Introductie

In 2015 wilde ik een langere fietstocht in Engeland en Ierland maken. Uiteindelijk ben toen niet veel verder gekomen dan in Noord-Ierland bij de Giant Causeway. Dit jaar wil ik deze reis nogmaals proberen, maar wel met wat aanpassingen ten opzichte van 2015.

De vorige keer heb ik de Hadrians Wall-route gefietst door Engeland en Schotland, deze keer wil ik vanuit Newcastle naar Liverpool fietsen om daar over te steken naar Belfast. Of, indien het goed uitkomt met de niet zo heel erg vaak varende boot tussen Isle Of Man en Belfast, via dat eiland gaan. Ook het zuidenwesten van Engeland heeft een update gekregen ten opzichte van twee jaar geleden. Nu wil ik via Wales richting Lands End fietsen en dan onderlangs via Het Kanaal richting Dover reizen.

De finale

Het was heerlijk in de sauna, en ik ben weer helemaal opgeladen voor de laatste etappes van de Hanzefietsroute. Helaas zijn dat ook de natste etappes geworden, vooral zaterdag. Toen ik opstond leek het wel of het hotel onder een waterval stond, zo hard regende het. Rond negen uur is het iets minder hard gaan regenen, maar het is alles behalve droog geworden. De hele dag heeft het gegoten, tot vijf uur. Toen werd de lucht van het een op het andere moment blauw en werd het droog. Dat was toevallig ook precies op hetzelfde moment als dat ik op de camping aankwam.

De route begon wat saai over grote akkers en langs wat drukkere wegen om uiteindelijk bij de Ruhr aan te komen die bijna tot in Nederland gevolgd werd. Meestal over een mooi fietspad vlak langs de Ruhr, maar door de vele regen stond de rivier erg hoog waardoor ik af en toe ook echt door de Ruhr moest fietsen. Veel paden stonden vol water of waren grote modderpoelen geworden. Ik ben overal gewoon dwars doorheen gefietst, vies en nat was ik toch al.

En dan precies op zo’n dag blijkt dat de remblokjes van de achterremmen volledig op waren. Eerder had ik dat niet zo gemerkt, maar door alle nattigheid was er totaal geen remkracht meer. Er zat niets anders op om in de stromende regen de blokjes te vervangen, wat natuurlijk altijd minder soepel gaat dan wanneer het droog is met een lekkere temperatuur. Maar goed, na een half uurtje kon ik nog viezer van alle modder toch weer doorfietsen – en weer remmen. Die modder was ik door de regen toch zo weer kwijt.

Uiteindelijk ben ik op een Jugendzeltplatz gestopt, waar ik om weer een beetje warm te worden twee euromunten in de douche heb gegooid. ’s Avonds bedacht ik me dat ik helemaal niet bij een supermarkt gestopt was om eten te kopen, en ik had ook geen zin meer om naar het dorp te fietsen om nog wat te kopen. Gelukkig had ik ’s middags al bij een kebabzaak gegeten en had ik nog 3 broodjes en 2 blikken bier bij me. Daar valt ook prima op te overleven.

Op zondag ben ik Nederland ingefietst, en viel de regen wat mee. Het heeft maar een uur of drie gegoten. Er zat wel weer een echt ‘Hanzepaadje’ in de route, dwars door een graanveld en over een heel smal (ondergelopen) bospaadje. Om het nog wat spannender te maken is lag er zelfs een boom dwars over het pad. Uiteindelijk ben ik tot Blerick, vlakbij Venlo gefietst waar ook wat andere fietsers op de camping stonden. Maandag was een vergelijkbare dag, waarop ik Brabant ben binnengefietst. Thuis komt zo steeds dichterbij. Ik ben die dag gestopt op natuurkampeerterrein De Vlagberg in St. Anthonis, waar ik de avond onder de overkapping heb doorgebracht.

De volgende dag was het zowaar de hele dag heerlijk weer. De route volgde vooral de Maas, het zonnetje scheen en ik had de wind in de rug. Helaas bestond de camping waar ik wilde stoppen niet meer, maar ongeveer 10 kilometer verderop was nog een camping, en het was nog vroeg. Dit was eigenlijk de afsluiter van de Hanzefietsroute, want ik overnachtte zo’n 2 kilometer van Zaltbommel. Om dat te vieren ben ik ’s avonds lekker naar een eetcafe te gaan.

