vr 15 mei 2015 94 717 Bewdrip
za 16 mei 2015 23 740 Het Kanaal Ferry
zo 17 mei 2015 62 802 Goulven (fr)
ma 18 mei 2015 92 894 Lanidat
di 19 mei 2015 81 975 La Faou
wo 20 mei 2015 92 1067 Landeleau
do 21 mei 2015 110 1177 Pontivy
vr 22 mei 2015 107 1284 St. Vincent sur Oust
za 23 mei 2015 65 1349 Blain
zo 24 mei 2015 104 1453 Possonniere
ma 25 mei 2015 73 1526 Saumur
di 26 mei 2015 107 1633 St. Avertin (Tours)
wo 27 mei 2015 0 1633 St. Avertin (Tours)
do 28 mei 2015 48 1681 Amboise
vr 29 mei 2015 115 1796 Olivet
za 30 mei 2015 103 1899 Beaulieu sur Loire
zo 31 mei 2015 96 1995 Nevers
ma 1 jun 2015 96 2091 Bourbon-Lancy
di 2 jun 2015 83 2174 La Clayette
wo 3 jun 2015 98 2272 Thoissey
do 4 jun 2015 68 2340 Lyon
vr 5 jun 2015 0 2340 Lyon
za 6 jun 2015 0 2340 Lyon
zo 7 jun 2015 96 2436 St. Vallier
ma 8 jun 2015 75 2511 Le Cheylard
di 9 jun 2015 50 2561 Barjac

De handschoen

Het is zover, de fiets staat volgebepakt in de woonkamer, het is lekker weer en ik heb er zin in. De vakantie is begonnen. Voordat ik naar Engeland ga, fiets ik voor het eerste Jonge Actieve Naturisten-weekend de verkeerde kant op, namelijk naar Beers bij Nijmegen. Het is een mooie rit van ongeveer 90 kilometer naar het oosten van het land.

Alles gaat goed, tot zo’n 15 kilometer voor de camping. Een automobilist besluit een andere auto in te moeten halen op een smal dijkje waar ik net de andere kant op rijd. Ik moet uitwijken naar de berm en kom tussen het asfalt en de bermverharding in. Helaas heb ik geprobeerd daar uit te sturen, daardoor kwam ik ten val. Ook, nog veel meer helaas, was het zo lekker warm dat ik mijn fietshandschoenen uit had gedaan. Daardoor heb ik mijn handen lelijk opengehaald. Links viel nog best mee, maar rechts was een grote schaafwond van zeker 2×2 centimeter. Als ik mijn fietshandschoenen aan had gehad, was er niets aan de hand geweest. Gelukkig heb ik wel een goed uitgerustte EHBO-set bij me, dus na wat pleisters en desinfectiemiddel kon ik weer verder fietsen.


Het lange weekend in Beers was erg gezellig – en de wond was langzaam aan het genezen. Aan het eind van het weekend was hij in ieder geval bloeddicht, al zal het zeker nog wel enkele weken duren voordat hij helemaal verdwenen is. Op zaterdag ben ik gaan oefenen met heuvels fietsen, al was dit valsspelen. We reden namelijk op een 15-persoons fietslorry waar 4 fietsers de rest over het spoor mochten rijden van Groesbeek naar Kranenburg.

De Hadrians Wall

Doordat Falco mij de eerste weken zal ‘achtervolgen’ per auto was het erg handig om in IJmuiden te komen: Mij fiets past makkelijk achterin zijn bestelbusje. Helaas was een van mijn achtertassen tijdens de val ook wat doorzichtig geworden waardoor deze niet meer echt waterdicht is. Onderweg zijn we daarom maar even in Woerden bij de Zwerfkei gestopt waar ik nieuwe tassen heb gekocht. Deze keer weer Vaude, want ik vind de manier waarop het sluitsysteem van dat merk werkt handiger dan bij Ortlieb.

