Alle berichten van Marc

Vierduizend

Okee, achtendertighonderdnegenenvijftig kilometer. Ik ben weer thuis. Het rondje is compleet. Ik heb heel, heel veel geluk gehad met het weer en op wat lekke banden en twee kapotte spatborden na heeft mijn fiets en de rest van mijn uitrusting het goed volgehouden dit jaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar, eerst maar eens terug naar waar ik gebleven was. Direct nadat ik België ingefietst was werd ik aangesproken door een man die vroeg of ik een fietspomp bij me had. Hij ging altijd op de brommer naar zijn winkel toe, maar vandaag had hij besloten dat dat ook prima op de fiets kon. Alleen had hij er niet aan gedacht dat het handig zou zijn als er lucht in de banden zou zitten. Gelukkig kon ik hem daar wel aan helpen.

Via een niet eens zo heel erg lelijke route – het blijft immers de Belgische kust en die is nog voller gebouwd dan de pretpark / winkelparadijskustplaatsen van Engeland – stop ik in Koksijde. Van de vijf campings die in mijn GPS staan zijn er drie stacaravanparken en is er één inmiddels een ruïne. Gelukkig had ik bij de laatste camping wel raak, voor maar vijf euro (plus een euro voor de douche) had ik een prima plekje met picknicktafel en gezelschap van twee Nederlandse fietsers die onderweg waren naar Calais om daarna in Engeland te gaan fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Vlaanderen volgt de LF1 Noordzeeroute vreemd genoeg niet de kust. Deze volgt meer landinwaards vooral jaagpaden langs kanalen. Zoals alleen Belgen het kunnen bedenken is er nog een LF1-route, deze heet de kustroute. Deze route gaat wel langs de kust en wanneer je die volgt is het meteen duidelijk waarom de Noordzeeroute anders loopt, want langs de kust liggen vooral drukke autowegen. Ik heb een combinatie van de twee routes gefietst en ben vlak na de Nederlandse grens gestopt in Cadzand. Daar aangekomen besluit ik de rest van de route weer aan te passen, want er is in het weekend weer een weekend van de Jonge Actieve Naturisten. Deze keer in Brabant, en het is wel zo leuk de vakantie op dezelfde manier af te sluiten als hoe deze begonnen is.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Langs de mooie kust van Zeeland fiets ik naar Veere, waar ik op het natuurkampeerterrein Het Veerse Gat kampeer. De volgende dag begin ik redelijk laat, want ik ga het Veerse Meer met de veerdienst ‘Rondje Pontje’ oversteken. De eerste boot gaat echter pas om kwart over tien. Met de wind vol in de rug fiets ik dwars door Zeeland over de verschillende eilanden om net in Brabant te stoppen in Stampersgat. Daar blijkt een kennis van de Wereldfietsers een jaarplaats op de camping te hebben. De koude biertjes smaakten prima.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op vrijdag fiets ik het laatste stuk naar de camping van het JAN-weekend, maar onderweg spreek ik nog met Arthur van Bijleveld af om in Baarle-Nassau met een lunch mijn verjaardag te vieren. Na een zeer geslaagd en gezellig weekend fiets ik tenslotte terug naar Vianen. Hier wilde ik eigenlijk twee dagen over doen, maar met de wind in de rug was ik om half vier al in Gorinchem. Die laatste twintig kilometer heb ik toch ook maar direct gefietst. De reis eindigde bij mijn ouders, met een lekkere lasagnemaaltijd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is weer tijd om te bedenken wat de volgende reis gaat worden.

Frankrijk, wat heet

Het begon lekker in Frankrijk. In de buurt van Cherbourg, waar de boot ruim op tijd aankwam, liggen meerdere campings. Helaas was het zondagmiddag en was overal de receptie dicht. Op zich niet erg, dan zet ik normaal gesproken gewoon ergens mijn tent op. Deze keer hadden alle campings in plaats van een slagboom een hek dat dicht zat. Na de vierde camping, en ruim 20 kilometer, ben ik maar weer teruggegaan naar de eerste in de hoop daar iemand te vinden. Gelukkig liep er net iemand bij de poort die de code gaf om de poort te openen. Uiteindelijk is het een gratis camping geworden, want de volgende dag was er nog steeds niemand van de camping te bekennen.