Woensdag was de allerlaatste dag van deze reis. Na een ontbijtje bij Bakker Bart in Zaltbommel ben ik – weer in de regen en met een harde wind tegen – naar Brakel gefietst om vanaf daar via de Oeverlandroute, de LF7, naar huis te fietsen. De laatste paar kilometer langs het Merwedekanaal scheen de zon weer en had ik de wind in de rug.

Tot zover deze fantastisch mooie route, in 2 maanden heb ik bijna 3500 kilometer gefietst door Nederland en Duitsland over mooie kleine en rustige wegen en paden door erg mooie omgevingen.

De pittige kilometers

Deze etappe is duidelijk de zwaarste van de tocht. Er moet veel geklommen worden, ook al komt de route nooit echt hoog. 650 meter is het hoogste punt, maar het gaat steeds op en neer waardoor er toch constant geklommen moet worden. Daarnaast is het weer ook omgeslagen, het regent meer en het is duidelijk een stuk kouden geworden. Die temperatuur is voor het klimmen dan eigenlijk wel weer lekker.

Na de rustdag in Hameln gaat de route meteen de heuvels in. Na een kilometer of 15 wil ik een slok water nemen. Dan ontdek ik dat mijn bidons nog op de camping in Hameln staan. Inmiddels ben ik al wel bijna 2 uur aan het fietsen. Ik besluit niet om te keren en de bidons als verloren te beschouwen. In de eerste supermarkt die ik tegenkom koop ik twee flessen Evian, die ook in de bidonhouders passen. Het is wat lastiger dan de echte bidons, maar het kan ermee door.

Doordat ik aan het eind van zaterdag wat van de route afwijk om naar een camping te rijdn mis ik het hooste punt van die dag van 425 meter. Ik kom niet boven de 400 uit. Iets voor de camping liggen de Externsteine, grote zandsteenrotsen die best indrukwekkend zijn.

Op zondag ben ik via een enorm mooie route naar een camping in de buurt van Ruthen gefietst. Net nadat ik mijn tent heb opgezet begint het te hozen. Er blijkt een restaurant vlakbij de camping te liggen, dat een pannenkoekenrestaurant blijkt te zijn met Nederlandse eigenaars. Hij is piloot geweest, zei stewardes, en nu willen ze iets heel anders doen. Dat is duidelijk gelukt, en de pannenkoek smaakte heerlijk. Terug op de camping begint de zon weer te schijnen en word ik door mijn buren uitgenodigd voor een biertje. Dat worden er uiteindelijk heel wat meer dan een.

De volgende avond is ook weer zo’n regenachtige avond, terwijl het overdag heerlijk was. Ook hier was weer een restaurant, en aangezien de camping geen overdekte ruimte had en het van 17 tot ergens in de nacht regende ben ik maar een poos blijven plakken in het restaurant,

Op zondag heb ik een hotel in Koln geboekt voor woensdag tot zaterdag, maar inmiddels blijkt dat ik niet goed had opgelet of dat ook haalbaar was. Qua afstand is het geen probleem, alleen zijn die niet goed over de dagen te verdelen door het gebrek aan campings. Uiteindelijk zou ik op woensdag nog ruim 100 kilometer moeten fietsen naar het centrum van de stad. Dat is wat veel met deze heuvels, dus ik besluit om ongeveer de helft te fietsen en dan de trein te nemen. Daarvoor moet ik een stuk van de route afwijken, en er blijken twee logische stations te zijn. Echter,, na de functie ‘shaded relief’ op de GPS aangezet te hebben valt een van die stations direct af, dan moet ik nog twee steile heuvels over.

Nu, met iets meer dan 3000 kilometer op de teller ben ik in een broeierig heet maar erg gezellig Koln. Morgen ga ik denk ik lekker een dagje relaxen in de sauna, er blijkt bij de andere vestiging van het hotel een groot saunacomplex te horen en daar mag ik gratis in. Daarna zijn het nog een kilometer of 500 tot 600 naar huis.

Een aangepaste route

Nee, ik ga niet opeens in een ander land fietsen zoals vorig jaar. Ik blijf gewoon de mooie Hanzefietsroute grotendeels volgen, maar deze dagen waren er weer wat etappes waar wat minder campings waren. Daarnaast had ik even wat minder zin in grotere steden. Daarom heb ik de route hier en daar wat aangepast zodat de campings wel op fietsafstand van elkaar kwamen te liggen en zodat er wat slechte paden vermeden werden.