We waren vroeg bij de boot en daardoor stonden we op de boot redelijk vooraan. Dat had de volgende dag als voordeel dat we snel de douane door waren. De boot zelf is vooral groot en erg warm. In de hut was het ’s nachts zo warm dat lakens volledig overbodig waren. Helaas zijn de muren van karton en was de overbuurman een heel tropisch regenwoud met grof geschut aan het kappen. Gelukkig stopte dat abrupt. Ik weet niet of iemand hem wakker heeft gemaakt of dat hij nu dood is, maar ik kon in ieder geval slapen.

In Newcastle zijn we eerst een ontbijtje gaan halen waarna ik ben gaan fietsen. De eerste dag was voornamelijk stadsverkeer, om Newcastle door te komen. Voor mijn gevoel heb ik meer voor stoplichten staan wachten dan dat ik daadwerkelijk gefietst heb. Toch ben ik uiteindelijk een stuk buiten de stad op een camping terecht gekomen, waar ik Falco belde om door te geven waar hij naar toe kon rijden. Uiteindelijk is dit de enige dag op dit stuk van de route geweest waarop we zelf gekookt hebben.

De donderdag was behalve erg mooi ook heel zwaar. Zoals elke fietsreis zijn de eerste heuvels altijd het moeilijkst, en deze waren regelmatig steiler dan 15%. Het voordeel daarvan is wel dat het uitzicht geweldig is. Gelukkig kon ik nog op de camping die ik in gedachte had komen, want de brug over de rivier was afgesloten. Sterker nog, er was alleen nog een stalen geraamte. Ernaast lag echter een voetgangersbrug, en die was nog open. Ook de vrijdag was heuvelachtig, maar enorm mooi. Onderweg ben ik lang veel romeinse resten gefietst, de zon scheen en alles ging lekker. Alleen de camping, dat bleek weer een beruchte caravan park te zijn. Dan is er wel het voordeel dat Falco deze reis met de auto doet. De tassen heb ik in zijn auto gegooid en daarna heb ik nog zo’n 20 km gefietst naar een echte camping, net buiten de route.

De laatste fietsdag in Schotland was het weer omgeslagen: Regen, wind en af en toe hagel. Gelukkig stond de wind de goede kant op, dus het fietsten ging makkelijk door het heuvelachtige teletubbie-land: De regen valt, de lucht is grauw, teletubbies kom maar gauw. ’s Avonds op de camping – met geweldig uitzicht over het dorp – begon het noodweer pas echt, en dat heeft ook heel zondag aangehouden.

Een stukje met de auto

Zondag ben ik wat langer in mijn tent blijven liggen, hopend dat de regen en de storm wat minder zou worden. Helaas, dat is niet gebeurd. Het was nog zo’n 110km voor 2 dagen fietsen om in Cairnryan te komen, waar de ferry naar Noord-Ierland vertrekt. Maar ja, met dit weer…

Weer was de auto de oplossing: Alles is de auto ingeladen, zelfs de fiets, en we zijn een stuk naar het noorden gereden, naar Glasgow. Dit was een erg mooie weg en de dag in Glasgow was erg gezellig. Mijn dagelijkse geocache heb ik in het park bij het nationale museum gedaan, want de ‘longest streak’, het aantal aansluitende dagen waarop elke dag een cache gevonden is, moet natuurlijk wel verbeterd worden deze reis.

Het hotel was, kort samengevat, goedkoop en apart. Het was een zogenaamd Easyhotel, van dezelfde eigenaar als Easyjet. De kamers lijken meer op een gevangeniscel, en wij hadden nog het ‘geluk’ dat we een kamer met een raam hadden. Dat raam was niet meer dan een klein bovenlichtje, en de kamer was gevuld met 2 bedden en een miniscule badkamer met een douche en een toilet. Dit alles, midden in het centrum van Glasgow kostte dan ook niet meer dan 35 pond. Het was prima voor een nachtje, maar ook niet meer dan dat. Het bier en het eten in de pub vlakbij was heerlijk en de avond werd erg lang.