De eerste dagen was de route redelijk vlak en de temperatuur heerlijk om te fietsen. Ik fietste langs allerlei monumenten want de stranden langs deze kust zijn de plekken waar d-day plaatsvond. Alleen, toen de heuvels en de kliffen begonnen verdwenen ook de wolken en was het soms tegen de 40 graden in de zon. Langs de kust zijn weinig bomen, dus in die veertig graden mocht ik de heuvels beklimmen. Gelukkig zijn ze niet zo steil als in Engeland en Ierland, maar per dag heb ik toch regelmatig meer dan 1200 hoogtemeters gemaakt.

Gelukkig dachten mensen met me mee, zoals de man die de auto stond te wassen en mij best ook even nat wilde sproeien tijdens een van die klimmen. Of de ober die ’s middags in plaats van de rekening van het dagmenu een tweede fruitsalade kwam brengen. En daarna een derde. Toen had ik toch echt wel genoeg fruit op en ben ik binnen maar gaan afrekenen.

Op woensdag was het zover, ik ben de 3000 kilometer gepasseerd. ’s Avonds in Étretat heb ik dat gevierd met een heerlijke mosselpan, een flesje roséẃijn en een lekker ijscoupe toe. Op de camping municipal van Étretat was het enorm druk, en toen ik naar de kust gelopen had snapte ik waarom. Wat een mooie kliffen zijn daar! Doordat het routeboekje nog thuis ligt heb ik geen informatie vooraf en is alles dus een verrassing.

Via nog veel meer kliffen – en daarmee heuvels – fietste ik naar het saaie landschap tussen St. Valery-sur-Somme en La Calotterie, waar ik twee andere Nederlandse fietsers tegenkwam, Marjo en Andŕé. Samen zijn we nog een dag opgefietst tot vlak voor Calais, waar zijn hun auto hadden staan en een afspraak hadden gemaakt met een Warm Showers-host om in de tuin te kamperen. Daar was ik ook welkom, dus daarmee was het de tweede keer deze reis dat ik van Warm Showers gebruik heb gemaakt.

Het laatste stuk tussen Calais en de Belgische grens ging niet helemaal zoals gepland. Ik had een eigen route gemaakt en ik had de route van Langs het Kanaal ook in de GPS staan. Op een of andere manier ben ik van beide routes afgeraakt en heb ik via kiezelpaden en afgesloten bruggen toch Dunkerque gehaald, waar ik op de boulevard nog een patatje gegeten heb. Vanaf daar was het nog maar een paar kilometer tot de Belgische grens, waarmee ik het achtste land van deze reis in ben gefietst.

Plannen zijn er om te veranderen

Wales is steil. Heel steil. En het waait in Wales. Heel hard en precies vanuit de verkeerde hoek, dus ik heb storm en regen tegen. Toch probeer ik door Wales te fietsen, maar op de tweede dag geef ik het toch op. Het waait zo hard dat ik de volgende heuvel echt niet meer op kom. Ik besluit af te wachten hoe het weer de volgende dag is. Wanneer ik op de enige camping in de buurt aankom blijkt dat ze daar 25 pond voor een overnachting durven te vragen. Dat vind ik iets te veel van het goede, dus dan zal ik optie twee maar gebruiken: Wales overslaan en een stuk met de trein gaan. Wanneer ik bij het station met de onuitspreekbare naam Penrhyndeuraeth aankom blijkt de trein al over twee minuten te gaan. Het kaartje kan ik bij de conducteur kopen. Omdat het zondag is gaan er niet zoveel treinen waardoor ik niet in Newport kan komen, vanwaar ik verder wil fietsen. 

In Shrewsbury, waar ik over moet stappen, vind ik echter een Warm Showers-adres waar ik welkom ben. Dat is de eerste keer dat ik er zelf gebruik van maak, er zijn al wel vaker andere fietsers bij mij langsgekomen. Stuart en zijn vrouw hebben een garage met een gastenverblijf, waar ik gebruik van mag maken. ’s Avonds is er een Open Mic-avond in een plaatselijke kroeg waar lokale muzikanten een jamsessie houden. Stuart is een van de spelers, en het is een geweldige avond. Mijn twijfels of het wel slim was de trein te nemen zijn volledig weg, dit had ik anders niet meegemaakt.