Want slechte paden zaten er nu ook weer voldoende in. Sommige gingen nog net, soms moest ik toch echt afstappen en een stuk lopen. En af en toe heb ik me echt afgevraagd of het wel een pad was waar ik fietste, of dat ik gewoon dwars door de struiken aan het fietsen was. De eerste twee campings lagen weer aan meren, maar het weer is wat omgeslagen. In de avond werd het duidelijk kouder en bijna elke avond valt er wel regen. Veel minder zwemweer dus.

Op maandag ben ik via de beschreven route naar het mooie Tangermunde gefietst, maar vanaf daar heb ik de Elberadweg gevolgd. Dat is een mooi fietspad langs, je raadt het al, de Elbe. Alleen loopt het meestal onderlangs de dijk, waardoor je de rivier niet veel ziet. In plaats van naar Magdenburg te gaan heb ik de de beschreven inkorting gefietst en ben ik ten noorden van de stad in Jersieben gestopt.

De volgende dag ben ik naar Helmstedt gefietst, dit wel zo goed als helemaal volgende de Hanzeroute. Het eerste stuk ging langs een kanaal, maar dat zijn ze aan het verbreden waardoor de dijk waarsschijnlijk afgesloten was. Maar, het hek stond open en er stond geen enkel bord dat het fietspad niet toegankelijk was. Het laatste stuk van de dijk heb ik de fietst door een grote zandbak en door modder mogen trekken om weer op een pad te komen. De werklui stonden me aan te kijken, maar zeiden er niets van. Waarschijnlijk is wel snel iemand het hek dicht gaan doen.

In Helmstedt heb ik mijn tent opgezet op een camping die zo nog uit de DDR-tijd kan komen, waar het niet dat ik de voormalige grens net voor de stad weer overgestoken ben naar het westen. De douches waren wel gratis, er hingen wel muntautomaten maar die waren uitgeschakeld. Waarschijnlijk werken die nog op Duitse Marken.

Ook op woensdag heb ik een stuk afgesneden omdat de eerste camping maar op 10 km, en de tweede op bijna 100 km afstand lag. Daar heb ik er uiteindelijk 85 van gemaakt door een stuk over een fietspad langs een N-weg te fietsen. Volgens het boekje is dit toch geen heel mooi gebied, dus dan is het niet zo erg om het nog minder mooi te maken. Het was wel de eerste dag waarop het overdag ook echt geregend heeft, maar zeker niet zo veel als toen ik net wilde gaan koken. Het begon echt te hozen, en ik ben snel het restauren ingerend.

In dit stuk van de route beginnen ook wat echte heuvels te komen, en daarmee dus ook de lekkere afdalingen. Komende dagen worden die nog wat hoger, nu ben ik tot zo’n 300 meter gekomen. Maar eerst ga ik morgen een dagje niet fietsen, ik ga een pauzedag in Hameln nemen.

De laatste kilometers naar het oosten

Vanuit Berlijn ben ik via de R2 terug naar de Hanzefietsroute gefietst. Dat was tot nu toe het minst mooie stuk, voornamelijk over fietspaden langs doorgaande wegen. En zowaar met een pontje waar ik twintig minuten op moest wachten. Door zo’n etappe merk ik wel hoe goed de Hanzeroute uitgezet is.

Uiteindelijk ben ik net weer op de oorspronkelijke route op een kleine camping aan een heerlijk meer gestopt en heb ik meer in het water gelegen dan dat ik aan de kant zat. De volgende dag ben ik naar Frunkfurt ad Oder gefietst. Dat was echt het keerpunt van de vakantie, vanaf daar gaat de weg toch echt weer naar het westen, naar huis. Al zijn dat nog zeker 1500 kilometer. Om dit toch even te vieren heb ik heerlijk gegeten bij een Mexicaans restaurant.

Een paar kilometer verder ben ik op een gigantische, maar bijna verlaten camping aan de Helenesee gestopt. Daar heb ik al mijn kleding (op mijn zwembroek na, die had ik aan) eens in de wasmachine gestopt. Wasmiddel heb ik niet en kon ik op de camping ook niet krijgen, maar douchegel blijkt ook aardig te werken.

Via een lange dag ben ik daarna naar Klein Goris gefietst. Het blijft apart dat ik soms een hele dag bezig ben om 70km te fietsen en dat de volgende dag 90km in een paar uur er op zitten. Het goede weer van afgelopen weken helpt daar ook niet heel erg bij, want de zandpaden zijn soms zo mul geworden dat lopen de enige optie is.