De terugweg naar Cairnryan ging over de kustweg en bestond uit het ene na het andere fantastische vergezicht. Onderweg heb ik tevergeefs nog geprobeerd om mijn ticket voor de boot naar Larne om te boeken naar de ochtend, dezelfde overtocht als Falco. Ik kreeg te horen dat de boot helemaal vol zat. Eigenwijs heb ik het in Cairnryan bij de terminal zelf nog een keer geprobeerd en daar kwam de aap uit de mouw: Voetgangers en fietsers worden niet toegestaan op die specifieke overtocht. Als extra passagier van het busje van Falco was er geen enkel probleem. Voor het omboeken bij de terminal zelf moest wel het astromische bedrag van 50 pence betaald worden. Gelukkig had ik dat nog net.

Aangezien Falco sowieso al vroeg bij de teminal moest zijn hadden we een B&B geboekt, die zowat tegenover de terminal lag. De eigenaresse bleek daar nog niet te wonen, maar had het huis gekocht omdat ze volgend jaar haar gehuurde Victoriaanse boerderij uit moest vanwege een of ander ingewikkeld huurcontract. Hierdoor hadden we het huis helemaal voor onszelf.

Nat Ierland

Aangekomen in Larne gaan we even wat eten en doen we boodschappen. We kamperen een klein stukje buiten de stad op een camping in een park aan zee. Het is nat en winderig, maar ondanks dat gaan we wel een stuk door het park lopen en cachen. Omdat het echt geen weer is om voor de tent te koken gaan we maar weer in een pub eten. Daar is het tenminste droog en warm. ’s Avonds hebben we op de camping Theo en Bea ontmoet, die met de camper door Ierland aan het rondtrekken waren. De avond was nog lang en gezellig in hun camper, zeker omdat ze het een en ander vanaf huis hadden meegenomen. Ze wonen op Texel, en de Skuumkopke en het Juttertje waren heerlijk.

De volgende dag ben ik voor de verandering weer eens op mijn fiets geklommen om langs de kust richting het noorden te fietsen. De wind – of beter gezegd, storm – had ik vol tegen en de regen maakte het extra koud. Maar het uitzicht was geweldig. Dat ging zo door totdat ik Falco weer tegenkwam om ergens een kop koffie te drinken in een dorpje. Na het dorpje werd het droog en ging het nog harder stormen. En de route, die werd steil. Heel erg steil. Ik heb nog nooit zo vaak de fiets de berg op geduwd bij hellingen van meer dan 20%. Net toen ik de moed bijna op heb gegeven had ik het hoogste punt bereikt en ging de weg weer steil naar beneden. Vol in de remmen ben ik uiteindelijk in Ballycastle aangekomen waar we een camping direct aan de rotskust naast de ruige Ierse Zee hadden. Zowaar hebben we daar eens een keer gekookt, een heerlijke pastamaaltijd.

Donderdag was het wel lekker weer en stond er een korte tocht naar Bushmill op de planning. Bushmill was de reden om eerst naar het noorden te fietsen, want daar zijn de Giant Causeways te vinden. Bij dit natuurwonder met de pilaarvormige rotsen hebben we de langste wandelin en heel veel foto’s gemaakt.

En aangezien we toch in Bushmill waren hebben we ook een rondleiding bij de distillerij van Bushmills gevolgd, die afgesloten werd met heerlijke whisky. Gelukkig was de camping maar een paar honderd meter verderop.


Vrijdag sloeg het weer weer om, en hebben we besloten met de auto een stuk naar het zuidwesten te rijden. We hebben zo veel mogelijk de trek gevolgd en zijn geeindigd in Enniskillen. Zowaar was zaterdag zonnig, redelijk windvrij en droog. De fietstocht was zo goed als vlak en ging de grens over naar Ierland. Niet dar daar iets van te merken was, anders dan dat de afstanden nu in kilometers op de borden staan. De route was mooi, over een heuvelketen heen en langs watervallen. Uiteindelijk ben ik net boven Sligo op een langtong uitgekomen waar we een curry hebben gemaakt. Of beter gezegd, hebben opgewarmd want hij was kant-en-klaar. Gelukkig was er een binnenruimte op de camping, want het begon ’s avonds te stormen. ’s Nachts werd dat nog erger. Ik ben heel blij met mijn nieuwe Hilleberg-tent, want ondanks dat ik geen scheerlijn had vastgezet gaf mijn tent geen krimp. Dat kan niet gezegd worden over die van Falco, die werd helemaal platgeblazen. In de razende storm heeft hij zo goed en zo kwaad als mogelijk de tent afgebroken en is hij in de auto gaan slapen.