De volgende ochtend neem ik de volgende trein die me in ruim twee uur, zonder tussendoor ergens te stoppen, in Newport brengt. Bij het centrum van Newport moet ik aan Nieuwegein of Almere denken, en dat is niet echt positief. In plaats van een camping bij de stad te zoeken fiets ik maar vast een stuk naar het oosten, tichting de brug over de Severn die ik moet nemen om in Bristol te komen. Ik stop uiteindelijk een paar kilometer voorbij de brug op een boerencamping die helemaal gratis is. Tenminste, de prijs was 10 pond en de boerin zou binnen wisselgeld halen. Dat is ze waarschijnlijk helemaal vergeten, en ik heb haar daarna ook niet meer gezien. Netjes als ik ben heb ik de volgende ochtend nog aangebeld, maar er was niemand thuis.

Via een mooie route kom ik in Bristol aan waar op een binnenpleintje een aantal foodtruchs staan. Het is rond lunchtijd, dus dat komt mooi uit. De tortilla smaakte prima, en het weer wordt ook steeds beter. Ik kan al de hele dag zonder jas fietsen. Via een oude spoortlijn fiets ik verder richting Bath. Zo’n 10 kilometer voor Bath stop ik op de dichtsbijzijnde camping waar tenten ook toegestaan zijn. Dat blijft een punt in Engeland, veel campings blijken geen vergunning te hebben voor tenten. Op deze camping blijf ik twee dagen, ik een dagje Bath bezichtigen, en daar ga ik met de bus heen, want ik vind het niet handig om een fiets bij me te hebben in de stad.

Bath is een enorm mooie stad. Natuurlijk bezoek ik de oude romeinse baden, samen met honderden andere mensen. Als je de grote groepen maar een beetje probeert te ontwijken kan je de meeste dingen toch redelijk rustig bekijken. Daarna ga ik met een gratis wandeltocht van ruim twee uur mee. Dat was me in Dublin erg goed bevallen, en ook hier was het erg interessant. Na een heerlijke Italiaanse maaltijd in een binnentuin neem ik de bus weer terug naar Bitton. Vreemd genoeg is de busreis terug twee keer zo duur als heen.

Na een nogal uitgebreid ontbijt in de oude stationsrestaurantie van Bitton fiets ik verder langs de vergeten spoorlijn om bij Bath National Cycle Route 24 richting Southampton te volgen. Ik ga dus niet naar Cornwall, en ik ga ook niet naar London. In London zijn pas weer aanslagen gepleegd en ik heb geen zin om nu daarnaartoe te gaan. Het heeft denk ik enige tijd nodig voordat het weer rustiger wordt in de stad. In plaats daarvan neem ik de ferry van Portsmouth naar Cherbourg in Normandië om toch een stuk van de Langs het Kanaal-route te fietsen. Dat was oorspronkelijk een van mijn plannen, maar het boekje heb ik thuisgelaten. Gelukkig heb ik de tracks wel in mijn GPS staan.

In tweeënhalve dag fiets ik naar Portsmouth toe, grotendeels langs oude spoorlijnen via een verrassend mooie route. In plaats van een paar kilometer in Frankrijk ga ik er nu ruim 700 fietsen, en ik heb er zin in. 

De foto’s volgen, de verbinding op de ferry is nogal slecht.

Ierland rond

De dag dat ik Cork uitfiets besluit ik niet naast het hostel te gaan ontbijten, maar wat in de stad te gaan zoeken. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, en uiteindelijk zit ik bijna 30 kilometer verderop dan eindelijk toch aan het ontbijt. Doordat ik nog steeds relatief dichtbij de tweede stad van Ierland zit zijn de wegen nog redelijk druk.

Onderweg kom ik langs Middleton, waar de distillerij van Jamesons Whiskey zit. Volgens het bord dat buiten staat is de volgende rondleiding pas over 2 uur, maar ik ga toch even binnen kijken. Daar blijkt dat ze vanwege het pinksterweekend extra rondleidingen doen en dat ik meteen met een daarvan mee kan. Na Highland Park tijdens de North Sea Cycle Route en Bushmills twee jaar geleden is dit dus de derde distillerij die ik van binnen zie. De rondleiding wordt afgesloten met een proeverij en vergelijking van een Schotse Whisky, een Amerikaanse Bourbon en natuurlijk Jamesons. Eerlijk gezegd ben ik toch meer liefhebber van de Schotse variant. Tenslotte werd er nog een glas Jamesons geschonken. De volgende dertig kilometer naar de camping waren een stuk zwaarder dan de 50 kilometer die ik in de morgen had gefietst, en dat lag niet aan de heuvels.