Gelukkig zijn niet alle wegen van die zandpaden, maar zijn er ook nog kilometers aan kinderkopjes, de vele niet-op-elkaar-aansluitende-betonplaatwegen, de ooit-heeft-er-asfalt-gelegenwegen en natuurlijk de beter begaanbare bospaden, redelijke klinkerwegen en soms zelfs een echte mooie gladde asfaltweg zonder gaten en hobbels.

Uiteindelijk ben ik op zaterdag op een camping in Glindow gestopt met 90km op de teller, voornamelijk omdat de camping waar ik eigenlijk wilde stoppen alleen op de kaart bestond. Toch is het zeker niet erg dat ik hier ben beland, want er werden ’s avonds forellen op de barbecue gelegd. Die vis smaakte heerlijk.

Het is nu nog 40 kilometer naar Brandenburg, en dan is het tweede boekje van de Hanzefietsroute ook afgerond. Nog een deel te gaan, en dat is het deel waar ik de bergen in ga. Gelukkig doen de nieuwe remmen het prima.

Berlijn en weinig fietsen

Ik merk dat hoe langer ik onderweg ben, hoe minder ik schrijf. Bij vorige vakanties en fietstochten was dat ook zo, maar deze keer zal ik toch echt proberen tot het eind te blijven schrijven. Misschien niet zo vaak, maar dat is toch nog altijd beter dan niets.

Okee, waar waren we gebleven. Na een dagje het zuiden van Usedom bekeken te hebben, inclusief het Poolse deel waarvan de boulevard meer op een kermis leek, ben ik weer verder gefietst. De route gaat met een lus van zo’n 30km naar Anklam, maar aangezien dit weer een stuk was waar de campings wat schaars zijn heb ik het fietsveer genomen. Volgens het bord wat bij de steiger hing moest je bellen om de boot te laten komen, maar natuurlijk ging het zoals bij bijna alle ponten deze reis. Ook deze kwam net aanvaren dus ik hoefde weer niet te wachten.

Via een mooie route langs het water en via al dan niet onmogelijke bospaadjes ben ik naar Neuensund gefietst. Volgens het boekje kan daar bij een oude hoeve gekampeerd worden. De eigenaren bleken van niets te weten, ze hadden de hoeve vorig jaar overgenomen en de vorige eigenaar had daar niets over gezegd. Ze wilden echter wel een kleinschalige tentcamping beginnen en waren dus blij dat ze in de Hanzefietsroute vermeld stonden. Er was nog geen warm water, maar met de temperatuur van die dag was een koude douche geen probleem.

’s Avonds heb ik afgesproken waar ik Remko, een vriend die per motor naar Rusland, Finland en de Noordkaap gaat, ga ontmoeten. De eerste dag van zijn vakantie is zaterdag en hij rijdt in 1 keer naar het oosten van Duitsland. Zijn reisverslag staat op remko-opreis.nl.

De volgende dag kwam ik op zo’n mooie camping terecht aan een heerlijk meer in Warnitz, dat ik, na aan Remko gevraagd te hebben of die plek ook lukte, daar nog een dag gebleven ben. Ik heb er een kajak gehuurd en heb een paar uur lekker op het meer gepeddeld. Redelijk vroeg in de middag kreeg ik een smsje van Remko dat hij op de camping aangekomen was. Via een kleine omweg om bij de receptie twee koude biertjes te halen, heb ik hem gevonden.

Inmiddels had ik voor vanaf zondag al een hostel in Berlin geboekt, dat ik fietsend niet meer op tijd zou halen. Het station lag echter maar 500m van de camping, en er ging eens per twee uur een direct boemeltje naar Berlin Hauptbahnhof. In mijn geval vertrok deze met bijna drie kwartier vertraging, maar ik had toch tijd zat. Op het station kon geen kaartje gekocht worden, dat moest in de trein. Ik heb echter nooit een conducteur gezien, dus de treinreis van anderhalf uur was gratis.

Het hostel had meer weg van een hotel dan van een jeugdherberg en lag redelijk dicht bij het centrum van de stad. Singer 109 was zeker geen slechte keuze. Wel moest ik nog een keer naar een fietsenmaker, de nieuwe olie in de rem was alweer verdwenen en de voorrem was weer even slecht als voor de reparatie. Van andere fietsers had ik wat
namen van goede fietsenmakers doorgekregen. Een daarvan was maar twee kilometer van het hostel. Na een korte blik op de rem werd meteen duidelijk dat hervullen geen optie was, dan zou het probleem in twee dagen weer terug zijn. Precies wat er gebeurd was, terwijl ik dat nog niet gezegd. Ze hadden nog een nieuwe Magura-rem liggen en voor 60 euro hebben ze die op de fiets gezet.