Volgens de receptie van de camping zijn op zondag in Sligo ontbijttentjes open. Dat bleek niet zo te zijn, maar ik vroeg het aan iemand die ik tegenkwam. Dat bleek Jonathan te zijn, die ook veel reist. Hij bood me meteen een ontbijt bij hem thuis aan. Dat was erg lekker en erg gezellig. Daarna heb ik geprobeerd verder te fietsen, maar heel ver ben ik niet gekomen. Het was zo hard gaan waaien dat ik alleen met heel veel moeite op de weg en soms zelfs op de fiets kon blijven. Dit was niet leuk meer, en de voorspellingen voor de rest van de week waren alleen maar nog slechter.

In een klein supermarktje, onder het genot van een beker koffie, heb ik besloten mijn plannen drastisch om te gooien. Ik heb Falco gebeld, mijn fiets in zijn bus gezet en ben de rest van de week met hem meegereden. De voorspellingen klopten, want de volgende dag was lopen zelfs al lastig door de wind. We hebben een groot gedeelte van de westkust gezien en zijn daarna naar Dublin gereden. Na een erg gezellige avond met live muziek en nep-gitaarspelende zangers in het centrum zijn heb ik dezelfde boot naar Engeland genomen als Falco. Vanaf Bristol ga ik weer fietsen, naar Lands End en dan neem ik vanaf Plymouth de boot naar Frankrijk. Op naar het mooie weer, Ierland komt later nog wel een keer. En dan waarschijnlijk met de auto.

Monsieur Haricot

Ja, inderdaad een Franse titel. Uiteindelijk heb ik nog 1 1/2 dag in Engeland gefietst, maar het slechte weer was ook daar aangekomen. Ik had erg zin in wat warmte en minder regen. Eigenlijk vond ik Engeland te gejaagd, te snel en te netjes. Als ik langer dan 30 seconden op koffie moest wachten kreeg ik al tienmaal excuses voor de vertraging, overal hangen bordjes wat je wel en vooral wat je niet mag doen en eigenlijk had ik gewoon heel erg de behoefte aan Frankrijk. Zo sliep ik de nacht van zaterdag op zondag dus opeens in een hut van de boot van Plymouth naar Roscoff, Bretagne. Op die boot ging het er al Frans aan toe, lekker relaxed en omroepberichten in Allo Allo-taal.

In Frankrijk besloot ik eerst de kust van Bretagne te volgen. De eerste dag was heerlijk, wel wat wind maar zon en enorm mooie rotsenkusten. De camping was een verhaal apart, daar komt ook de titel van dit verslag vandaan. De campingbaas sprak een paar woorden Engels, en vertikte de rest in het Frans te zeggen waardoor zijn zinnen, op zijn simpelst gezegd, nogal onvolledig waren. Voor de rest van de woorden probeerde hij gebaren te gebruiken. Toen ik ging douchen bleek het water niet warm te worden. Volgens de campingbaas: ‘No ot water? C’est…’ en weer een hoop gebaren. Hij heeft elke deur in het toiletgebouw geopend, volgens mij een aantal boilers met hamers bewerkt, maar na een minuut of tien was hij het eens: ‘No ot water. (twee vingers tonend) hour …. Allez!’ en hij wenkte me mee te komen. Toen begon zijn Monsieur Haricot-act, de Franse versie van Mister Bean. Hij haalde uit de receptie een gigantische sleutelbos waarvan de vijfde sleutel die hij probeerde op een bouwkeet paste, waar weer een sleutelbos uit gehaald werd die op een schuurtje paste, waar weer een sleutelbos uitgehaald werd van weer een andere bouwkeet. Geen idee wat hij van plan was bleef ik hem volgen. De laatste sleutelbos bleek van de stacaravans te zijn, waar ik mocht douchen. Bij de derde caravan had hij uiteindelijk een passende sleutel gevonden.

