Categoriearchief: Breda – Oloron – Narbonne op de fiets 2007

Dag 1: Breda – Londerzeel

Zo, ik ben weer op weg. En hoe, het weer zit enorm mee en er zitten alweer 110 km op. Na een lift naar Breda was ik zo in België – zo’n grenspaal is toch een soort mijlpaal – al was het al na zo’n 10 km.
Na een stuk langs de Mark gaat de route van het water weg. In Pulderbos is het tijd om de meegenomen broodjes te eten met een lekker glas, tenminste: fles, chocomel. Dat is ook precies op tijd, want het gaat daarna kilometers wind tegen langs het kanaal.
Gelukkig is het wel zonnig en komt verderop Mechelen. Wetende dat de camping nog maar 15 kilometer is, durf ik wel een Leffe op het terras op de Grote Markt de nemen. Uiteindelijk ben ik nu in Londerzeel op een camping zo’n meter van de snelweg af.

Dag 2: Londerzeel – Tournai

Gisternacht, of eigenlijk avond, is het toch nog gaan regenen. Toen ben ik maar naar bed gegaan. Vanochtend ben ik vol goede moed op weggegaan, met als doel Tournai op zo'n 100 km.
Het is uiteindelijk wel Tournai geworden, maar ruim 125 km. Vooral de zoektocht naar winkels in Tournai en de gebrekkige borden naar camping zijn daar de oorzaak van.
Het grootste deel van de route ging over de jaagpaden langs de Dender. Rond 12 uur fietste ik Wallonië in. Dit stond niet aangegeven, maar het wegdek vertelde alles. Of beter: het gebrek aan wegdek. Zo'n 20 kilometer voor Tournai kom ik Mariska tegen waarmee ik het laatste stuk op fiets.
Na inkopen gedaan te hebben komen we op de camping. Helaas brak bij het opzetten van mijn tent een stok. Nu is het provisorisch gemaakt met een haring, maar ik moet toch op zoek gaan naar een campingshop.

Dag 3: Tournai – Seraucourt-le-Grand

Om 8 uur kan ik brood halen bij de receptie, dus dat doe ik dan ook: 1 brood van stok en 2 groeiend volgens de prijslijst. Een half uurtje later ben ik klaar om te vertrekken, maar dan haal ik eerst wat ravioli voor 's avonds, want het is zondag en dan zijn 's middags de winkels dicht.
De route begint over het jaagpad langs de Schelde, maar gaat een paar kilometer later via Rongy Frankrijk in. En daar gaat het voor de eerste keer deze reis fout: ik kom Frankrijk niet via Rumegies in maar iets oostelijker via Lecelles binnen. Maar gelukkig is dit Frankrijk en niet België, dus via de borden en de kaart is de weg zo teruggevonden. Uiteindelijk heeft de omweg maar zo'n 5 kilometer gekost.
Rond 11 uur neem ik een kopje koffie op een terras. Dat blijkt net op tijd, want daarna begint het te miezeren. Later wordt het een bui. Dat weer blijft tot na 4 uur aanhouden.
In St. Quentin is een camping, maar het is pas 16:15 uur en de volgende camping is al 15 kilometer verderop. Gelukkig ben ik doorgegaan, want anders had ik in de maandagochtendspits middenin de stad gezeten. En nu pikte ik nog even de markt mee, waar een frietje prima smaakte.

Dag 4: Seraucourt-le-Grand – Cirec-les-Mello

Het is al de derde dag dat ik onderweg helemaal geen andere fietsers tegenkom, ook niet op de campings. Het lijkt er trouwens op dat ik bijna alleen op de enorm grote camping Aire Naturelle le Week End sta. Maar ja, het is tenslotte ook geen weekend.
Vandaag ging de tocht vooral door landbouwgebieden. Zoals het boekje zegt: een snel traject, met trouwens ook erg weinig campings. Hierdoor heb ik er toch alweer 127 km opzitten.
Tenslotte voor in het receptenboek het eten van vanavond: Zalm met rauwe ham, rijst en bonen. Men neme 1 pak magnetron zalm met saus en rijst van de Aldi en hakt de zalm in stukjes. Voeg daar twee plakjes rauwe ham in stukjes aan toe en bak het geheel in de koekenpan. Maak ondertussen een blik sperziebonen warm en gooi tenslotte alles bij elkaar. Een prima maaltijd!

Dag 5: Cires-les-Mello – Velliers-le-Morhier

Ik dacht vandaag zo'n 100 km te fietsen en dan morgen een rustdag te houden. Maar ik zit al zo dicht bij Chartres dat ik daar een dagje ga doorbrengen. Uiteindelijk ben ik tot 18:00 uur doorgefietst en ben ik beland in Velliers, morgen hoeven er nog maar zo'n 25 kilometer gefietst te worden.
Vandaag waren er voor het eerst "echte" heuvels met klimstukken van zo'n 3 kilometer. En natuurlijk ook de bijbehorende afdalingen. Sommige klimmetjes waren tegen de 10 procent aan.
De Fransen hebben trouwens aparte ideeën over de douches: gisteren was er behalve een muntautomaat ook nog een drukknop die je om de paar seconden moest indrukken. Vandaag moest je aan een touw blijven trekken om te kunnen douchen. Gelukkig kon ik hem goed vastknopen aan de doucheknop.