Intussen begon het weer een beetje om te slaan. Op weg naar de bed and breakfast had ik een aantal buien, maar de volgende dag was het de hele dag nat. Helaas moest ik die dag wel honderd kilometer fietsen, want ik kon geen andere accomodatie vinden. De b&b’s waren veel te duur, het enige hostel op de route was definitief gesloten en andere campings waren er niet. Gelukkig kon het ontbijt vroeg geserveerd worden waardoor ik toch tegen vijf uur op de camping aankwam. De route was weer erg mooi, door de lage passen van de Wicklow Mountains heen. Op de camping bleek helaas mijn achterband voor de derde keer leeg te zijn. De avond kwam toch nog helemaal goed toen mijn Poolse buren me uitnodigden voor een barbecue onder de brug, want dat wat de enige redelijk droge plek.

Via nog een stuk door de bergen en daarna drukke kustwegen fiets ik uiteindelijk naar Dublin. Onderweg kom ik gelukig nog een fietsenwinkel tegen, dus ik sla maar weer een nieuwe voorraad binnenbanden in. De oorzaak van de lekke banden heb ik nog steeds niet gevonden, maar ik word steeds sneller in het vervangen van de band. In het centrum van Dublin zijn ze zo’n beetje op elke weg aan het werk. Ik besluit maar over de stoep te gaan lopen met de fiets in de hand, want de weg is veel te druk en te onoverzichtelijk.

Bij het hostel blijkt dat er geen plek is om de fiets te stallen – ik dacht echt dat ik dat vantevoren gecontroleerd had. Gelukkig blijkt een paar panden verderop een toeristeninformatiewinkel met bagagebewaarpunt te zitten waar ze voor 5 euro per dag mijn fiets wel in de kelder willen zetten. In Dublin hang ik vooral de toerist uit, bezoek ik wat pubs en ga ik naar het vissersdorpje Howth waar prima visrestaurants zitten en een mooie kliffenwandeling te maken valt. Halverwege de wandeling begint het weer te stortregenen, en die regen zal nog ruim een dag aanhouden.

Tenslotte haal ik op vrijdag mijn fiets weer op en fiets ik naar de haven waar ik de boot naar Holyhead, Wales neem. Ik heb de snelle ferry geboekt die er maar tweeeenhalve uur over doet. De tijden daarvan kwamen beter uit, en het scheelde maar vijf euro. Op de boot kan ik het geld in de portemonnees weer wisselen, ik mag weer gaan betalen in Engelse ponden.

Het wilde westen

Inishmore bezoeken was zeker geen verkeerd idee. Met het weer had ik enorm veel geluk, en het eiland is ruig, leeg en mooi. Ik was wel zo’n beetje de enige op het eiland met een eigen fiets, de fietsverhuurders doen goede zaken. Ook heb ik alle geocaches op het eiland gevonden. Allebei.

Vrijdagmiddag heb ik de andere boot genomen naar Doolin. Anders dan de snelle draagvleugelboot op de heenweg was dit een ‘echte’ boot die veel langzamer was en veel meer het idee gaf dat je echt op zee zat. Vlakbij Doolin zijn de Cliffs of Moher, ruige kliffen met heel veel touringcars met nog veel meer toeristen. De route ging er niet langs, maar aangezien ik toch in de buurt was kon ik het niet laten om er toch heen te gaan.

Bij gebrek aan campings in dit deel van Ierland ga ik ’s avonds weer naar een hostel, deze keer in Kilrush. Daar blijken vaak dolfijnen te zien te zijn, maar ik heb geen geluk tijdens een avondwandeling. Het landschap wordt inmiddels steeds heuvelachtiger waardoor het uitzicht steeds mooier wordt. Zeker omdat het op een enkele bui na fantastisch mooi weer is.

Aangezien ik elke dag minimaal een geocache wil loggen moet ik af en toe wat omrijden omdat niet alleen campings schaars zijn hier. Op maandag is dat helemaal niet erg, want het uitzicht vanaf de heuvel waar de cache van de dag ligt is spectaculair. Hetzelfde spiegelgladde meer waar ik al even langsfietste, maar dan in zijn geheel te zien. 