Over de stad zelf ga ik niet te veel zeggen, dat kan je beter in allerlei artikelen lezen. De avonden waren wel lang en gezellig, de ene keer met een stel Australiers, en de volgende keer met een Spanjaard die in dezelfde kamer in het hostel verbleef.

De niet remmende remmen

Zoals gezegd heb ik nog een nacht op Rugen doorgebracht en ben ik daarna weer naar het vasteland gevaren. Ondertussen heb ik op de GPS gekeken waar er in Greifswald fietsenmakers zitten, want mijn voorrem doet het zo goed als niet meer. De blokjes zijn net vervangen, maar toch moet ik het stelwieltje helemaal tot het eind draaien om nog een beetje te kunnen remmen.

De weg naar Greifswald toe kan je eigenlijk geen weg noemen. De route ging over een smal bospaadje dat ik zelf nooit zou nemen – het leek er niet op dat het ook ergens op uit kwam. Maar wel dus, in een klein dorpje zat een buurtwinkeltje waar ik mijn brood kon kopen en er een gratis kop Turkse koffie bij kreeg. Helaas had ik bij de laatste slok pas door dat het Turkse koffie was.

In Greifswald ben ik direct naar de eerste fietsenmaker die bij het centrum in de buurt zat gegaan en heb ik gevraagd of ze Magura-remmen konden repareren. Dat was gelukkig geen probleem. Op een of andere manier zat er te weinig olie in het systeem, maar een uurtje of 2 later kon ik de fiets weer ophalen en deden de remmen het weer prima. Dat is wel lekker, aangezien over een aantal dagen de eerste echte bergen gaan komen.

De wind is wel weer gedraaid en komt weer vol uit het oosten. Om niet de hele dag tegen de wind in te fietsen heb ik de route iets aangepast en ben ik met de pont naar het eiland Usedom gevaren in plaats van de brug een paar kilometer zuidelijker te nemen. De pont ging elk uur, en blijkbaar precies op het moment dat ik aan kwam fietsen. Het leek de eerste dag wel.

Op Usedom heb ik 2 dagen doorgebracht, de eerste om naar het zuiden van het eiland te fietsen – en een poos op het strand te liggen, het is tenslotte vakantie. ’s Avonds heb ik gezellig met twee andere fietsers, een Duitse en een Engelsman die een poos in Nederland had gewoond en het erg leuk vond om weer eens Nederlands te spreken, gekletst en wat biertjes gedronken.

De tweede dag heb ik mijn tent laten staan en ben ik wat over het zuiden van het eiland gaan fietsen, zowel in Duitsland als in Polen. In Polen zag ik zowaar ook nog een fietsenwinkel die fietsjacks had hangen, mijn jas was al een aantal dagen niet meer helemaal heel. Ik heb de enige passende jas gekocht voor 135 zlotty, wat zo’n 27 euro is.

Morgen ga ik Usedom weer af en ga ik verder met de route, nu naar het zuiden. Het wordt weer even wat meer plannen, want dit lijkt weer een stuk met wat minder campings.

Langs de Oostzee

De eerste vraag na het vorige verhaal is natuurlijk of ik iets heb gemerkt dat ik de voormalige DDR in ben gefietst. Het antwoord is zowel ja als nee. Ja, want de wegen zijn over het algemeen in veel betere staat en ja, want waar anders dan in een ex-oostblokland vind je de toeristeninformatie in het politiebureau?

Maar nee, want eigenlijk is er behalve het feit dat hier de laatste jaren het meeste geld naar toe is gegaan eigenlijk niets meer van het oude Oost-duitsland meer te merken.

Dan de route. De eerste dag rijd ik Lubeck via een zo goed als onberijdbaar jaagpad uit. Ik kom er niemand tegen, maar ik denk dat ook geen van de bewoners hier uit vrije wil op dit pad willen fietsen. Vervolgens moet ik met een bus een tunnel door. Dat is met mijn volgepakte fiets geen enkel probleem. De spoortunnel een stuk verderop is een grotere uitdaging, maar al snel heb ik drie mensen om mijn fiets heen staan die graag willen helpen.