De volgende dag was het weer helaas toch weer omgeslagen en regende het de hele ochtend, dat samen met een stevige westenwind. Helaas fietste ik naar het westen. ’s Middags klaarde het gelukkig toch weer op en heb ik lekker op de camping kunnen lezen. Helaas niet al te lang, want mijn ereader heeft die avond besloten dat hij ook aan vakantie toe was. Behalve een rood lampje dat drie keer knippert doet hij niets meer, er staat nog een halve pagina in beeld. Ook na opladen – al was hij als het goed is zo goed als vol – en resetten deed hij niets meer. Dat is na mijn achtertas de eerste dag in Nederland en mijn fietssandalen in Ierland het derde ding dat kapot gegaan is deze reis. Gelukkig heb ik een internetbundel op mijn telefoon genomen en zo kon ik kijken waar ze ergens ereaders verkochten. Het bleek dat FNAC in Brest, waar ik doorheen zou fietsen Kobo-ereaders verkocht. Twee dagen later had ik dan weer een ereader, en gelukkig stonden de boeken zelf op het sd-kaartje, dus die kon ik overzetten.

Het weer was ook weer beter geworden, en de wind was lekker geworden want op een gegeven moment kan je niet verder naar het westen fietsen omdat het dan heel nat wordt. Met de wind in de rug en met nog enkele kleine buitjes maar voor de rest lekker weer ben ik na Brest verder naar het oosten gefietst. Uiteindelijk ben ik op een Camping Municipal terechtgekomen waarvan ik me afvraag of deze open was op niet. Er is in ieder geval nooit iemand langsgekomen om het kampeergeld op te vragen. Woensdag ging tenslotte voornamelijk over het jaagpad langs het Canal du Brest-Nantes. Het eerste stuk was vol kuilen, totdat ik een aantal vrachtwagens en bulldozers voorbij was en ik waarschijnlijk de eerste gebruiker van een nieuwe gladde gravellaag was.

And all I can see…

Is een kanaal aan de rechterkant, bomen aan de linkerkant en heel veel sluizen. O ja, af en toe was het kanaal links en de bomen rechts, maar bij de volgende brug werd dat weer gecorrigeerd. Vijf dagen heb ik langs het eindeloze kanaal van Nantes naar Brest, maar dan andersom, gefietst. En dat was best een beetje eentonig, maar veel alternatieven kon ik niet vinden op de kaart. Wat was dat heerlijk toen ik eindelijk kon afbuigen naar de Loire om aan de Loire-Kastelenroute te beginnen. Of is het toch de Loire en Velo-route die overal goed aangegeven staat? Veel verschil is er niet tussen de routes.

Wel is hij erg mooi en afwisselend. Af en toe smalle fietspaden langs de rivier, dan weer een dorpje in, langs wijngaarden en veel kastelen. Het is het pinksterweekend, of misschien hemelvaart, in ieder geval een van die twee. De Fransen hebben ook een lang weekend en dat lijkt te betekenen dat ze allemaal op de fiets stappen en langs de Loire gaan fietsen. Ook op de campings is het gezellig druk met fietsers, waardoor de avonden vaak lang worden door de leuke gesprekken. De Loire kan je natuurlijk ook op andere manieren dan per fiets volgen, zo ontmoette ik op een van de campings een Nederlander die de rivier per kajak aflegt.

Op maandag – tweede pinksterdag – heb ik in het tot nu toe leukste restaurant gegeten, uitgehouwen in de grotten waar ik een bijna oneindige lading eten en wijn van het huis kreeg. Het was bij een wijnmaker die ook champignons en slakken kweekt. Die slakken heb ik gelaten voor wat het is, maar de wijn, de champignons en de eend waren heerlijk.

De dag erop ben ik doorgefietst tot Tours, wat uiteindelijk meer dan 100 kilometer was. Ik had een kilometer of 80 verwacht, maar de track klopte op het eind niet en ging met een rechte lijn naar Tours toe. Dat vond ik een beetje te uitdagend, dwars door het veld en over de heuvels zonder de weg te volgen, dus ik heb kleine weggetjes op de GPS gezocht die best leuk waren om te fietsen. Na ruim een week gefietst te hebben was het ook wel eens tijd om een dagje wat anders te doen. Woensdagochtend heb ik daarom mijn tent niet afgebroken en ben ik Tours gaan bezoeken. Volgens de receptie van de camping kan je daar het best op de fiets heen, lopend is het te ver. Dat viel best mee, terug ben ik langs de rivier gelopen. Dat kostte ongeveer een uurtje. Heen heb ik de derde optie genomen, die ze bij de receptie waarschijnlijk even vergeten waren. De bushalte is namelijk vlak bij de camping, die de bus doet er maar 10 minuten over naar het centrum van de stad.