De overnachting van die dag is nogal apart. Volgens het boekje is er een kampeerplek bij de Climbers Inn bij Glencar. Dat blijkt niet helemaal gelogen te zijn. Achter de kroeg waar een stokoude vrouw achter de tap staat is een veld met gras dat al zeker een jaar of twee niet gemaaid is. Voor vijf euro mag ik daar staan. Er is een toiletgebouwtje bij, maar het douchen kan ik beter binnen in de B&B doen want de douche in het gebouwtje wordt waarschijnlijk niet warm, volgens oma. Later komen er nog een paar Franse wandelaars die ook kamperen. Tegen hen wordt niet verteld dat ze de douche binnen moeten gebruiken waardoor ze voor een paar euro een koude douche hebben. 

 

Tijdens de laatste dag die vooral zuidwaarts gaat fiets ik over twee passen. De eerste is, ondanks de motregen, enorm mooi. De tweede vind ik wat minder, want de weg is een stuk drukker en langs de hele weg staan muurtjes waardoor het uitzicht veel minder goed te zien in. Drukker is overigens relatief, ongeveer om de vijf minuten komt er een auto langs. Tenslotte stop ik in Ballylickey op een camping met de mooiste plek tot nu toe, direct aan de baai.

Na nog een dag fietsen langs steeds drukkere wegen kom ik uit in Cork waar ik twee nachten blijf. Onder het genot van een pint red ale plan en boek ik de laatste ruime week in Ierland. Ook het volgende stuk zijn er weinig campings dus boek ik alvast een B&B, want op de bonnefooi iets vinden gaat vast lastig worden in het pinksterweekend. Ook regel ik vast een hostel in Dublin en de boot naar Wales. De dag sluit ik af in een pub met traditionele Ierse livemuziek.

In de herkansing

Bij het wegrijden van de camping kwam ik er achter dat mijn achterband leeg was. Een grote doorn bleek de schuldige te zijn. Helaas ging er bij het vervangen van de binnenband iets mis, waarschijnlijk zat de nieuwe band gedraaid. Net toen ik alle tassen weer op de fiets wilde hangen ontplofte de band met een harde knal. Gelukkig is de buitenband wel heel gebleven, dus met nog een nieuwe binnenband kon ik de schade weer herstellen.

Intussen kwamen er steeds meer wolken voor de zon drijven, en het duurde niet lang tot het begon te regenen. Na de regen kwam stortregen, en dat werd weer gevolgd door hagel. Het leek er wel op of alles me wilde tegenhouden zodat ik niet verder dan twee jaar geleden zou komen.

Later op de dag kwam alles toch weer goed. Door de wind droogde alles snel op en in Sligo vond ik een fietsenwinkel waar ik een aantal nieuwe binnenbanden kon kopen. Vanaf daar was het nog maar een kilometer of 8 naar de camping in Strandhill, waar ik twee nachten ben gebleven.

Via een mooie en nagenoeg droge route ben ik vervolgens naar Castlebar gereden. Die plaats ligt een aardig stuk buiten de route, maar op deze manier kon ik op redelijke dagafstanden toch campings vinden. De laatste 25 kilometer gingen daardoor wel over een drukke weg, maar de vluchtstrook was breed en door wegwerkzaamheden werden er maar eens in de tien minuten een hoop auto’s doorgelaten, De rest van de tijd was het dus rustig op de weg.

Vanaf hier wordt de route alleen maar mooier, door een dal langs meren en watervallen fiets ik de de volgende dag naar Leenaun, waar ik mijn tent bij een hostel opzet. Dat betekent dus ook ’s avonds lekker binnenzitten, wat vanwege de enorme invasie van midges ook wel nodig is. In het hostel blijk ik de enige niet-Fransman te zijn, en het Engels van de anderen had een hoog Allo-Allo-gehalte. Toch lukte het elkaar te begrijpen.

Toen ik ’s ochtends uit mijn tent gekropen kwam werd ik verwelkomd door duizenden, of misschien wel miljoenen midges die mij als bloeddorstige vampiers direct besprongen. Hierdoor was ik veel te laat om een lange broek aan te trekken met als gevolg honderden jeukende beten op mijn benen. Bij de eerste apotheek heb ik meteen antimidgesspul en afterbite gekocht, maar het leed was natuurlijk al geleden. 