Dag 6: Velliers-le-Morhier – Chartres

Het is vandaag een vreemde dag. Enerzijds is het fantastisch weer en is Chartres een heel mooie stad. Maar anderzijds hoorde ik vanochtend dat oma vannacht is overleden en dat ik dus niet bij de crematie kan zijn.
Vanochtend ben ik weer op pad gegaan, en Chartres was inderdaad zo'n 25 kilometer. Onderweg ben ik in St. Piat nog opgravingen tegengekomen. Na mijn tent opgezet te hebben, waarbij weer een stuk van de stok brak, ben ik naar het centrum gelopen. Daar heb ik eerst geluncht met een crêpe Six Gôuts. Met een volle maag ben ik aan een stadswandeling begonnen met als letterlijk hoogtepunt een beklimming van de noordtoren van de kathedraal tot 60 meter. De top ligt op 110 meter.
Vanavond blijf ik in de stad eten, volgens posters is onder andere de kathedraal 's avonds verlicht. Ik ben benieuwd.

Dag 7: Chartres – Fréteval

Aangezien ik in twee dagen naar Tours fiets, ga ik vandaag wat later weg. Eerst haal ik brood bij de receptie, wat ik rustig op eet. Dan ga ik rond negen uur weg.
Het is een mooie, afwisselende route, de grote landbouwgebieden zijn (voorlopig) voorbij. Iets over 12 uur kom ik langs een restaurant met terras. Dat kan ik natuurlijk niet laten schieten!
's Middags gaat de route een heel stuk langs de Loir. Behalve een mooi uitzicht zitten daar ook heel veel kleine vliegjes, mijn armen waren zwart van de vliegen. De municipal is ook prima, en dat maar voor 3 euro 90!
Dit was trouwens ook de eerste dag dat het de hele dag zonnig en warm was.

Dag 8: Fréteval – Tours / St. Avertin

Vandaag heb ik een enorme hagelbui gehad. Vanochtend was het mooi zonnig en dat bleef het tot zo'n 15:00 uur. Maar toen werd de lucht pikzwart, en kwamen er gigantische windvlagen en begon het enorm te hagelen, voor zo'n 15 minuten lang. Nu ik dit schrijf ik het weer opgeklaard. En nu maar hopen dat het morgen droog blijft, maar bij de receptie van de camping gaven ze aan dat dat niet waarschijnlijk is.
De route was weer erg mooi. Ik heb een omweg van zo'n 20 kilometer gemaakt om een safaripark te kunnen bezoeken, maar dat bleek pas anderhalf uur later open te gaan. Nou, dan maar weer doorfietsen. De route daarna had net zo goed een puzzeltocht kunnen zijn, zo onduidelijk was hij. Uiteindelijk ben ik goede gereden, maar ik hoorde van anderen dat ze enorm omgereden waren.
De tortelinni van vanavond was genoeg voor twee keer, dus de helft heb ik bewaard tot na de afwas. Toen hadden de vogels het gepikt. Ik ben er nog niet over uit wat ik morgen doe. Ga ik Tours een dagje in of ga ik richting Poitiers? Ik zie het morgen wel weer.
Oh ja, boekje 1 is uit!

Dag 9: Tours / St. Avertin – Fontaine

Het is geen Tours geworden. En het is zo goed als droog gebleven, al begint het nu wel iets te miezeren. Maar dat maakt niet uit, want ik zit droog: ik heb een trekkershut. Het maakt voor Santiago-gangers niets uit in prijs met kamperen, dus ik ben er voor de gelegenheid ook maar één. De route vandaag was wel veel langs landbouw, maar toch zeker de moeite waard. Er zat wel de tophelling tot nu toe in: 14 procent over zo'n 500 meter. Dat ging goed (of zal het door de koffie van net daarvoor komen?), dus laat de Pyreneeën maar komen.
Wat ik verrassend vind is hoe je de ene dag helemaal geen andere fietsers tegenkomt en op een dag als vandaag zeven fietsers tegenkomt. Ik zit nu nog maar zo'n 10 kilometer van Poitiers vandaan. Eigenlijk wilde ik eerder stoppen, maar de eerste camping kon ik niet bereiken in verband met een wielerconcours, de tweede was dicht en de derde kostte 17 euro 50. Dat is wel erg veel van het goede. Maar daardoor heb ik nu dus wel die hut, waar ik heerlijk mijn boontjes, aardappelpureeen knakworstjes kon eten: wie is er niet groot mee geworden?