Weer een stuk improviseren

De dag dat ik Tours wilde verlaten bleken twee Canadezen – nee, andere dan de vorige keer – ’s nachts op de camping aangekomen te zijn. Ze waren naar Nederland gevlogen waar ze familie hebben en daarna met de trein naar Tours gegaan. We raakten aan de praat en ze zat ik pas rond half 12 op de fiets. Geen probleem, ik heb de tijd en inmiddels wist ik waar de leuke terrasjes om wat te eten waren in Tours. Uiteindelijk is het een erg korte etappe geworden, want na krap 50 kilometer was ik al bij Amboise, waar ik het kasteel ben gaan bekijken. Blijkbaar ligt dit ook op ofwel de Santiagoroute ofwel op de Langs Oude Wegen-route. Ik kan me in ieder geval niet meer herinneren of ik het kasteel al eens eerder in ben geweest. Ergens kwam me het wel bekend voor. ’s Avonds heb ik een rondje over het eiland waar de camping op ligt gelopen en de geocaches aldaar gelogd. Ik had niet verwacht dat dat toch nog 5 kilometer zou zijn.

Na Amboise ben ik in 3 dagen naar Nevers gefietst, waar het eindpunt van de Loire en Velo-route is. Ook de Loire-Kastelenroute eindigt hier, maar ik ben de laatste dagen meer de Loire en Velo-route gaan volgen omdat die over mooiere paden gaat. De camping ligt aan de rand van het centrum, net aan de overkant van het water. ’s Avonds heb ik lekker gebruikt om het centrum te verkennen. Een Fransman naast me gaf al aan de de route die ik daarna ga volgen, de Eurovelo 6, mooier kan dan de track op mijn GPS aangeeft. Ik ga dan ook vanaf de camping de kant op die hij aangeeft in plaats van de grote weg op. Het is weer een route die vooral kanalen volgt, totdat ik de heuvels in ga. Na aardig wat klimmen – tot 450 meter – en dalen kom ik aan in Bourbon-Lancy zoek ik weer de camping op. Helaas blijkt die definitief gesloten te zijn, maar iets verderop naast het meer ligt nog een camping. Ik krijg een plekje naast het zwembad toegewezen. Alhoewel een beetje koud, is het zwembad wel erg lekker.

De vorige keer dat ik in Frankrijk fietste had ik niet veel aan de Openfietskaart-kaarten voor de GPS. Er misten te veel wegen op om bruikbaar te zijn. Inmiddels is dat enorm verbeterd. Ook de meeste Voiye Vertes, langeafstandsfietspaden, staan er nu op. Vanaf de camping besluit ik deze te gaan volgen in plaats van de track. Tot Anzy-le-Duc volg ik weer vooral Voiye Vertes, daarna besluit ik naar het oosten te fietsen om de Onbegrends Fietsen Naar Barcelona-route op te zoeken. Op dat moment begint het grote klimmen met een temperatuur van ruim 28 graden, maar uiteindelijk kom ik in La Clayette aan. Eerst neem ik een lekker biertje op een terras, maar daarna ga ik dan toch maar naar de camping. Daar blijkt dat ik hier op weg terug uit Spanje ook op deze camping heb gestaan. Toen waren er motorraces rond het meer, gelukkig zijn die er nu niet. Nog steeds mag je als kampeerder gratis het stadszwembad in.

Op naar het zuiden

Noot vooraf: Dit gedeelte van het verslag is maanden na het eind van mijn fietstocht geschreven. Het is er helaas niet eerder van gekomen om de rest van het verslag te schrijven. Het zal daardoor een stuk beknopter zijn omdat ik ook lang niet meer alles weet.