Via een gebied dat wel wat weg had van Yorkshire Dales, maar dan nog ruiger en met talloze zwarte stenen muurtjes fietste ik naar Roundstone. Daar bleek ik twee jaar geleden ook al geweest te zijn, want van de vier geocaches uit een serie had ik er twee eerder al gelogd. Het weer wordt ook weer steeds beter, en ’s avonds had ik daardoor een fantastisch uitzicht over de baai. Natuurlijk was ik rijkelijk besprenkeld met het middeltje dat ik eerder die dag gekocht had, ook al zaten er hier veel minder van die beestjes.

Inmiddels had ik wat vooruitgelezen in het routeboekje, waarin stond dat het volende stuk door wat minder interessante stukken en over wat drukkere wegen zou gaan. Maar, er ligt ook een eiland in de buurt dat zeer de moeite waard zou zijn. Laten er nou twee verschillende veerdiensten naar Inishmore gaan, waardoor ik dat stuk mooi kon omzeilen. Enige puntje is dat ik dan ook niet langs Galway kom. Ik besluit de boot van 18:30 te boeken, want die van 13:00 zou wel heel krap worden. Het was ruim 50 kilometer fietsen naar de boot.

Maar ja, het zou toch wel lekker zijn om de boot van 13:00 te halen, dus om half zeven in de ochtend zit ik al op de fiets. Ondanks de stevige wind die van alle kanten lijkt te komen ben ik om half tien al in de haven, precies op tijd voor de eerste boot van de dag. Dat is dus twee boten eerder dan geboekt had, maar er was gelukkig genoeg plek voor mijn fiets.

Noord-Ierland

Na een veel te korte nacht kom ik aan in Belfast. De boot kwam om 6 uur in de ochtend aan, om 5 uur werd via het intercomsysteem al omgeroepen dat binnen een half uur de hutten leeg moesten zijn.

Gelukkig zijn de cafes ingesteld op de boot, dus direct aan wal kon ik al een ontbijt krijgen. Van Belfast zelf heb ik weinig gezien, de route liep door een park om Belfast heen en ik had geen zin om de stad in te gaan.

Na een kleine 60 kilometers door parken en langs weilanden vol met schapen kwam ik rond twaalf uur – had ik al gezegd dat het een korte nacht was – aan bij een camping aan een groot meer. 

Ook de volgende dag was het nog lekker weer en kon ik na een niet al te moeilijke dag een camping midden in het bos vinden. Het uitzicht is eigenlijk nog steeds hetzelfde, weilanden met schapen. Zoals het routeboekje al zei, het mooiere gedeelte komt als ik weer bij de kust ben. Op de camping was verder niemand anders, en tijdens het koken begon het opeens te hozen. Gelukkig was er een mooie binnenruimte bij de afwasplek, en kon ik dus toch droog mijn curry eten.

Campings zijn ook in Noord-Ierland schaars, en soms komt het zo uit dat er echt niets op een redelijke dagafstand te vinden is. Donderdag was zo’n dag. Ook via Warm Showers, waar ik tot nu toe nog steeds geen gebruik van het gemaakt, kon ik niets vinden. Uiteindelijk heb ik halverwege de dag maar een B&B in Omargh geboekt. En wat voor plaats was dat.

De eigenaar van de B&B bleek een antiekhandelaar te zijn, maar ook zijn huis was antiek. De badkamer kwam rechtstreeks uit een museum en het hele huis stond vol met oude zooi. Na een kort gesprek – voornamelijk over de Brexit, waar ik deze reis nog geen enkele voorstander voor heb gevonden – ben ik in de stad wat gaan cachen, drinken en eten,

De laatste dag in Noord-Ierland begon het landschap al wat te veranderen. De heuvels werden hoger en het uitzicht daarbij mooier. Onderweg vroeg ik bij een vrouw die net uit haar auto stapte of ik wat water kon krijgen. Ze bleek een Franse te zijn die al lange tijd in Ierland woont. Behalve water kreeg ik ook meteen een mok thee en een verhaal over allerlei politieke complottheorien. Voordat het gesprek over aliens zou gaan ben ik maar verder gaan fietsen. Via een heel klein stukje in Zuid-Ierland stop ik op een camping die nog net in Noord-Ierland ligt. Hier zorg ik voor dat ik de Noord-Ierse ponden opmaak want die worden op andere plekken in Groot Brittani¨e niet geaccepteerd.

Vanaf hier is het nog maar ´e´en dag fietsen naar Sligo, de plek waar ik twee jaar geleden gestopt ben met fietsen.