Via mooie kustpaden en leuke vissersdorpjes (en gigantische toeristendorpen) kom ik via de schiereilanden Darss en Zingst uiteindelijk op het eiland Rugen terecht. Ik was net te laat voor de boot, dus ik heb de brug maar genomen. Toch vind ik eigenlijk dat een eiland waar je met een brug kan komen geen echt eiland.

Wel is Rugen erg mooi, en de drukte valt me ook enorm mee. Op de eerste camping ben ik naar de haven gelopen om een lekkere verse vis te eten. Ik zag dat de track op de GPS om het eiland rond te gaan over het smalle zanderige bospaadje ging dat langs de camping loopt. ’s Avonds heb ik nog snel een betere track van Rugen Rundum gedownload en op de GPS gezet.
 
Op dit moment heb ik twee etappes op het eiland gefietst, er komt er nog eentje. En omdat het vakantie in en omdat hier overal vis verkocht wordt heb ik weer lekker gezondigd en elke avond vis op een terras gegeten.

Op naar deel twee

Het is alweer een aantal dagen geleden dat ik wat heb geschreven. Afgelopen dagen heb ik er geen avond tijd voor gehad – elke dag was er wel iemand om mee te praten en een biertje of een wijntje te drinken.

Goed, even wat dagen terug. In Plonjeshausen heb ik ’s avonds nog een korte wandeling gemaakt. Toen viel me een fietswegwijzer op; daar stond de North Sea Cycle Route op. Ik kan me toch echt niet meer herinneren dat ik zo ver Duitsland in ben gefietst toen. Ik verwacht dat het de oversteek met een pont is die ik toen niet heb gedaan omdat ik er op een dag zou zijn waarop deze niet voer.

De volgende dag ben ik via de route naar Guderhandviertel gefietst. Een erg lange naam voor een minuscuul gehucht met een leuke boerencamping. Een groot gedeelte van de route ben ik langs de Elbe gefietst, en eigenlijk zou ik veel te vroeg op de camping aankomen. De volgende camping was echter 55 kilometer verderop; dat zou weer erg veel worden. Ik heb dat ‘opgelost’ door een extra rondje te fietsen en wat geocaches te gaan zoeken. Het meerendeel daarvan heb ik ook nog eens gevonden.

’s Avonds heb ik een rode curry met paprika, ui, champignons (die nog over waren van de vorige dag) en salami gemaakt. Hij was erg pittig en erg vloeibaar. Ik denk dat rijst dat wat beter had opgevangen dan eiermie, maar desondanks smaakte het prima en had ik weer een goede basis om op vrijdag naar Luneburg te fietsen.

Dat zou een route van bijna 100 kilometer worden. Ik heb weliswaar iets afgesneden, maar op een of andere manier ben ik ruim tien kilometer korter onderweg geweest dan de beschrijving aangaf. Veel hiervan was door het bos over paden die ervoor zorgden dat ik de imbussleutel bij de hand hield om losgetrilde onderdelen weer vast te draaien.

Op de camping in Deutch Evern, net onder Luneburg ontmoette ik een Duitser die ’s avonds nog een lekkere worst op de barbecue heeft gegrild. Hij was nu aan het kamperen met een tent, maar heeft ook nog een groot jacht, en een motorboot, en een groot huis. En hij is pas 23. O ja, en zijn ouders maken die jachten – daar zal het wel vandaan komen. Vrijdag heb ik mijn tent een keertje een dag laten staan en ben ik Luneburg gaan bezoeken.

Het laatste stuk van de route van het eerste boekje gaat naar Lubeck, waar ik twee dagen over heb gedaan. Het waren ook de eerste dagen waarop wat geklommen werd, en de eerste keer dat ik na het zien van een pad waar de route overheen ging toch maar het asfaltalternatief genomen had. Een pad van mul zand dat steil omhoog gaat is iets te veel voor het goede. Na een nacht aan een meer, waar ik een Duitser ontmoette waar ik een aantal (best grote) bekers rose heb gedronken kon ik vol goede moed – en met nog wat alcohol in mijn hoofd – naar Lubeck fietsen. Dit was misschien nog wel het mooiste traject tot nu toe, grotendeels langs de oevers van de grote meren en door het bos.

Aan het begin van de middag kwam ik in de stad aan, waar een cultureel festival bezig bleek te zijn. Dat was erg gezellig en leuk om te zien, vooral de marktjes in oude stijl, met bijbehorende klederdracht. Op de camping kwam ik zowaar de Belgen weer tegen. Zij nemen maandag de boot naar Denemarken, ik ga zelf het voormalige Oost-Duitsland in.

Reisverhalen en foto's