Toen ik een paar jaar geleden op de camping in La Clayette stond heb ik ook nog geprobeerd een cache bij het kasteel te vinden. Door de motorraces was dat toen niet gelukt. Deze keer heb ik het nogmaals geprobeerd, maar helaas heb ik hem weer niet kunnen vinden. Dan moet ik nog maar een derde keer terugkomen.

De fietstocht ging verder richting Lyon, door een steeds warmer wordend Frankrijk. Het grootste stuk van de route volgt de ViaRhôna, een nieuw uitgezette route langs de Rhône. Ik viel nog met mijn neus in de boter, want ik fietste daar tijdens La Fête du vélo, vrij te vertalen naar Nationale Fietsfeestdag. Onderweg stonden overal kraampjes waar ze gratis eten en drinken uitdeelden en waren wegen voor auto’s afgezet.

Via een tussenstop in Thoissey kwam ik tenslotte uit in Lyon, waar ik een hostel had geboekt. Ik had al van anderen gehoord dat je beter niet naar de Auberge de Jeunesse kon gaan omdat die erg duur en vervallen was. Daarom besloot ik een ander hostel te boeken, maar dat zal helaas al vol. Wel verwezen ze me door naar Cool & Bed, dat zich precies tussen het centrum en de Marokkaanse wijk bevond. Daar was gelukkig nog wel plek, als ik maar na de tweede nacht van kamer zou wisselen. Dat was natuurlijk geen probleem. Er was zelfs een lift zodat ik mijn fiets makkelijk mee naar binnen kon nemen om deze in de voorraadkamer te stallen.

In Lyon ben ik twee dagen aan het wandelen gegaan, ik had er nooit meer van gezien dan de tunnels die je met de auto neemt. Het blijkt een enorm mooie stad te zijn. Erg bijzonder is ook La Tunnel de la Croix-Rousse modus Doux, een tunnel onder de heuvel la Croix-Rousse gaat en ruim anderhalve kilometer lang is. Deze tunnel is speciaal voor fietsers en wandelaars – en 1 bus per half uur. In de tunnel spelen allerlei licht- en geluidshows. Aan de andere kant van de tunnel is het Parc de la Tête d’Or, waar ik de hele zaterdag heb rondgehangen.

Helaas heb ik tijdens deze dagen, maar eigenlijk ook al tijdens de hele reis, mijn knieën overbelast, waardoor wandelen en fietsen steeds slechter ging. Toch ben ik weer verder gaan fietsen om via de Saone en de Ardèche richting Barjac te fietsen, waar mijn ouders op de camping staan. Wat ik eigenlijk nooit eerder bij het fietsen heb gehad, gebeurde nu wel. Bij elke klim begon mijn rechterknie enorm pijn te doen. Uiteindelijk heb ik in Aubenas mijn ouders gebeld om me op te halen, zelfs lopen ging bijna niet meer. Helaas was dat het eind van mijn fietsreis, en dat maar een kilometer of 50 voor het einddoel.

Ik ben nog een weekje op de camping gebleven, waarbij ik mijn knieën zoveel mogelijk rust gunde. Dat was best lastig, want ik houd niet echt van stilzitten. Toch ging het weer steeds beter. Ondertussen probeerde ik treinkaartjes te regelen om terug naar huis te gaan, mijn fiets kon achterop de vouwwagen mee. Uiteindelijk is dat gelukt via de site van de Franse spoorwegen, de tickets moesten alleen nog even opgehaald worden op een station. Met de auto zijn we naar het dichtsbijzijnde station gereden, maar daar hadden ze ‘Panne de ordinateur’. Dan maar het volgende station, maar dat zag er uit alsof het al een jaar of 10 dicht was en nooit meer open zou gaan. Bij station nummer 3 hadden we wel geluk, en dat was het station waar ik ook vandaan zou vertrekken.

Uiteindelijk ben ik een paar dagen later ’s ochtends vroeg in Bollène afgezet waar in met een boemeltje naar Lyon ben getreind, en daarna met de TGV en de ICE International via Frankfurt naar Utrecht ben gereden. Tot zover een fietsreis die volledig anders is verlopen dan ik had gepland.