Schapen, hekken en pubs

Dinsdagavond ging de boot naar Newcastle, op woendagochtend kwam ik daar aan. Helaas waren de fietsers zo’n beetje de laatsten die de boot mochten verlaten, maar uiteindelijk stond ik toch met beide benen in Engeland.

De route die ik gemaakt had stak direct de Tyne over, maar de voetgangers- en fietsertunnel bleek gesloten te zijn. Na een grote omweg via Newcastle bleek aan de andere kant dat er een busje met fietsaanhanger reed. Ach, wat maken die paar kilometer extra op een tocht van ruim 4000 kilometer ook uit. Het voordeel was wel dat ik nu de foto van het begin van de Hadrians Cycleway nogmaals kon maken, nu wat scherper dan twee jaar geleden.

Via een mooie route met de nodige omwegen vanwege gesloten of ingestorte bruggen en met de nodige onmogelijke poortjes die behalve motoren ook bepakte fietsen weren, stop ik uiteindelijk bij een boer op het veld. Officieel heeft hij die opengesteld voor caravans, maak ik mag er gelukkig ook een nachtje mijn tent opzetten.

Donderdag fiets ik Yorkshire Dales National Pork in, op een zonnige dag met de wind in de rug. Dan zijn al die heuvels meteen een stuk makkelijker te doen. Bomen zijn hier niet te vinden, alleen schapen, schapen, schapen en fazanten. O ja, ook nog een paar schapen. Het is wel een fantastisch mooi gebied waar het uitzicht totaal niet belemmerd wordt. Bij de hoogstgelegen pub van Engeland, Tan Hill, zet ik mijn tent op. Binnen neem ik een paar – oke iets meer dan een paar – pints en is het gezellig met een aantal wandelaars die de Trans Pensine Trail lopen.

Na nog een dag in het park gefietst te hebben beleef ik weer een staaltje van de typisch Engelse regels. Je hebt campings en je hebt caravan parks. Op de tweede zijn tenten niet toegestaan. Geen idee waarom niet, maar het mag gewoon niet. Gelukkig heb ik toch nog een boertencamping gevonden waar ik mijn tent kon opzetten. Weer heb ik niet zelf gekookt, want in de pubs is dankij de Brexit het eten spotgoedkoop. Voor minder dan 10 pound heb je een maaltijd en een pint bier. Momenteel is dat gelijk aan 10 euro. Overigens heb ik tot nu toe geen Engelsman gesproken die bij de Brexiteers – de mensen die gestemd hebben om uit de EU te stappen – gesproken.

Via een mooie route onderlangs het lake district kom ik steeds dichterbij de westkust van Engeland. Helaas houdt het goede weer toch een keer op, de laatste twee dagen van deze etappe begint het te waaien en te regenen. Ook de rust is weg, dit deel van Engeland is duidelijker veel dichterbevolkt. Via fietspaden langs drukke wegen en kustplaatsen die volgestampt zijn met winkelcentra en kermissen kom ik uit bij weer een caravanpark. Gelukkig willen de eigenaren me hier wel toelaten – ze hebben zelf ook een hoop gereisd met de tent. Geen idee waarom ze dan normaal toch geen tenten toelaten. Het zal wel iets met vergunningen te maken hebben,

Via Liverpool fiets ik tenslotte naar de boot die me naar Belfast gaat brengen, Natuurlijk ben ik daar veel te vroeg. Omdat het giet besluit ik maar een paar uurtjes in de dichtsbijzijnde pub door te brengen waar ik geprobeerd heb de mensen te verstaan. Dat was nog best een opgave, niet alleen door het sterke dialect.

De tas die niet naar Engeland wil

Net nadat ik het vorige verslag geschreven heb gaat het mis. Het ophangsysteem van de rechter achtertas gaat kapot. Voordat ik naar Engeland ga wil ik die eerst repareren. Misschien hebben ze bij Zwerfkei een reserveonderdeel, maar ik wil het er niet op wagen.

In plaats van door te fietsen neem ik in Arnhem de trein naar Utrecht om terug naar Vianen te fietsen. In plaats van naar huis ga ik naar mijn ouders – ouderwets in mijn oude slaapkamer slapen. Op hoop van zegen ga ik met de auto naar Woerden, als ze het onderdeel niet hebben liggen dan zal ik moeten knutselen met een oude tas.

Zover komt het niet, zowaar kan de tas direct gerepareerd worden. Nadat ik aangaf dat de tas twee jaar geleden gekocht was omdat de oude kapot was gegaan – ook vlakbij Nijmegen en op weg naar Engeland – kwam de verkoper met de reactie: “Tja, het zijn ook Duitse tassen, die willen niet naar Engeland”. Toch probeer ik ze nog een keertje mee te nemen.

Via een lang kampeerweekend met de Jonge Actieve Naturisten in Reeuwijk waar we bij de Kagerplassen hebben gekajakt, fiets ik in ´e´en ruk door naar IJmuiden. Wel met een hoop tegenwind in de duinen, maar het is gelukt. Daar ga ’s avonds wat eten met Andr´e Dekker, de manager van de afdeling waar ik de afgelopen tijd heb gewerkt. Het grote voordeel is dat ik niet meer hoef te haasten voor de boot, want ik ben nog maar een kilometer of 10 van de haven af.

Daar gaan we weer

De tocht is begonnen. Op vrijdag 28 april, de dag na Koningsdag, ga ik eerst ontbijten bij mijn ouders – dat scheelt weer wat opruimen thuis – waarna ik naar Utrecht fiets. Dat zijn de eerste vijftien kilometers van de ongeveer 4500 die ik deze reis wil gaan fietsen.

In Utrecht neem ik de trein naar Sittard. Volgens de borden moet ik het treinstel op het A-deel van het perron hebben, maar de deuren daarvan gaan niet open. Een conducteur weet te vertellen dat dit treinstel in Utrecht achterblijft. Gelukkig blijk ik mijn fiets nog in het andere treinstel kwijt te kunnen.

Bijna twee uur later zit ik op het centrale plein van Sittard aan een lentebok en een broodje. De vakantie is begonnen. Naar de camping is het maar 9 kilometer fietsen. Net als ik de camping oprijd komt Arthur er met de auto aan. Remko blijkt er al even te staan. Samen met Falco en Ellen en Nieck en Margaret gaan we een weekendje wandelen en geocachen. Het weer doet goed mee, we kunnen zelfs in het zonnetje barbecu¨en.

Op zondag gaan de rest weer naar huis, sommigen in de middag en de rest na het eten. Ik fiets pas op maandag weg. Op maandag heb ik, ondanks dat de voorspellingen van zomers weer totaal niet uitkomen, geluk. Het is droog en de wind komt uit het zuiden. Via een mooie route die totaal anders is dan vorig jaar ondanks dat het gebied grotendeels gelijk is, fiets ik naar de camping vlakbij Venlo waar ik vorig jaar ook heb gestaan. Het grootste deel van de route gaat via Duitsland, waar de Dag van de Arbeid wel gevierd wordt. De meeste koffieplekken zijn daarom dicht. Gelukkig kom ik wel langs een Farhradtreffen, die precies op dat moment open gaat. Helaas is de camping veranderd en is het tentenveld met de overdekte ruimte gesloten. Ik duik daarom maar vroeg mijn tent in.

Dinsdag is het weer helaas niet zo lekker meer. Bijna de hele dag regenent het zacht en de wind is gedraaid waardoor ik deze nu schuin tegen heb. Ondanks de wind en de regen zit de regenbroek toch wel erg warm, maar mijn rainlegs die ik al jaren heb zijn pas kapot gegaan. In Nijmegen besluit ik toch maar een Bever op te zoeken om nieuwe te kopen, al was het maar omdat ik de regenbroek niet aan kan trekken zonder mijn schoenen uit te trekken. Dat gaat me komende weken ongetwijfeld nog meer irriteren dan het me nu al doet.
Veel geocaches vind ik niet, want in dit gebied ben ik de laatste tijd al veel geweest, voor vakantie en met Wereldfietsersweekenden. Toch weet ik er weer eentje van de serie Maasdorpen te doen, waar ik afgelopen jaren ook al caches van heb gevonden. Op dit tempo heb ik ze over een jaar of 5 allemaal wel gedaan.

Omdat ik geen zin heb om te koken in de regen besluit ik ’s avonds bij een pannenkoekenrestaurant vlakbij de Mongoolse camping die vol met Yurts staat  te gaan eten. Ik hoop dat de wind morgen niet gaat draaien, want dan heb ik hem het grootste deel van de tocht weer in de rug.